Joos(t) Banckert

Uit Wiki ZB
Ga naar: navigatie, zoeken
Joos(t) Banckert
JoosBanckert.JPG
Portret van Joost Banckert, vlootvoogd van Zeeland, Cornelis van Dalen (I), P.I. Vos, 1612 - 1665, gravure en ets, bron: Rijksmuseum.nl
Geboren 1598? Vlissingen
Overleden 12 september 1647 Atlantische Oceaan
Beroep vice-admiraal
VIAF [1]


Inleiding

Joos Banckert diende zowel bij de Admiraliteit van Zeeland als bij de West-Indische Compagnie (WIC). Hij nam in 1639, in de nadagen van zijn lange carrière deel aan de befaamde slag bij Duins. Hij overleed in 1647 op de Atlantische Oceaan als vice-admiraal van een Zeeuwse vloot die terugkeerde van een expeditie in Brazilië.

Van scheepsjongen tot kapitein

De familienaam van de Banckerts was Van Trappen, doorgaans met het bijvoegsel ‘geseit Ban(c)kert.’ Gaandeweg de zeventiende eeuw werd dit vervangen door Banckert en werd de naam Van Trappen weggelaten.[1] De stamvader was Joos van Trappen, die op 5 januari 1596 te Middelburg overleed. Diens twee zoons, Michiel en Adriaen, bereikten beiden de rang van kapitein ter zee. Michiel werd in 1559 geboren en werd bekend als bestrijder van kapers tijdens de Tachtigjarige Oorlog; hij overleed in 1618. De latere vice-admiraal Joos Banckert[2] was zijn zoon. Hij werd waarschijnlijk in 1599 te Vlissingen geboren.[3]

De precieze geboortedatum van Joos Banckert is helaas niet bekend, waardoor er toch onduidelijkheid blijft over zijn eerste reis.[4] Hij monsterde in ieder geval rond zijn elfde levensjaar op 3 juni 1610 in Veere aan als jongen op de admiraliteitsvlieboot Zeepaert, waarop zijn vader kapitein was. Ook de volgende twee reizen bleef Joos als jongen aan boord meereizen met de Zeepaert, maar hij klom ondertussen wel op in de rangorde. Op 18 juli 1612 monsterde Joos als schrijver aan op het schip Arent. Na twee reizen gemaakt te hebben verliet hij de Arent op 18 mei 1614, maar op diezelfde dag nog monsterden hij en zijn vader aan op ’s lands schip Valcke. Naast schrijver diende hij nu ook als kwartiermeester. Joos Banckert was dus veel op zee, maar gezien zijn jaarlijkse aan- en afmonstering zou het kunnen dat de schepen niet het gehele jaar in dienst waren. De daaropvolgende vier jaar bleef Joos kwartiermeester, maar tussen 18 oktober 1618 en 18 juni 1621 zeilde hij opnieuw op het schip Arent dat nu onder bevel van kapitein Jan de Cock, ‘gesegt jonge Breen’ stond. Joos Banckert zal ongeveer 22 jaar oud geweest zijn toen hij op 25 maart 1621 als schipper werd aangesteld op ’s lands schip Zeehont, dat onder kapitein Abraham de Moor voer. Vermoedelijk nam Banckert het commando over, want hij monsterde pas op 1 juli 1622 af, terwijl kapitein De Moor slechts tot 15 maart aan boord bleef. De volgende reis, aan boord van ’s lands schip Zeeridder werd Banckert opnieuw aangesteld als schipper, ditmaal onder kapitein Josias de Moor. Hij monsterde op 2 maart 1625 af, maar niet voordat hij op 1 november 1624 tot kapitein van het schip was benoemd. Hij zal dus ongeveer 25 jaar oud geweest zijn toen hij definitief kapitein werd.[5]

Inmiddels was Joos gehuwd met Adriaantje Jans en woonde hij in de Walstraat in Vlissingen.[6] Joos ging in 1625 opnieuw op kruistocht en onderging zijn vuurdoop toen zijn schip door dertien Duinkerkers werd aangevallen. Ondanks de eis tot overgave vocht hij door en wist hij drie van zijn tegenstanders tot zinken te brengen om vervolgens met een doorboorde kiel en een kaalgeschoten dek te ontsnappen. Uit deze tijd stamt ook het verhaal dat hij in een gevecht met twee Spaanse schepen, die hem insloten, zijn zoon Adriaan met brandende lont bij de kruitkamer had achtergelaten met het bevel zich aan zijn bevelen te houden, omdat hij hem anders de ‘kop zou kloven.’ Ook aan deze aanval ontsnapte Joos Banckert en bij thuiskomst ontving hij een uitnodiging van de bewindhebbers van de WIC.[7]

