<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Marja</id>
	<title>encyclopedie van zeeland - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Marja"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/Speciaal:Bijdragen/Marja"/>
	<updated>2026-04-14T08:42:40Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.45.1</generator>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Driewegen_(bij_Borssele)&amp;diff=13759</id>
		<title>Driewegen (bij Borssele)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Driewegen_(bij_Borssele)&amp;diff=13759"/>
		<updated>2014-10-21T13:59:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
|above =Driewegen&lt;br /&gt;
(bij Borssele)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Dorp in de nieuwe gemeente *Borsele, Zuid-Beveland; tot 1 januari 1970 een zelfstandige gemeente waarin het niet meer bestaande *Coudorpe; landbouwdorp; 461 inw. (1980); opp. 657 ha.&lt;br /&gt;
Wapen: Op de wapenkaart van Smallegange komt een gecombineerd wapen voor van Driewegen en Coudorpe met drie dwarsbalken voor Driewegen, een sprekend wapen dus, en drie gesteelde bloemen voor Coudorpe. Bij de wapenbevestiging op 31 juli 1817 bleven alleen de drie dwarsbalken over.&lt;br /&gt;
Vlag: De gemeentevlag van Driewegen toonde twee evenlange banen rood en wit, met in de witte baan het wapenschild. Deze vlag werd door de gemeenteraad vastgesteld op 26 april 1954.&lt;br /&gt;
Monumenten: De N.H.kerk uit 1678, op last van de ambachtsheren Frederik en Emmerik van Watervliet gebouwd, is een rechthoekige zaalkerk met toren; de westgevel is versierd met gebeeldhouwde natuursteen en is een voorbeeld van het 17e-eeuwse Hollandse klassicisme in Zeeland.&lt;br /&gt;
Geschiedenis: Als gehucht ontstaan op een driesprong van wegen; reeds genoemd in 1351. Het is in de I 6e eeuw dorp geworden mede door ontvolking van het zuidwestelijk ervan gelegen dorp *Coudorpe. Voor de Reformatie behoorde Driewegen nog tot de parochie Coudorpe. Na de&lt;br /&gt;
Reformatie werden Coudorpe en Driewegen gecombineerd met *Ovezande. Coudorpe-Driewegen behielden echter een zekere zelfstandigheid als gemeente. De eerste predikant kwam er in&lt;br /&gt;
1582. Vanaf 1907 is er hier ook een Geref.Kerk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
A.J. Beenhakker, J.A. Trimpe Burger, Hulsbergen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
C. Dekker, Zuid-Beveland. Bijlo, Predikantenmoord.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AFBEELDING&lt;br /&gt;
Gezicht op de Dorpsstraat te Driewegen (midden I8e eeuw). Potloodtekening, gewassen in 0.I.&lt;br /&gt;
inkt, door J. Bulthuis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Driewegen_(bij_Borssele)&amp;diff=13758</id>
		<title>Driewegen (bij Borssele)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Driewegen_(bij_Borssele)&amp;diff=13758"/>
		<updated>2014-10-21T13:58:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
|above =Driewegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(bij Borssele)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Dorp in de nieuwe gemeente *Borsele, Zuid-Beveland; tot 1 januari 1970 een zelfstandige gemeente waarin het niet meer bestaande *Coudorpe; landbouwdorp; 461 inw. (1980); opp. 657 ha.&lt;br /&gt;
Wapen: Op de wapenkaart van Smallegange komt een gecombineerd wapen voor van Driewegen en Coudorpe met drie dwarsbalken voor Driewegen, een sprekend wapen dus, en drie gesteelde bloemen voor Coudorpe. Bij de wapenbevestiging op 31 juli 1817 bleven alleen de drie dwarsbalken over.&lt;br /&gt;
Vlag: De gemeentevlag van Driewegen toonde twee evenlange banen rood en wit, met in de witte baan het wapenschild. Deze vlag werd door de gemeenteraad vastgesteld op 26 april 1954.&lt;br /&gt;
