Mathilde de Doelder

Uit Wiki ZB
Versie door Johan Francke (overleg | bijdragen) op 20 feb 2018 om 13:03
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
Mathilde de Doelder
Mathilde portret2.jpg
Geboren 7 juli 1938 Terneuzen
Overleden 25 oktober 1977 Amsterdam
VIAF [1]

Jeugd

Mathilde de Doelder groeide op als oudste in een gezin van vijf dochters in Terneuzen. Vader Pierre Jean Baptiste de Doelder was hoofdwerktuigkundige aan boord van een schip en doorgaans op zee. Moeder Elisabeth Cové zorgde grotendeels voor het gezin. Al op jonge leeftijd ging Mathilde zelfstandig wonen op een kamertje in de Irenestraat. Ze volgde het gymnasium aan het Petrus Hondius Lyceum in Terneuzen. Het huiswerk riep, maar de lokroep van de wereld nog meer, en die was vlakbij in Porgy & Bess, het muziekcafé van Frank Koulen. Ook in haar tienerjaren kleedde De Doelder zich al extravagant. Daarmee riep ze reacties op bij oudere mannen dan haarzelf. Zo kwam geschiedenisleraar Camiel Lekkerkerker van het lyceum bij de familie De Doelder vragen naar de hand van Mathilde. Vader De Doelder, die toevallig thuis was, werd woedend en trapte de man het huis uit.

Amsterdam en Willink

Op 19-jarige leeftijd vertrok Mathilde naar Amsterdam om er letterkunde en klassieke talen te gaan studeren aan de Universiteit. In Amsterdam vond ze werk als administratief medewerkster bij een boekhandel op het Damrak. Ze trok al snel in bij de veel oudere psychotherapeut Julius Bierens. Op de verzuchting van haar moeder ‘Ga nou toch eens met leuke jongens uit’, antwoordde Mathilde: ‘Nee, ik wil een oudere man, die of rijk of beroemd is.’ Via Bierens kwam zij in 1960 in contact met de schilder Carel Willink. Die was op dat moment zestig jaar, terwijl Mathilde nog maar 21 was. Willink had al twee huwelijken achter de rug en was pas net weduwnaar van zijn tweede vrouw Wilma. In zijn atelier aan de Ruysdaelkade maakte Willink apocalyptisch ruïneuze stadslandschappen van een antieke samenleving (het Derde Rijk) die ten onder ging.

Sirene met leeuwen in de Tuinen van Bomarzo, bron: Wikimedia

Door de opkomst van de modernen (Appel, Corneille en de Cobra richting) was Willink op dat moment uit de gratie in de kunstwereld. Dat veranderde zodra Mathilde een verhouding met Willink begon. Die was overigens grotendeels platonisch. Willink noemde haar ‘mijn inspirerende, mooie, verwende en kostbare muze’ en ‘ze is een superpoes, een mooi ding om in huis te hebben.’ Eerst werkte Mathilde nog als KLM-stewardess. Zodra hun gezamenlijke optreden succes begon te krijgen onderhield Willink haar. Dat succes kwam voor een niet gering deel voort uit de kleding die Willink voor De Doelder bestelde in uit boetieks aan de P.C. Hooftstraat. Hij stelde persoonlijk de krijgskleuren vast die ze als make-up ging gebruiken. Willinks werk begon weer te leven en de schilder werd weer een gevraagd artiest. Het was Mathilde die hem meenam naar de beeldentuin van Bomarzo in Italië. Een bezoek dat van enorme invloed zou zijn op het latere werk van Willink.

Mode van Fong Leng

Mathilde Willink in één van de creaties van Fong Leng op de dijk bij Vlissingen, bron: Wikimedia

In 1969 trouwde Mathilde met Willink. De schilder moest steeds meer werk verkopen om Mathilde te onderhouden. Die kocht ondertussen peperdure modeontwerpen van de Chinees-Nederlandse ontwerpster Fong Leng. Die verkocht haar onder meer zijden japonnen bestikt met extatische Aziatische tijgermotieven, die tien- tot dertigduizend gulden kostten. Tegelijkertijd ging Willink daardoor zijn werk veel beter verkopen. Mathilde Willink-de Doelder, die ondertussen bijnamen had verzameld als het Fenomeen en het Levende Kunstwerk, leefde niet langer alleen in kunst, ze wás nu ook zelf kunst.

