Gezondheid

Uit Wiki ZB
Versie door Johan Francke (overleg | bijdragen) op 4 jul 2017 om 07:43
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
Jongen kijkt naar een glas bier tijdens Bevrijdingsfestival 2007 in Vlissingen, foto: Jaap Wolterbeek, 5 mei 2007, ZB, Beeldbank Zeeland, recordnr. 106409

Algemeen

Gezondheid kan worden gedefinieerd als het vermogen om je aan te passen en een eigen regie te voeren, gegeven de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.[1] Deze definitie benadrukt de veerkracht (resilience) van mensen. In een dynamische, op veerkracht gerichte benadering kunnen mensen met een ziekte leren omgaan en daarnaast tóch nog behoorlijk gezond in het leven staan. Mensen kunnen dus – naast hun ziekte – gezond zijn. Negatief geformuleerd, is gezondheid de afwezigheid van ziekte. Positief geformuleerd, is gezondheid een middel om een zinvol leven te leiden. Je zou in die zin van van ‘positieve gezondheidszorg’ kunnen speken.[2]

Gezondheidszorg in het begin van de 21ste eeuw richt zich op de opbouw van weerstand (preventie) en de vorming van veerkracht (resilience) om uit een verstoring te komen of zich daaraan aan te passen. Dit sluit aan bij de verschuiving van de aandacht naar het omgaan met chronische klachten op basis van de waargenomen groei van het aantal mensen met een chronische aandoening.

De vergrijzing zet door. Van de generatie voor de 80+ zijn veel Zeeuwen terechtgekomen in de levensfase van actieve ouderdom (60-80 jaar), waarin vooral informele zorg (mantelzorgers en vrijwilligers) een belangrijke rol speelt.

Ervaren gezondheid

De algemene beleving van de eigen gezondheid is in Zeeland tussen 2009 en 2013 veranderd. In de categorie (zeer) goed zien we in 2013 een significant lagere uitkomst dan in 2009 en men antwoordt in 2013 vaker dan in 2009 ‘gaat wel’. Hoewel men dus niet rechtstreeks aangeeft dat men vaker de gezondheid als (zeer) slecht ervaart, verschuiven de antwoorden van ‘goed’ naar ‘gaat wel’. Vrouwen zeggen vaker te kampen te hebben met gezondheidsproblemen dan mannen, maar bij mannen is het aandeel dat hun gezondheid als (zeer) goed ervaart teruggelopen van 82% naar 77%.

Oordeel over eigen gezondheid, % van de bevolking van 16 jaar en ouder (2013), bron: SCOOP

Mogelijk moet dit in verband worden gebracht met de effecten van een economische crisis, waaronder (dreigend) verlies van werk. Er zijn aanwijzingen dat een economische crisis mensen bezorgder maakt over hun gezondheid en mogelijk ook werkelijk invloed heeft op de gezondheid.[3] Gedurende een crisis blijken er volgens Amerikaans onderzoek opvallend veel internet-zoekopdrachten te worden gegeven die samenhangen met stress en gezondheid. Tijdens deze periode wordt er opvallend vaak gezocht op stressgerelateerde onderwerpen als hoofdpijn (41% vaker), hernia (37%), pijn op de borst (35%) en hartritmestoornissen (32%). Ook op rugpijn, maagklachten, kiespijn en gewrichtsaandoeningen wordt vaker gezocht gedurende de recessie. Dit beeld zien we mogelijk terug in Zeeland. Er is een belangrijke relatie tussen wat mensen doen en hoe gezond ze zich voelen. Mensen die werken of naar school gaan, voelen zich het gezondst. En juist onder de werkenden is de ervaren gezondheid tussen 2009 en 2013 teruggelopen.

Voor wat betreft de zelfredzaamheid geeft acht op de tien Zeeuwen aan geheel zelfstandig en zonder moeite het huishouden te kunnen doen (schoonmaken, boodschappen doen enzovoort). Voor het leggen en onderhouden van sociale contacten geldt dit voor negen op de tien Zeeuwen. In Sluis zijn de inwoners beduidend minder vaak zelfredzaam dan in de rest van Zeeland. Dit geldt in mindere mate ook voor de inwoners van de gemeente Hulst.

