Zeeuwsche Werkmansbond, de

Uit Wiki Zeeuwse Bibliotheek
Ga naar: navigatie, zoeken
Zeeuwsche Werkmansbond, de
De (hervormde) Christelijk Nationale Werkmansbond was met haar propaganda-actie op Zuid-Beveland in de jaren 1903 en daarna de grote concurrent van de Zeeuwsche Werkmansbond. Hier een foto van een afdeling buiten Zuid-Beveland, die van het Walcherse Sint-Laurens in de jaren dertig, die in optocht door de Lange Noordstraat in Middelburg loopt, foto, 1936, Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland, recordnr. 14872.

De Zeeuwsche Werkmansbond was een bond van acht werkliedenverenigingen op Zuid-Beveland die in april 1904 tot stand kwam op initiatief van P. van de Linde. In mei van dat jaar telde deze Zeeuwsche Werkmansbond 800 leden. De Bond verenigde ‘neutrale werkliedenvereenigingen’ en had tot doel om ‘gezamenlijk langs geleidelijken weg, en buiten den politiek om, te streven naar lotsverbetering van den werkman.’ P. van de Linde werd voorzitter van de Bond. Aangesloten waren werkliedenverenigingen te Schore, Biezelinge, Yerseke, Kruiningen, Goes, Wolphaartsdijk, Krabbendijke, Kapelle en Oudelande. Paulus van der Linde (1872) had in 1903 te Wolphaartsdijk de werkliedenvereniging ‘Eendracht maakt macht’ (EMM) opgericht waarvan hij ook voorzitter werd. Arbeiderszoon Van der Linde, bomenplanter en –snoeier en later koopman, was afkomstig uit Kapelle en woonde nog maar kort in Wolphaartsdijk. In het eerste bestuur van EMM zaten verder de arbeiders H. Buteijn, Joh. van de Berge, J. Saaman, Joh. Ossewaarde, M. Kloosterman en E. Meulenberg. De werkliedenvereniging had aanvankelijk zo’n 120 leden en hield zich ‘buiten de politiek.’

Start en politieke invloed

EMM begon in 1903 coöperatief petroleum, kunstmest en varkensvoer in te kopen voor de leden en verstuurde een verzoek aan de plaatselijke landbouwers om ‘het dagloon te brengen van 90 cents op fl. 1,- in navolging van eenigen die dit reeds uit eigen beweging hadden gedaan. Tengevolge van dit besluit nam een der bestuursleden zijn ontslag.’ Of de boeren aan het verzoek gevolg gaven is niet bekend.

De Landarbeidersenquête van 1906/1908 meldde over Zuid-Beveland dat er ‘over het algemeen … onder de arbeiders een vrij opgewekt vereenigingsleven,’ bestond. Er waren ‘meer dan op de andere Zeeuwsche eilanden, verscheidene werkliedenvereenigingen. De meeste dier vereenigingen zijn nog jong en werken daardoor nog weinig naar buiten. Toch kan men wel merken, dat zij invloed uitoefenen, vooral doordat de leden op de vergaderingen de arbeiderstoestanden bespreken en er, meer dan anders het geval zou zijn, toe komen om eischen inzake loon te stellen. Vele dier vereenigingen hebben ziekenfondsen.’ De enquête doelde op de afdelingen van de Christelijk Nationale Werkmansbond en op plaatselijke ziekenfondsen voor werklieden, de ‘werkliedenvereenigingen’. Van beide typen verenigingen waren er in 1903 en 1904 diverse opgericht op de Bevelanden. De Zeeuwsche Werkmansbond en Van de Linde kwamen in de tweede helft van 1904 overigens toch enigszins in politiek vaarwater toen de laatste zich liet inschakelen in de beweging van SDAP- en vooral Vrijzinnig Democratische zijde tegen het wetsontwerp op het Arbeidscontract van het confessionele Ministerie-Kuyper. In datzelfde jaar werd het idee om een kiesvereniging uit de werkliedenvereniging op te richten, wel besproken maar terzijde gelegd.

Vanaf 1905

In het voorjaar van 1905 stelde de afdeling Goes van de liberale vakvereniging ANWV aan de Zeeuwsche Werkmansbond voor om de loonstandaard van de landarbeiders in Zuid-Beveland centraal te regelen via een gesprek met de twee ZLM-afdelingen in de regio. Alle Zuid-Bevelandse werkliedenverenigingen zouden daaraan moeten meewerken. Vermoedelijk was dit het voorstel dat in het najaar van 1905 ter sprake kwam tijdens een vergadering van de werkliedenvereniging van Biezelinge: ‘een circulaire van den Werkmansbond betreffende loonregeling. Het daarin behandelde werd niet voor uitvoering vatbaar geacht.’

Bij de afdeling Zuid-Beveland Oost van de ZLM kwam in november van dat jaar inderdaad een loonvoorstel binnen voor de landarbeiders van de regio. Het gewenste dagloon daarin varieerde van fl. 1,25 in de winter tot fl. 1,75 in de zomer en zou een jaarloon van 460 gulden opleveren. De ZLM-afdeling meende echter ‘dat de loonen in ’t Oosten van Zuid-Beveland hiermee overeenkomen en dat de Afdeeling aan een en ander weinig af of toe kon doen.’ Dat was een optimistisch beeld: in de enquête van 1907 werden voor Zuid-Beveland nergens hogere jaarlonen dan fl. 325,- of fl. 350,- genoemd en in 1905 sprak de Goessche Courant van hooguit zes gulden per week.