WIC

In 1624 was de Allerheiligenbaai bij Brazilië verloren gegaan en Joos werd onder admiraal Boudewijn Hendriksz. aangesteld om de baai weer op de Portugezen te heroveren. De expeditie mislukte, waarschijnlijk omdat het eskader te gering van omvang was. Toen admiraal Hendriksz. overleed, begon de bemanning te muiten. Wel slaagde Joos Banckert als commandeur van drie schepen erin om voor de kust van Hispaniola bij een aanval op vier bewapende koopvaarders er hiervan twee tot zinken te brengen en er één op te brengen.[8]

In 1627 vertrok Joos Banckert met het schip Neptunus opnieuw naar West-Indië om als vice-admiraal in de expeditie van Piet Hein te dienen. Hij zeilde met zijn smaldeel op eigen gelegenheid vanuit Tobago naar Heins vloot, die voor Havana lag. Op 7 september kwamen tien Spaanse zeilen in zicht. Dit was een deel van de Zilvervloot, die op de lichten van de Nederlanders aankoerste. Zodra zij hun vergissing bemerkten vluchtten de Spaanse schepen de baai van Matanzas in. Daar liepen zij aan de grond en kon Piet Hein de Spaanse Zilvervloot met gemak veroveren.[9]

Volgens Poortvliet zou Banckert in de daaropvolgende jaren op een koopvaardijschip tussen Zeeland en Londen gevaren hebben, maar op basis van de chronologische gegevens kan dit tussen 1627 en 1629 hooguit enkele maanden zijn geweest. In 1629 werd Banckert opnieuw door de WIC aangesteld als vice-admiraal; ditmaal onder Hendrik Loncq. Tijdens deze expeditie naar Brazilië werden de stad Olinda en een aantal Portugese forten ingenomen. Met de inname van Pernambuco hadden de kapiteins zich voorlopig werkeloos gemaakt. Banckert vond echter weer snel emplooi, want de Admiraliteit van Zeeland meldde op 7 mei 1630 dat Banckert zou worden aangesteld op het schip Gloeijendeoven, dat een bemanning van 85 koppen had. In 1631 voerde hij vervolgens het commando over de admiraliteitsschepen Middelburg en Luipaart.[10]

Duins

Spaanse vloot verslagen in de zeeslag bij Duins, 1639, Petrus Johannes Schotel, Frans Buffa en Zonen, Ruurt de Vries, 1848 - 1855, lithografie, bron: Rijksmuseum.nl

Banckert kreeg in 1631 het commando over een blokkadevloot die voor de Vlaamse kust lag. Later dat jaar bracht hij onder Johan Evertsen een konvooi naar Frankrijk dat voor de Vlaamse kust werd opgewacht door de Spaanse zeemacht onder de Duinkerker admiraal Jacques Collaert. Hoewel Banckerts schip door twee schepen werd ingeklemd, hield hij stand en bracht hij het schip van Collaert tot zinken. De Vlaamse admiraal en enkele van zijn bemanningsleden werden als gevangenen naar Vlissingen overgebracht. In 1637 toen Banckert als commandeur van Zeeland was aangesteld, zeilde hij uit met vijf schepen toen hij onder de kust van Engeland zeven Duinkerker oorlogsschepen ontmoette. Banckert viel samen met Adriaen Swart aan en schoot bij de voorste Duinkerker de voorsteng af. Het eerste salvo van Banckert bezorgde de Duinkerker veertig doden en gewonden. Twee vijandige schepen wisten gedurende de nacht bij Wight binnen te lopen, maar de andere twee werden buitgemaakt en ook deze krijgsgevangenen werden naar Vlissingen gebracht. Banckert heeft niet alleen in dienst van de admiraliteit tegen de Duinkerker kapers geopereerd. In 1637 zou hij zich in een vloot van particuliere kruisers ter kaapvaart tegen de Duinkerkers hebben bevonden. Over successen van deze tocht, waaraan ook De Ruyter deelnam, is echter niets bekend. In de volgende jaren bleef hij op Duinkerken kruisen en wist enkele zeegevechten te winnen en verschillende schepen buit te maken. Dat bleek de opmaat voor zijn bekendste daad.[11]

