Schof

Uit Wiki Zeeuwse Bibliotheek
Ga naar: navigatie, zoeken
Schof, schoft
Pauze tussen de schof van de aardappeloogst te Westkapelle, foto: N. Flipse-Roelse, ca. 1942, ZB, Beeldbank Zeeland, recordnr. 56120.

Een schof of schoft (Noord-Zeeland) was in de landbouw in Zeeland voor circa 1960 de benaming voor de tijd waarin gewerkt werd tussen twee officiële rustpauzes, meestal zo’n drie à vier uur. De pauzes tussen de schoven werden benut voor het drinken van koffie met brood of het gebruiken van de maaltijd. Het woord schof werd ook buiten de landbouw wel gebruikt en ook buiten Zeeland, maar het begrip bleef in de landbouw het langst bestaan. Op Schouwen-Duiveland werkte men rond 1906 met drie schoven op een dag, met pauzes van een uur, waarbij het middelste schof nog door een kleine pauze van een kwartier in tweeën werd gedeeld. ’s Winters werkte men er twee schoven, waarbij het ochtendschof halverwege een pauze van een kwartier had.

Zuid-Beveland, Walcheren, Noord-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen

Op Zuid-Beveland werd rond 1906 in vier schoven gewerkt met tussenin pauzes van respectievelijk een half uur (koffie), anderhalf uur (warm eten) en een half uur (koffie). Op Walcheren werkte men vier schoven, onderbroken door pauzes van een uur (na circa 1910 een half uur), een uur en een half uur, waarbij het middelste schof nog onderbroken werd door een pauze van een half uur. Op Noord-Beveland werkte men rond 1906 drie schoven met pauzes van een half en een heel uur voor respectievelijk koffie en de warme maaltijd. In het najaar was er hier een extra pauze tijdens het middagschof (van een half uur) en begon men ’s morgens een kwartier vroeger met werken. Mogelijk hield dit verschil verband met het zware oogstwerk in het najaar: op Noord-Beveland werden veel aardappelen en suikerbieten verbouwd die allemaal met de hand werden geoogst. Een extra pauze tijdens dit bijzonder zware werk was beslist geen luxe. Ook in Zeeuws-Vlaanderen schijnt de werkdag over het algemeen in vier schoven verdeeld te zijn geweest.

Advertentie voor verhuur van een wied-machines ‘per schof of per dag’ bij J.J. Matthijsse, in Zierikzeesche Nieuwsbode, 16-5-1899, pag. 3.

In de traditionele situatie werd het loon van de landarbeiders door de boeren berekend in dagen en schoven. ‘Schof’ of ‘schoft’ werd overigens, met name buiten Zeeland, ook wel gebruikt als benaming voor de pauze tussen twee werktijden waarin, dus de tijd waarin werd geschaft.

AUTEUR

-Jan Zwemer, 2013

LITERATUUR

-H.C.M. Ghijsen (red.), Woordenboek der Zeeuwse Dialecten (Amsterdam/Brussel, 1974) 841-842.

-Verslagen betreffende den oeconomischen toestand der landarbeiders in Nederland (’s Gravenhage, 1908) 252-253, 269, 278.

-J. Zwemer, Een zekel om geit-eten te snieën. De geschiedenis van de landarbeiders op Walcheren 1900-1940 (Middelburg, 1986) 76-77.