Eenzaamheid

De mate van eenzaamheid kan men zien als maat voor sociale ongezondheid. Bijna één op de vijf Zeeuwen (19%) voelt zich soms eenzaam; 2% van de Zeeuwse bevolking, één op de vijftig, voelt zich (bijna) altijd eenzaam. Uit onderzoek onder die bevolking blijkt voorts een stijging van eenzaamheid. Daarnaast is de eenzaamheid in Zeeland hoger dan gemiddeld in Nederland. In Nederland is 37% van de volwassenen en 45% van de ouderen eenzaam, terwijl dat in Zeeland respectievelijk 42% en 49% betreft. Bij volwassenen is het aantal (zeer) ernstig eenzamen gestegen van 7% (in 2009) naar 10%.[4]

Mannen voelen zich in het algemeen vaker eenzaam dan vrouwen; 80-plussers voelen zich vaker eenzaam dan mensen in andere levensfasen. Opvallend is dat gevoelens van eenzaamheid onder jongvolwassenen zijn toegenomen. Onder de huishoudtypes zien we in de categorie van de alleenstaanden de meeste eenzamen.

Als we kijken naar de Zeeuwse gemeenten valt op dat inwoners van Hulst zich significant vaker weleens of (bijna) altijd eenzaam voelen dan gemiddeld. Ook Noord-Beveland telt significant meer inwoners die zich (bijna) altijd eenzaam voelen. In Reimerswaal of Veere zijn significant minder bewoners die zich weleens eenzaam voelen. In Kapelle (0,4%) en Tholen wonen significant minder inwoners die zich (bijna) altijd eenzaam voelen.

Bewegen

Bron: SCOOP

In Nederland bestaat de NNGB, de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Het betreft een algemeen advies omtrent bewegen en gezondheid, met name de preventie van hart- en vaataandoeningen. Wie 5 of meer dagen tenminste 30 minuten matig intensief beweegt (fietsen, stevig wandelen, tuinieren en andere lichaamsbeweging op school/werk, in het huishouden of in de vrije tijd), haalt de NNGB.[5] Gebleken is dat de helft van de Zeeuwse bevolking aan deze norm voldoet. Als we kijken naar de verschillende Zeeuwse gemeenten, blijkt dat Goes en Veere (beide 54%) het hoogste aandeel inwoners van 18 jaar en ouder telt dat voldoet aan de NNGB. Zij scoren significant hoger dan gemiddeld. De laagste percentages zijn te vinden in Hulst, Kapelle (beide 45%), Noord-Beveland (46%) en Sluis (47%). Deze gemeenten hebben een significant lagere score dan gemiddeld.

Uit onderzoek over de afgelopen jaren blijkt dat het aantal dagen waarop Zeeuwen matig intensief bewegen afneemt. Maar in vergelijking met andere verenigingen is het lidmaatschap van sportverenigingen slechts licht teruggelopen, van 31% in 2009 naar 30% in 2013.

Roken

Rokers 2012, Nationale Atlas Volksgezondheid

Volgens cijfers uit 2012 rookt 22,8% van de nationale bevolking van 19 jaar en ouder.[6] Met name in verstedelijkte gebieden in de Randstad en landelijke regio’s in het noorden (Groningen, Friesland en Drenthe), oosten (Twente) en zuiden (Zuid-Limburg) van het land wordt het meest gerookt. Het percentage rokers is het hoogst in Amsterdam (26,1%), terwijl in Limburg-Noord, Zuid-Holland-Zuid en Noord- en Oost-Gelderland het minst wordt gerookt (ongeveer één op de vijf). De verschillen zouden onder andere verklaard kunnen worden door regionale variaties in leeftijd en geslacht.

Vergeleken met Nederland wordt in Zeeland matig gerookt. Niettemin rookt nog bijna altijd een kwart (23%) van de 15-jarige Zeeuwen. Van de 19 t/m 64-jarigen lag dit aandeel in 2012 iets hoger; van de 65-plussers duidelijk lager (12%). Opvallend is dat onder 15-jarigen, kinderen uit Noord-Beveland en Tholen significant vaker roken dan gemiddeld. Onder degenen tussen 19 en 65 jaar waren dat inwoners van de gemeente Borsele. Onder mensen van 65 jaar en ouder rookten inwoners uit Borsele, Noord-Beveland en Vlissingen in 2012 significant vaker dan gemiddeld in Zeeland.