In 1639 bestond de vrees dat de Spanjaarden een vloot uitrustten die versterkingen voor het leger in Spaans-Vlaanderen zou aanvoeren. Als tegenactie werd een smaldeel in de Republiek samengesteld om in het Kanaal te kruisen. Maarten Harpertszoon Tromp was bevelhebber. Vice-admiraal Witte de With hield zich met enige schepen in de nabijheid op, terwijl Joos Banckert als commandeur de haven van Duinkerken moest blokkeren. De Spaanse Armada bestond uit 67 schepen en 24.000 koppen. Tromps smaldeel bestond slechts uit dertien schepen, maar hij wist zich nog voor de slag met De With te verenigen. Met zeventien schepen nam de slag in de morgen van de 16de september 1639 een aanvang.[12] Door opkomende mist en het uitwijken van de Spaanse vloot naar de Engelse kust werd er de volgende dag geen slag meer geleverd. In de morgen van 18 september kwam Banckert met twaalf schepen het eskader van Tromp versterken. Spoedig werden twee schepen overwonnen. De Spanjaarden vluchten opnieuw naar de kust maar kregen in de territoriale wateren problemen met de Engelsen over het strijken van de vlag; een eerbewijs waar de Engelse admiraliteit op stond. Het verblijf van de Spanjaarden in Engelse wateren maakte het echter moeilijk voor de Nederlanders in te grijpen zonder de Engelse neutraliteit te schenden. Tromp benutte het Spaanse oponthoud om bij de Fransen in Calais nieuwe ammunitie in te slaan. Op 19 september koos hij opnieuw positie tegenover de Spaanse vloot voor het Engelse Duins. Aan de oostzijde werd de doorgang door een zandbank belet, Tromp hield de zuidelijke zijde bezet en Banckert de noordelijke doorgang. In vier weken tijd werd een zeemacht van 96 schepen en elf branders opgebouwd, die bemand was met meer dan achtduizend koppen. De oostelijke wind, die tot dan toe zeer gunstig was geweest om de Nederlandse vloot te versterken, draaide op de 21ste oktober naar het noorden en werd noordwest; ideaal voor een Nederlandse aanval. Door het ondiepe vaarwater en de beperkte manoeuvreerruimte liepen al spoedig 22 Spaanse schepen vast op de kust. Hiervan werden er zeventien door branders vernield. De Teresa, het vlaggeschip van het Portugese eskader werd met vijf branders in vuur gezet, waarna het kruitmagazijn explodeerde. Alleen door opkomende mist wist een twaalftal Portugese schepen Duinkerken te bereiken. Meer dan veertig schepen werden door de Nederlanders veroverd, tot zinken gebracht of verbrand. Veertien Spaanse schepen werden daarvan buitgemaakt en opgebracht. Zeker vijfduizend Spanjaarden vonden de dood en 1.800 werden er krijgsgevangen gemaakt. De Nederlanders verloren slechts honderd man en één schip. Direct gevolg van de zeeslag was dat de Republiek als de sterkste zeemacht werd gezien en de erkennning van de Nederlandse onafhankelijkheid in 1648 werd erdoor bespoedigd. De belangrijkste officieren, zoals Tromp, kregen van de Staten-Generaal gouden ketenen en erepenningen. In hoeverre deze expeditie Joos Banckert rijkdom bracht is niet bekend, maar in 1640 kocht hij een huis aan de Bierkaai (de oostzijde van het huidige Bellamypark), destijds een van de duurste straten van Vlissingen.[13]