Einde huwelijk

Mathilde Willink met een vriend tijdens het Galapersbal in Ohma (sic) hotel (Okura hotel), foto: 15 november 1975, Hans Peters, bron: Wikimedia

In 1975 pakten de eerste donkere wolken boven het paar zich samen. Willink begon een affaire met topmannequin Andrée Rupp. Toen Mathilde daarvan lucht kreeg bekogelde ze de open sportauto van Rupp met eieren. Dat sorteerde nog wel het gewenste effect, maar Willink kreeg kort daarop een ander; de schilderes Silvia Quiël. In augustus 1976 stortte Mathilde, verteerd door jaloezie, zich met een broodmes op twee schilderijen. Het portret van Wilma uit 1952 en Portret van Mathilde uit 1963. Beide doeken vergingen tot reepjes canvas, maar werden later gerestaureerd. Het huwelijk was voorgoed voorbij. Mathilde ging wonen in een door Willink betaald appartement aan de Weteringschans. Dat was pal naast poptempel Paradiso en met uitzicht op het huis van Willink aan de Ruysdaelkade. Er volgde een woordenstrijd tussen Quiël en Mathilde, die telkens met nieuwe mediastunts kwam. Zo ging ze zwemmen met dolfijnen en landde ze per parachute in een wit pak van Fong-Leng in de tuinen van Bomarzo.

Plotselinge dood

Mathilde trachtte in New York nog in het gevolg van de surrealistische schilder Salvador Dali te komen, maar dat mislukte. Na de scheiding met Willink, uitgesproken op 2 juni 1977, kreeg ze 62.500 gulden, een eerste deel van de schadevergoeding, mee. In september opende ze daarmee haar eigen galerie. Twee weken later werd ze dood in haar appartement gevonden. Haar dood is met raadselen omgeven. Mathilde ging die laatste weken om met de Amsterdamse maffia die via haar de jetset van de stad van cocaïne voorzag. Ze werd dood gevonden met een pistool dat door de Amsterdamse onderwereld werd gebruikt. De rechtshandige Mathilde zou zelfmoord hebben gepleegd door zichzelf door het linkeroor te schieten. Iets dat praktisch vrijwel onuitvoerbaar is. Voor de politie blijft zelfmoord echter de doodsoorzaak. Dit ondanks dat een CID-rechercheur en de commissaris van de politie zelf daar niet in geloven.

Aandacht in cultuur en media na haar dood

Affiche van de theaterproductie Mathilde die in 2010 door Louis van Beek werd gespeeld, ZB, Beeldbank Zeeland, recordnr. 24572

Thriller auteur Thomas Ross schreef in 2003 'Mathilde' waar in romanvorm een reconstructie van de zelfmoord van Mathilde de Doelder wordt gegeven. Een jaar eerder al werd een documentaire over haar leven gemaakt door Jasmina Fekovic en Bastiaan van der Velde. In 2010 speelde Louis van Beek Mathilde de Doelder in de voorstelling Mathilde, die veel lof oogstte.

Invloed

Mathilde de Doelder werd slechts 39 jaar, maar was een voorbeeld voor een reeks Nederlandse sterren die na haar kwamen. Ze was één van de eerste bekende Nederlanders die zichzelf beroemd maakte. Die zichzelf op de voorgrond schoof in een tijd dat dit niet gebruikelijk was. Tegelijkertijd verloochende ze haar afkomst nooit. Haar zware, typisch Zeeuws-Vlaamse tongval (met het uitspreken van de h in plaats van de g) gaf haar exotische verschijning een nog extravaganter tintje mee. Mathilde de Doelder is beslist één van de kleurrijkste Zeeuwsen geweest. Over haar beweegredenen voor haar levensstijl heeft ze zich meermalen uitgesproken. Zo omschreef ze de reden om samen met de veel oudere Willink te leven met de woorden van de Romeinse wijsgeer Tacitus: ‘Wie geen talent heeft, doet het beste in de schaduw van een groot man te leven.’ Ze deed zich dan ook vaak dommer voorkomen dan de intelligente vrouw die ze in werkelijk was. Ze werd daarmee de oppermuze van de Amsterdamse kunst-scene en grondlegger van het ik-tijdperk en was de koningin van het nachtleven.

Auteur

-Johan Francke, 2015

Bronnen

Literatuur

Film