Dat roken ongezond is, is inmiddels algemeen bekend. Roken was in 2012 verantwoordelijk voor 20.000 sterfgevallen in Nederland.[7] Bij mensen boven de twintig jaar is een groot deel van de sterfgevallen door longkanker, COPD en kanker in het hoofdhalsgebied te wijten aan roken. Roken is ook een risicofactor voor diverse andere aandoeningen, zoals aandoeningen aan hart en bloedvaten. Behalve rokers lopen ook mensen die meeroken (passief roken) meer risico op onder meer longkanker en hart- en vaatziekten. Wanneer moeders tijdens de zwangerschap (passief) roken, lopen hun kinderen eveneens meer risico op gezondheidsproblemen.

Alcohol

Percentage jongeren en volwassenen dat overmatig alcohol gebruikt (2011, 2012), bron: SCOOP

Per 1 januari 2014 is in Nederland de verhoging van de leeftijdsgrens uit de Drank- en Horecawet (DHW) ingegaan.[8] Vanaf die datum mogen jongeren onder de 18 jaar geen alcoholische dranken meer gebruiken of in hun bezit hebben. Voorheen lag die grens bij 16 jaar. Er mag dus alcohol aan jongeren beneden de achttien worden verkocht, noch mogen ze zich er op openbare plaatsen (bij evenementen, op straat, in parken, stationshallen en parkeergarages) mee vertonen.[9] Deze aanvullende maatregel lijkt aan te sluiten bij de thans bekende feiten rondom de gevolgen van alcohol, zowel voor volwassenen als jongeren. Een bekende aanname is: ‘Twee glazen (of glaasjes) voor mannen en één voor vrouwen, dan drinkt men verantwoord en hoeft men zich geen zorgen te maken. Sterker nog, een beetje alcohol is misschien wel gezond’. Recent oncologisch onderzoek echter (van meer dan 200 wetenschappers wereldwijd) trekt die aanname in twijfel.[10] ‘Verantwoord alcoholgebruik’, zo menen de onderzoekers, bestaat feitelijk niet. Het is namelijk nooit verantwoord te noemen om alcohol te nuttigen, aangezien in theorie iedere druppel schadelijk (kankerverwekkend) is. Strikt genomen, bestaat er dus geen veilige ondergrens. Daarom spreekt men liever over ‘aanvaardbaar alcoholgebruik’, waarbij het risico wordt geminimaliseerd tot respecievelijk één (vrouwen) en twee (mannen) glazen per dag.

‘Overmatig alcoholgebruik’ kan worden omschreven als het nutigen van tenminste 5 alcoholische dranken bij één gelegenheid, en dat minimaal tweemaal gedurende een periode van vier weken.[11] Voor volwassenen kan voor mannen een grens worden gehanteerd van tenminste 1 keer per week 6 glazen of meer; voor vrouwen tenminste 1 keer per week 4 glazen of meer. Cijfers over alcoholgebruik in Zeeland geven het volgende beeld. Van de 15-jarigen in Zeeland gebruikt ongeveer één op de drie overmatig alcohol. 15-jarigen uit Hulst, Noord-Beveland en Tholen onderscheiden zich door significant vaker dan gemiddeld overmatig alcohol te gebruiken. Het percentage 19 t/m 64-jarigen in Zeeland dat overmatig alcohol gebruikt, lag in 2012 aanzienlijk lager dan onder 15-jarigen in 2011. Bijna één op de 12 Zeeuwen in deze leeftijdscategorie behoorde tot deze groep. Deze waren significant vaker woonachtig in Vlissingen. Van de categorie 65 jaar en ouder gebruikte 7% overmatig alcohol. Als we kijken naar de gemeenten waren Middelburg en Veere de negatieve uitschieters.