Monumenten: De N.H.kerk uit 1678, op last van de ambachtsheren Frederik en Emmerik van Watervliet gebouwd, is een rechthoekige zaalkerk met toren; de westgevel is versierd met gebeeldhouwde natuursteen en is een voorbeeld van het 17e-eeuwse Hollandse klassicisme in Zeeland.&lt;br /&gt;
Geschiedenis: Als gehucht ontstaan op een driesprong van wegen; reeds genoemd in 1351. Het is in de I 6e eeuw dorp geworden mede door ontvolking van het zuidwestelijk ervan gelegen dorp *Coudorpe. Voor de Reformatie behoorde Driewegen nog tot de parochie Coudorpe. Na de&lt;br /&gt;
Reformatie werden Coudorpe en Driewegen gecombineerd met *Ovezande. Coudorpe-Driewegen behielden echter een zekere zelfstandigheid als gemeente. De eerste predikant kwam er in&lt;br /&gt;
1582. Vanaf 1907 is er hier ook een Geref.Kerk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
A.J. Beenhakker, J.A. Trimpe Burger, Hulsbergen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
C. Dekker, Zuid-Beveland. Bijlo, Predikantenmoord.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AFBEELDING&lt;br /&gt;
Gezicht op de Dorpsstraat te Driewegen (midden I8e eeuw). Potloodtekening, gewassen in 0.I.&lt;br /&gt;
inkt, door J. Bulthuis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Driewegen_(bij_Borssele)&amp;diff=13757</id>
		<title>Driewegen (bij Borssele)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Driewegen_(bij_Borssele)&amp;diff=13757"/>
		<updated>2014-10-21T13:58:28Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
|above =Driewegen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(bij Borssele)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Dorp in de nieuwe gemeente *Borsele, Zuid-Beveland; tot 1 januari 1970 een zelfstandige gemeente waarin het niet meer bestaande *Coudorpe; landbouwdorp; 461 inw. (1980); opp. 657 ha.&lt;br /&gt;
Wapen: Op de wapenkaart van Smallegange komt een gecombineerd wapen voor van Driewegen en Coudorpe met drie dwarsbalken voor Driewegen, een sprekend wapen dus, en drie gesteelde bloemen voor Coudorpe. Bij de wapenbevestiging op 31 juli 1817 bleven alleen de drie dwarsbalken over.&lt;br /&gt;
Vlag: De gemeentevlag van Driewegen toonde twee evenlange banen rood en wit, met in de witte baan het wapenschild. Deze vlag werd door de gemeenteraad vastgesteld op 26 april 1954.&lt;br /&gt;
Monumenten: De N.H.kerk uit 1678, op last van de ambachtsheren Frederik en Emmerik van Watervliet gebouwd, is een rechthoekige zaalkerk met toren; de westgevel is versierd met gebeeldhouwde natuursteen en is een voorbeeld van het 17e-eeuwse Hollandse klassicisme in Zeeland.&lt;br /&gt;
Geschiedenis: Als gehucht ontstaan op een driesprong van wegen; reeds genoemd in 1351. Het is in de I 6e eeuw dorp geworden mede door ontvolking van het zuidwestelijk ervan gelegen dorp *Coudorpe. Voor de Reformatie behoorde Driewegen nog tot de parochie Coudorpe. Na de&lt;br /&gt;
Reformatie werden Coudorpe en Driewegen gecombineerd met *Ovezande. Coudorpe-Driewegen behielden echter een zekere zelfstandigheid als gemeente. De eerste predikant kwam er in&lt;br /&gt;
1582. Vanaf 1907 is er hier ook een Geref.Kerk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
A.J. Beenhakker, J.A. Trimpe Burger, Hulsbergen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
C. Dekker, Zuid-Beveland. Bijlo, Predikantenmoord.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AFBEELDING&lt;br /&gt;
Gezicht op de Dorpsstraat te Driewegen (midden I8e eeuw). Potloodtekening, gewassen in 0.I.&lt;br /&gt;
inkt, door J. Bulthuis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Driewegen_(bij_Borssele)&amp;diff=13756</id>
		<title>Driewegen (bij Borssele)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Driewegen_(bij_Borssele)&amp;diff=13756"/>