Enkele bij de Zeeuwsche Werkmansbond aangesloten verenigingen hadden wel enig succes: de Goese Werkmansbond ‘Door Eendracht Verbetering’ was er in 1903 in geslaagd een loonsverbetering te krijgen voor het lezen van erwten en de werkliedenvereniging te Biezelinge had gedaan gekregen dat de getrouwde vrouwen er een half uur korter mochten werken. Een centrale regeling lukte dus niet en het wetsontwerp op het Arbeidscontract was geen strijdpunt meer.

In het begin van 1905 kreeg de Zeeuwsche Werkmansbond concurrentie van de landelijke Christelijk Nationale Werkmansbond (CNWB), een hervormde organisatie voor bezinning op de sociale kwestie – waarbij daadwerkelijke actie op sociaal gebied niet was inbegrepen. Deze CNWB begon nu op de Bevelanden allerlei afdelingen op te richten naast het handjevol bestaande.

In het najaar van 1905 werd er in één van de bij de Zeeuwsche Werkmansbond aangesloten werkliedenverenigingen, die van Krabbendijke, opgemerkt dat men ‘zoo weinig hoort van de werkzaamheden van den Zeeuwschen Werkmansbond.’ Ook in december wisselden ‘vele’ aanwezigen er van gedachten over de Bond en de onzekerheid er omheen. Brieven aan de Zeeuwsche Werkmansbond bleven onbeantwoord.

Verzuiling binnen de CNWB

Nog één keer kwam P. van de Linde als arbeidersvoorman in het nieuws: in december 1905 toen de CNWB vanuit de hervormde kerk te Oudelande – waar de werkliedenvereniging zich in 1904 bij de Zeeuwsche Werkmansbond had aangesloten – een afdeling wilde oprichten. Van de Linde vroeg in die vergadering ‘beleefd het woord’ maar de voorzitter, de hervormde predikant, weigerde echter ‘daar … de vergadering belegd was voor belangstellenden, dus minder voor nieuwsgierigen, allerminst voor tegenstanders.’ Hij had Van de Linde tevoren al gezegd dat er geen gelegenheid was voor debat. Van de Linde verliet onder protest de oprichtingsvergadering, gevolgd door ‘velen’.

De overblijvenden spraken nog over ‘het onderling verschil omtrent het kerkelijk standpunt der vereniging’, wat vermoedelijk betekende dat niet iedereen het exclusief hervormde karakter ervan wenselijk vond. Slechts 19 leden gaven zich op voor de CNWB-afdeling Oudelande, aan het eind van de maand waren er 29. Bij een zelfde gelegenheid te Kloetinge vroeg iemand uit het publiek of ook niet-hervormde arbeiders welkom waren in de CNWB. De predikant die de leiding had, zei dat dat alleen zou kunnen ‘onder beperkende bepalingen’, waarop ‘nog al eenige discussie’ ontstond. Het was duidelijk: de hervormde kerk zelf wenste geen banden met op loonactie gerichte groeperingen terwijl dat type actie onder de arbeiders wel gewenst werd geacht. De nieuwe CNWB-afdelingen waren vooral kerkelijk gebonden en behandelden de sociale kwestie hooguit theoretisch.

Na 1905 kwam de naam Zeeuwsche Werkmansbond ook niet meer voor in de kolommen van de Goesche Courant – alleen in 1908 werd nog de ‘Werkmansbond voor N. en Zuid-Beveland’ genoemd. De Bond moet teniet zijn gegaan. Eén Wolphaartsdijks bestuurslid uit 1904, Nagelkerke, emigreerde in 1910 naar de Verenigde Staten evenals de vice-voorzitter van de Zeeuwsche Werkmansbond, A. Sonke uit Krabbendijke. Een ander bestuurslid uit Wolphaartsdijk, Kole, was in 1908 overleden, terwijl Paulus van de Linde alleen nog de krant haalde als secretaris van de schietvereniging.

Te Wolphaartsdijk was in maart 1905 onder voorzitterschap van de hervormde predikant een CNWB-afdeling opgericht met 13 leden, een aantal dat in 1906 nog maar tot 23 leden gegroeid was en in 1908 tot 36 plus 5 donateurs. Nadien leidde de afdeling een kwijnend bestaan, terwijl EMM nog ruim een decennium bloeide onder voorzitterschap van M. Kloosterman die de plaatselijke landbouwers diverse malen met looneisen confronteerde.

Auteur

-Jan Zwemer, 2013

Bronnen

Archivalia

-Zeeuws Archief, Middelburg Archief ZLM-afdeling Oost-Zuid-Beveland, inv.nr. 2, notulen bestuurs- en algemene vergaderingen 1844-1906, notulen 11 november 1905.

Literatuur

-Verslagen betreffende den oeconomischen toestand der landarbeiders in Nederland. II Utrecht – Limburg, (’s-Gravenhage, 1908) 280.

-J. Zwemer, Onrust en welvaart. Het platteland van de Zeeuwse eilanden in het tijdvak van de Eerste Wereldoorlog, 1910-1922 (Vlissingen, 2011) 96-97.

Sites

-Goessche Courant, 12 februari, 24 februari, 23 juni en 18 juli 1903; 2 februari, 8 maart, 7 april en 26 mei 1904; 11 april, 6 mei, 11 mei, 1 juli, 18 oktober, 5 december en 16 december 1905; 15 december 1906 en 4 juli 1908.

-Krantenbank Zeeland, De Zeeuw, 15-16 en 21 december 1905.