Tocht naar Brazilië

Na de val van Duinkerken werden blokkade activiteiten door de marine overbodig. Banckert trad daarom opnieuw in dienst bij de WIC. Weliswaar had Johan Maurits de kolonie Pernambuco in Brazilië tot bloei gebracht, maar na diens vertrek in 1644 bedreigden de Portugezen het gebied opnieuw. Banckert kreeg in 1646 de functie van vice-admiraal toebedeeld en voerde het commando over een vloot van 52 schepen en vijfduizend man. De expeditie liep uit op een mislukking. De vloot arriveerde juist op tijd in Brazilië om de bevolking van Olinda van voedsel te voorzien. Aan de kust van Recife begonnen de moeilijkheden opnieuw. De vloot kwam verspreid aan en eenmaal aan de kust stak een eerdere muiterij opnieuw de kop op. Tot overmaat van ramp ontbrandde meteen een strijd los tussen de zittende en de met Banckert komende regenten omdat de laatsten de eersten belasterden en beschuldigden. Banckert had Recife nog juist op tijd bereikt om overgave aan de Portugezen te voorkomen, maar er was veel extra hulp nodig om de defensie van de kolonie te versterken. Temidden van deze moeilijke omstandigheden moest Banckert kruistochten op de kust ondernemen. Daarbij of misschien juist daarom, toonde hij zich een ware houwdegen. Bij het eiland Taparipa werden tweeduizend indianen, die naar de Portugezen waren overgelopen, vermoord inclusief vrouwen en kinderen. Het eiland moest echter spoedig worden opgegeven omdat de macht van de Portugezen in de omgeving weer spoedig op sterkte was gebracht. Banckert bleef op zee de Portugezen bestrijden. In de baai van Todos werden vijf Portugese schepen buitgenomen, ter waarde van twee miljoen gulden. Vierhonderd Portugezen sneuvelden. Nog eens 250 anderen werden gevangen genomen en aan de kiel van het schip vastgespijkerd en zo naar Recife gezeild. Nabij Bahia de Todos os Santos werden later nog eens vier Portugese schepen veroverd. Ofschoon Joos Banckert na Duins al de bijnaam ‘Gesel der Spanjaarden’ kreeg, werd hij na deze actie ook nog de ‘Schrik der Portugezen.[14]

De bewindhebbers van de WIC en de Staten-Generaal waren te verdeeld en afwachtend om deze successen uit te buiten. De WIC had Joos Banckert inmiddels in 1647 teruggeroepen van zijn missie. Een nieuwe expeditievloot onder Witte de With zou in 1648 naar Brazilië vertrekken, maar was te zwak en de Braziliaanse kolonie ging in 1654 weer verloren. Op weg naar de Republiek werd Joos Banckert rond de evenaar ziek en twaalf dagen na vertrek stierf hij, 49 jaar oud.[15] De nieuwe commandant had hem een zeemansgraf willen geven, maar twee zonen van Joos Banckert, die ook op het schip dienden, vonden dat hun vader in Vlissingen begraven moest worden. Vermoedelijk zijn dit Joos (de jonge) en Johan geweest. Warnsinck meent zelfs dat zijn zoon Adriaan Banckert kapitein was op het schip waar Joos Banckert vlagofficier was. De kist werd van binnen en buiten met pek geteerd, het lichaam daarin gelegd en met drie dubbele ‘presennings’ bekleed.' Op 6 november 1647 kwam het schip voor de rede van Fort Rammekens voor anker. Het stoffelijk overschot van Joos Banckert werd meegenomen naar Vlissingen, waar hij in de Jacobskerk werd begraven. Boven zijn graf werd in 1648 zijn wapen gehangen.[16]

Waardering

Lofdicht op Joos Banckert, gezegd van Trappen (1599-1647), commandeur der vloot van Zeeland, admiraal in dienst van de West-Indische Compagnie, met halsketen en ornament met twee krijgslieden en lofdicht in kalligrafie. Bijgevoegd zijn handtekening. Collectie KZGW, ZI IV, 201