Overgewicht

De zogeheten Body Mass Index (BMI) is een internationaal erkende maat voor de berekening van onder- of overgewicht.[12] Wanneer we de lengte en het gewicht van een persoon weten, kunnen we bepalen of iemand onder- of overgewicht heeft, namelijk door het gewicht van iemand te delen door het kwadraat van zijn lengte (in meters). In 1981-1983 gaf 33,1% van de volwassenen aan overgewicht te hebben. In 2011-2013 was dat opgelopen tot 48,1%. In 2011-2013 werd in Drenthe het hoogste percentage gemeten: van de volwassenen gaf 55,8% aan overgewicht te hebben. Utrecht heeft in 2011-2013 met 43,9% het laagste percentage.

Overgewicht kan leiden tot allerlei ziekten en aandoeningen, zoals diabetes, hart- en vaatziekten, vormen van kanker, maar ook zaken als depressie en angststoornissen. Dikke kinderen hebben bovendien vaak te maken met stigmatisering, vooral meisjes. Hierdoor hebben zij meer kans op een lagere zelfwaardering en daarmee samenhangende psychosociale problemen, zoals eenzaamheid, verdriet en gespannenheid. Tieners met ernstig overgewicht zitten slechter in hun vel en hebben vaker suïcidegedachten. Oorzaak en gevolg zijn hier onduidelijk. Het kan zijn dat zij door hun sombere gevoelens meer zijn gaan eten, waardoor ernstig overgewicht juist het gevolg is en niet de oorzaak.

Percentage van de bevolking met overgewicht, inclusief obesitas (BMI >=25) (2012), bron: SCOOP

Zowel Zeeuwse kinderen als volwassenen kampen met overgewicht. Zo heeft één op de elf vijfjarigen feitelijk overgewicht. In de gemeenten Sluis en Terneuzen ligt dit aandeel significant hoger. Het percentage met overgewicht onder 10- en 13-jarigen ligt iets hoger. Van de 10-jarigen vertoont bijna één op de negen overgewicht, van de 13-jarigen iets meer. Onder 10-jarigen is het aandeel met overgewicht significant hoog in Sluis en Veere; onder 13-jarigen in (eveneens) Sluis en Tholen. Opvallend is overigens dat bij alle onderscheiden leeftijdscategorieën tot en met 13 jaar kinderen uit Sluis significant vaker overgewicht hebben. Cijfers uit 2010 laten zien dat ongeveer één op de elf Zeeuwse jongeren van 12 t/m 18 jaar met overgewicht te kampen heeft.

Uit cijfers over volwassen Zeeuwen blijkt dat het percentage met overgewicht sterk toeneemt naarmate de leeftijd stijgt. Van alle 19 t/m 64-jarigen kampt bijna de helft met overgewicht. Dit betreft significant vaak inwoners uit Sluis en Tholen. Van de inwoners van 65 jaar en ouder denkt bijna 6 op de 10 overgewicht te hebben. Dit betreft significant vaak ouderen uit Terneuzen en Tholen.

Levensverwachting

Gebleken is dat de gemiddelde levensverwachting voor Zeeuwen boven het landelijk gemiddelde ligt. Zowel bij mannen als vrouwen ligt deze een half jaar hoger. Aansluitend blijkt het sterftecijfer voor Zeeland lager uit te vallen dan voor Nederland als geheel. Opmerkelijk is dat Kapelle en Veere een significant lager sterftecijfer hebben dat door kanker is veroorzaakt. Noord-Beveland, Tholen en Vlissingen onderscheiden zich op dit punt in negatieve zin.

Gezondheid van Zeeland anno 2014

Vergeleken met de rest van Nederland gaat het met de gezondheid van Zeeuwen over het algemeen niet slecht. Zojuist bleek al dat hun levensverwachting hoger en hun sterftecijfer lager ligt dan gemiddeld. Opmerkelijk is dat Zeeuwen niettemin hun gezondheid minder positief beoordelen dan de jaren voor 2014, hetgeen wellicht door de economische crisis kan worden verklaard. Op het gebied van eenzaamheid echter scoort Zeeland hoger dan Nederland; vooral Zeeuwse mannen voelen zich nogal eens eenzaam. Verder voldoet ongeveer de helft van de Zeeuwen aan de NNGB, dus hier moeten nog wat stappen worden gezet.