		<updated>2014-10-21T13:58:00Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
|above =Driewegen&lt;br /&gt;
(bij Borssele)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Dorp in de nieuwe gemeente *Borsele, Zuid-Beveland; tot 1 januari 1970 een zelfstandige gemeente waarin het niet meer bestaande *Coudorpe; landbouwdorp; 461 inw. (1980); opp. 657 ha.&lt;br /&gt;
Wapen: Op de wapenkaart van Smallegange komt een gecombineerd wapen voor van Driewegen en Coudorpe met drie dwarsbalken voor Driewegen, een sprekend wapen dus, en drie gesteelde bloemen voor Coudorpe. Bij de wapenbevestiging op 31 juli 1817 bleven alleen de drie dwarsbalken over.&lt;br /&gt;
Vlag: De gemeentevlag van Driewegen toonde twee evenlange banen rood en wit, met in de witte baan het wapenschild. Deze vlag werd door de gemeenteraad vastgesteld op 26 april 1954.&lt;br /&gt;
Monumenten: De N.H.kerk uit 1678, op last van de ambachtsheren Frederik en Emmerik van Watervliet gebouwd, is een rechthoekige zaalkerk met toren; de westgevel is versierd met gebeeldhouwde natuursteen en is een voorbeeld van het 17e-eeuwse Hollandse klassicisme in Zeeland.&lt;br /&gt;
Geschiedenis: Als gehucht ontstaan op een driesprong van wegen; reeds genoemd in 1351. Het is in de I 6e eeuw dorp geworden mede door ontvolking van het zuidwestelijk ervan gelegen dorp *Coudorpe. Voor de Reformatie behoorde Driewegen nog tot de parochie Coudorpe. Na de&lt;br /&gt;
Reformatie werden Coudorpe en Driewegen gecombineerd met *Ovezande. Coudorpe-Driewegen behielden echter een zekere zelfstandigheid als gemeente. De eerste predikant kwam er in&lt;br /&gt;
1582. Vanaf 1907 is er hier ook een Geref.Kerk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
A.J. Beenhakker, J.A. Trimpe Burger, Hulsbergen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
C. Dekker, Zuid-Beveland. Bijlo, Predikantenmoord.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AFBEELDING&lt;br /&gt;
Gezicht op de Dorpsstraat te Driewegen (midden I8e eeuw). Potloodtekening, gewassen in 0.I.&lt;br /&gt;
inkt, door J. Bulthuis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Driewegen_(bij_Borssele)&amp;diff=13755</id>
		<title>Driewegen (bij Borssele)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Driewegen_(bij_Borssele)&amp;diff=13755"/>
		<updated>2014-10-21T13:57:02Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;{{Infobox |above =Driewegen }} Dorp in de nieuwe gemeente *Borsele, Zuid-Beveland; tot 1 januari 1970 een zelfstandige gemeente waarin het niet meer bestaande *Coud...&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
|above =Driewegen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Dorp in de nieuwe gemeente *Borsele, Zuid-Beveland; tot 1 januari 1970 een zelfstandige gemeente waarin het niet meer bestaande *Coudorpe; landbouwdorp; 461 inw. (1980); opp. 657 ha.&lt;br /&gt;
Wapen: Op de wapenkaart van Smallegange komt een gecombineerd wapen voor van Driewegen en Coudorpe met drie dwarsbalken voor Driewegen, een sprekend wapen dus, en drie gesteelde bloemen voor Coudorpe. Bij de wapenbevestiging op 31 juli 1817 bleven alleen de drie dwarsbalken over.&lt;br /&gt;
Vlag: De gemeentevlag van Driewegen toonde twee evenlange banen rood en wit, met in de witte baan het wapenschild. Deze vlag werd door de gemeenteraad vastgesteld op 26 april 1954.&lt;br /&gt;
Monumenten: De N.H.kerk uit 1678, op last van de ambachtsheren Frederik en Emmerik van Watervliet gebouwd, is een rechthoekige zaalkerk met toren; de westgevel is versierd met gebeeldhouwde natuursteen en is een voorbeeld van het 17e-eeuwse Hollandse klassicisme in Zeeland.&lt;br /&gt;