Net als Michiel de Ruyter kon ook de jonge Joos Banckert aan wal niet aarden en ging hij daarom naar zee. Hij zou diverse rangen doorlopen voordat hij kapitein werd. Dat was in 1624. Na zijn diensttijd bij de WIC werd hij in 1637 door de Admiraliteit van Zeeland bevorderd tot commandeur, nog diezelfde expeditie werd hij ook vice-admiraal, maar dit was slechts tijdelijk van 1 oktober tot 11 januari van 1639. Voor aanvang van zijn laatste tocht, de expeditie naar Brazilië, werd hij op 12 december 1646 opnieuw aangesteld als vice-admiraal, een functie die hij tot zijn dood zou bekleden. Uitgerekend van deze laatste tocht zijn de nodige ronduit wreedaardige acties van Joos Banckert bekend, maar hij verdiende er wel zijn tweede bijnaam mee. Na de zeeslag bij Duins op 16 september 1639 werd Banckert al ‘den geesel der Maranen’(Spanjaarden) en na de expeditie naar Brazilië ook ‘den schrik der Portugeezen.’ Waardering voor de Banckerts is er altijd meer in het buitenland geweest dan in de Republiek zelf. Naar aanleiding van de slag bij Duins werd de zeeheld Tromp uitgebreid bejubeld, maar de Zeeuwen voelden zich in deze tekort gedaan. De Zeeuw Nicolaas van Reigersberch vond dat zowel Evertsen als Banckert ‘het minste teycken van erkentenissen niet is gedaan.’[17] Na diens dood bewierookte tijdgenoot Van den Bosch Banckert omdat hij een van de beste bevelhebbers ter zee zou zijn die de Staten ooit hadden gehad. Onder het scheepsvolk werd hij vooral geroemd om zijn ontsnapping aan dertien Duinkerker kapers in 1625. Daarna kwam nog de overwinning met Tromp in 1639 in de slag bij Duins. Hij deed Frankrijk een grote dienst in het beleg van Grevelingen, doordat hij de blokkade wist vast te houden. Dat gedeelte van Noord-Frankrijk, inclusief Duinkerken behoorde toen toe aan het Spaanse rijk. Warnsinck merkt op dat terwijl de Banckerts net als de familie Evertsen met een elftal aan officieren hebben deelgenomen aan alle zeeslagen in de zeventiende eeuw het feit dat hun naam geen grote bekendheid geniet niet zozeer ligt aan hun kwaliteiten als zeeman en aanvoerder, maar meer aan de omstandigheden waarin zij moesten opereren. Joos Banckert hielp onder Piet Hein de Zilvervloot nemen, onder Loncq Pernambuco op de Portugezen veroveren, onder Johan Evertsen de Duinkerkse admiraal Collaert gevangen nemen en onder Tromp De Spanjaarden bij Duins verslaan. Hoe groot zijn verdienste ook was, hij stond telkens onder bevel van een ander, eenmaal op eigen commando naar Brazilië uitgezonden bleek de expeditie door ernstige tegenspoed getroffen die buiten Banckerts invloed lag.[18]

Gedichten

Er zijn twee gedichten over Joos Banckert bekend. Dat wil zeggen de ene is duidelijk aan hem gericht, de andere noemt alleen de naam van het geslacht en niet welke zoon het hier betreft:

Bestevaâr en Joos de Moor

Die blinken zullen d’eeuwen door.

Waarvan in de historieblaân,

De Evertsen en Bankert staan,

als zijnde de voornaamste onzer zeehelden.

Bestevaar (De Ruyter) en ook Joos de Moor zijn bekend, maar of hier één bepaalde Evertsen en Banckert worden bedoeld of de gehele familie –waarschijnlijk het laatste- blijft onbekend.

Bronnen

Literatuur

-Bosch, Lambert van den, Leeven en daaden der doorluchtigste zeehelden, beginnende met de tocht na Damiaten, voorgevallen in den Jare 1217 en eindigende met den beroemden Admirael M.A. de Ruyter, Hartog, Ridd. & c. ... (Amsteldam, 1683).

-Eekhout, Luc, Het admiralenboek. De vlagofficieren van de Nederlandse marine 1382-1991 (Amsterdam 1992).

-Johan Francke, ‘den Gesel der Spanjaarden, den Schrik der Portugezen.’ Vice-admiraal Joos van Trappen genaamd Banckert, in: Tobias van Ghent en Ruud Paesie (red.), Zeeuwse zeehelden uit de zestiende en zeventiende eeuw (Vlissingen, 2012).

-Gent, T. van, 17 zeventiende eeuwse admiralen en hun zeeslagen (Den Haag, 2000).

- S.P. l’Honoré Naber, ‘Het dagboek van Hendrik Haecxs, lid van den Hoogen Raad van Brazilië (1645-1654)’, in: Bijdragen en mededeelingen van het Historisch Genootschap gevestigd te Utrecht 46 (1925) 126-311.

- Jonge, J.C. de, Het Nederlandsche zeewezen. Eerste deel (Haarlem, 2de dr., 1858).