Hetzelfde geldt voor roken en drinken. Ofschoon vergeleken met Nederland in Zeeland matig wordt gerookt, rookt nog bijna altijd een kwart (23%) van de 15-jarige Zeeuwen. Voorts gebruikt van de Zeeuwse 15-jarigen ongeveer één op de drie overmatig alcohol, terwijl dat voor de categorie 65 jaar en ouder 7% bedraagt. Tot slot blijft ook overgewicht een uitdaging voor de Zeeuwen, zowel voor volwassenen als kinderen, alsmede voor hun (a)sociale omgeving. Vooral dikke kinderen hebben aanvullend te lijden onder stigmatisering, met als gevolg meer kans op een lagere zelfwaardering en daarmee samenhangende psychosociale problemen.

Auteur

Hans Clement (2014)

Literatuur

-Bagnardi, V. et al., ‘Light alcohol drinking and cancer: a meta-analysis’, in: Annals of Oncology, august 2012.

-Catalano, R., ‘Health, Medical Care and Economic Crisis’, in: The New England Journal of Medicine, Vol. 360/2009, pp. 749-751.

-GGD, Gezondheidsmonitor 2012. Een overzicht van de cijfers (Goes, 2013).

-Gorsel, W. van, Sociale atlas Zeeland 2013 (Middelburg, 2013).

-Huber, M. et al., ‘Health: how should we define it?’, in: British Medical Journal, Vol. 343/2011, pp. 235-237.

-Nationale Atlas Volksgezondheid: Rokers 2012 (versie 4.17, september 2014).

-Nationale Atlas Volksgezondheid: Overgewicht 1981-2013 (versie 4.17, september 2014).

-Nationaal Kompas Volksgezondheid: Roken (versie 4.17, juni 2014).

-Nationaal Kompas Volksgezondheid: Overgewicht (versie 4.17, juni 2014).

-Stap - Nederlands instituut voor alcoholbeleid, Alcohol & Kanker

-Trimbos-instituut, Wet en beleid. Leeftijdsgrens naar 18 jaar

-Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Wijziging Drank- en Horecawet over verhoging alcoholleeftijd in Staatsblad (2013)

-Wereld Kanker Onderzoek Fonds, Alcohol en kanker

-Wouw, D. van der et al., Staat van Zeeland. Zeeland in tijden van crisis (Middelburg, 2014).

Noten

  1. Vgl. Huber, Health: how should we define it?. Het huidige lemma bevat enkele hoofdpunten uit voornamelijk twee door SCOOP gepubliceerde en digitaal te raadplegen bronnen: 1) Van Gorsel, Sociale atlas Zeeland 2013 en 2) Van der Wouw, Staat van Zeeland 2013. Feitelijk zijn in het lemma teksten van beide bronnen opgenomen, zowel in geciteerde als in bewerkte vorm.
  2. Huber, Health: how should we define it?
  3. Catalano, Health, Medical Care and Economic Crisis
  4. GGD, Gezondheidsmonitor 2012
  5. Daarnaast is er ook nog een fitnorm. Er bestaat een belangrijk verschil tussen het verbeteren van gezondheid en het verbeteren van fitheid. Gezondheidswinst wordt al bereikt via activiteiten met een lage tot matige intensiteit. Om echt fit te worden is echter méér nodig. De fitnorm voor volwassen gaat uit van minstens 3 maal per week 20 minuten inspannende lichaamsbeweging. Het gaat om activiteiten waarbij de hartslag flink omhoog gaat, de ademhaling dieper wordt en transpiratie optreedt. Voorbeelden zijn sporten of het omspitten van de tuin. Fitheid beschermt niet alleen tegen hart- en vaataandoeningen (de NNGB), maar ook tegen andere, veelvoorkomende welvaartsziekten.
  6. Nationale Atlas Volksgezondheid: Rokers 2012
  7. Nationaal Kompas Volksgezondheid: Roken
  8. VNG, Wijziging Drank- en Horecawet
  9. Trimbos-instituut, Wet en beleid
  10. Vgl. Stap, Alcohol & Kanker; Wereld Kanker Onderzoek Fonds, Alcohol en kanker; Bagnardi, Light alcohol drinking and cancer
  11. Vgl. Nationale Atlas Volksgezondheid: Overgewicht 1981-2013
  12. Vgl. Nationaal Kompas Volksgezondheid: Overgewicht