Marjolein, Wilde

Uit Wiki ZB
Ga naar: navigatie, zoeken
Marjolein, Wilde (origanum Vulgáre).

Kruidachtige plant behorend tot de familie der lipbloemigen. Heeft behaarde tegenoverstaande blaadjes, paars-rose bloempjes en een karakteristieke geur en smaak. Wordt om dit laatste veel gebruikt als toekruid. Belangrijker als toekruid is de majoraan (Majorána horténsis), die ook wel marjolein genoemd wordt. Deze plant wordt vaak geteeld. De wilde marjolein is een zeldzame plant die in Nederland op slechts een beperkt aantal plaatsen voorkomt op kalkrijke lemige grond. De belangrijkste gebieden zijn Zuid-Limburg, sommige delen van het rivierengebied en delen van de Zeeuwse eilanden. In Zeeland vindt men deze plant vooral op droge kruidenrijke dijkhellingen, met name op Schouwen, in de Zak van Zuid-Beveland en in Zeeuws-Vlaanderen rond de Braakman. Was vroeg er wellicht algemener. In de jaren '30 kwam de marjolein nog op verschillende plaatsen op Noord-Beveland voor. Thans is zij hier verdwenen. Een dergelijke achteruitgang hangt wellicht samen met het vrijwel verdwijnen van de schaapskudden van de Zeeuwse dijken. Hierna is of het agrarisch gebruik geïntensiveerd of de dijkvegetatie sterk verruigd door overwoekering van planten als kweek, dauwbraam of brandnetel. In beide gevallen verdwijnen een aantal karakteristieke dijkplanten.


AUTEUR

A.M.M. van Haperen