-Moer, A. van der, ‘Adriaen Banckert (ca. 1618-1684)’, in: Marineblad (1998) 110-117.

-Poortvliet, P.F., De bemanning der schepen van de Admiraliteit van Zeeland, 1610-1793. 15 dln. ([S.l.], 1995-1998).

-Raven, G.J.A., ‘De Banckerts. De naamgevers en voorgangers van de standaard- en luchtverdedigingsfregatten, deel 4’, in: Marineblad (1982) 518-526.

-Sigmond, Peter en Wouter Kloek, Zeeslagen en zeehelden in de Gouden Eeuw (Amsterdam, 2007).

Dagbladen en periodieken

-Krantenbank Zeeland

-Middelburgsche Courant, 5 november 1938, pag. 1; 29 oktober 1939

-Provinciale Zeeuwse Courant, 19 juni 1956.

-Vlissingsche Courant, 28 mei 1921, pag. 1; 12 mei 1928, pag. 1.

Archivalia

Peter F. Poortvliet, Den Helder

-database van Zeeuwse opvarenden.


Zeeuws Archief, Middelburg

-Rekenkamer C, inv. nrs. 6394, 6443, 6453, 6473, 6483, 8114, 8124, 8153, 8203a en 8233, Rekeningen van de Admiraliteit Zeeland.

-Notulen Admiraliteit Zeeland, inv.nrs. 2456-2458, 23 augustus 1626.

Noten

  1. Van der Moer, ‘Adriaen Banckert’, 113.
  2. In dit lemma is gekozen voor het gebruik van de naam Joos (in het Zeeuwse dialect uitgesproken als Jôôs) in plaats van het Nederlandse Joost.
  3. l’Honoré Naber, ‘Het dagboek van Hendrik Haecxs’ 192-193. Haecxs is de enige tijdgenoot die de leeftijd van Joos Banckert noemt. Hij zegt nadat hij aan Banckerts sterfbed stond dat deze op 49-jarige leeftijd zou zijn overleden.
  4. ZA, 508 Rekenkamer C, inv.nr. 6394. Rekeningen van de Admiraliteit Zeeland.
  5. ZA, 508 Rekenkamer C, inv.nrs. 6443, 6453, 6473, 6483, 8114, 8124 en 8153. Rekeningen van de Admiraliteit Zeeland.
  6. Raven, ‘De Banckerts’ 519.
  7. Ibidem, 519-520.
  8. Raven, 'De Banckerts', 519-520.
  9. ZA, Notulen Admiraliteit Zeeland, inv.nrs. 2456-2458, 23 augustus 1626; idem, 508, Rekenkamer C, inv.nrs. 8203a en 8233, Rekeningen van de Admiraliteit Zeeland en Vlissingsche Courant, 28 mei 1921, pag. 5.
  10. ZA, Notulen Admiraliteit Zeeland, inv.nrs. 2456-2458, 23 augustus 1626; 508, Rekenkamer C, inv.nrs. 8203a en 8233, Rekeningen van de Admiraliteit Zeeland en Raven, ‘De Banckerts’ 520.
  11. Van den Bosch, Leeven en daaden 287-288; Vlissingsche Courant, 12 mei 1928, pag. 1 en Raven, ‘De Banckerts’ 520-521.
  12. De Jonge, Het Nederlandsche zeewezen. Eerste deel 352-354.
  13. Ibidem 355-356; Middelburgsche Courant, 29 oktober 1939 en 5 november 1938, pag. 1 en Raven, ‘De Banckerts’ 521.
  14. ’Van den Bosch, Leeven en daaden 282-286.
  15. Ibidem 286-287; Raven, ‘De Banckerts’ 521 en l’Honoré Naber, ‘Het dagboek van Hendrik Haecxs’ 189-190.
  16. l’Honoré Naber, ‘Het dagboek van Hendrik Haecxs’ 192-193; Van den Bosch, Leeven en daaden 288; Warnsinck, Twaalf doorluchtige zeehelden 117; Raven, ‘De Banckerts’ 521-522; l’Honoré Naber, ‘Het dagboek van Hendrik Haecxs’ 196-197, 210-213 en Van der Moer, ‘Adriaen Banckert’ 110.
  17. Raven, ‘De Banckerts’ 521 en Van den Bosch, Leeven en daaden 287.
  18. Warnsinck, Twaalf doorluchtige zeehelden 114.