Geschiedenis: Als gehucht ontstaan op een driesprong van wegen; reeds genoemd in 1351. Het is in de I 6e eeuw dorp geworden mede door ontvolking van het zuidwestelijk ervan gelegen dorp *Coudorpe. Voor de Reformatie behoorde Driewegen nog tot de parochie Coudorpe. Na de&lt;br /&gt;
Reformatie werden Coudorpe en Driewegen gecombineerd met *Ovezande. Coudorpe-Driewegen behielden echter een zekere zelfstandigheid als gemeente. De eerste predikant kwam er in&lt;br /&gt;
1582. Vanaf 1907 is er hier ook een Geref.Kerk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
A.J. Beenhakker, J.A. Trimpe Burger, Hulsbergen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
C. Dekker, Zuid-Beveland. Bijlo, Predikantenmoord.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AFBEELDING&lt;br /&gt;
Gezicht op de Dorpsstraat te Driewegen (midden I8e eeuw). Potloodtekening, gewassen in 0.I.&lt;br /&gt;
inkt, door J. Bulthuis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Cutsee&amp;diff=13754</id>
		<title>Cutsee</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Cutsee&amp;diff=13754"/>
		<updated>2014-10-21T13:48:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;{{Infobox |above =Cutsee (Cutzee) }} Voormalig water in Zuid-Beveland, gelegen onder Wemeldinge; als benaming van land wordt deze hydroniem vermeld o.a. in 1582; he...&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
|above =Cutsee (Cutzee)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Voormalig water in Zuid-Beveland, gelegen onder Wemeldinge; als benaming van land wordt deze hydroniem vermeld o.a. in 1582; het water bestond reeds in de 12e eeuw. De naam Cutsee is afgeleid van *Gusaha, of van de persoonsnaam Cuddin.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
J. Kuipers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
C. Dekker, Zuid-Beveland. C. Phipse, De Wemeldingse Chezeeweg, 124-125.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Laurens_Craen&amp;diff=13748</id>
		<title>Laurens Craen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Laurens_Craen&amp;diff=13748"/>
		<updated>2014-10-21T13:35:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
|above =Craen, Laurens&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Middelburg? 1642 - ?, 1664)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Stillevenschilder te Middelburg, vermeld van 1642-1664. In 1642 schreef hij een brief aan Constantijn Huygens om zijn diensten aan te bieden aan prins Frederik Hendrik. Van 1655-1664 was hij lid van het gilde te Middelburg. Van Laurens Craen is een aantal stillevens bekend van het type dat &#039;ontbijtje&#039; wordt genoemd: een compositie van broodjes, oesters, citroenen, een wijnglas en dergelijke, in rustige kleuren tegen een egale achtergrond. Zijn werk sluit zowel aan bij de rustiger opvatting van Pieter Claesz als bij de rijkere composities van Jan Davidsz de Heem. Opvallend in zijn schilderijen is de manier, waarop hij grillige druivenranken laat meespelen in de compositie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
A.J. Beenhakker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
Thieme-Becker VIII. 44. Vroom, Schilders van het monochrome banketje, 121-124.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Laurens_Craen&amp;diff=13747</id>
		<title>Laurens Craen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Laurens_Craen&amp;diff=13747"/>
		<updated>2014-10-21T13:35:21Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
|above =Craen, Laurens&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Middelburg? 1642 - ?, 1664)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Stillevenschilder te Middelburg, vermeld van 1642-1664. In 1642 schreef hij een brief aan Constantijn Huygens om zijn diensten aan te bieden aan prins Frederik Hendrik. Van 1655-1664 was hij lid van het gilde te Middelburg. Van Laurens Craen is een aantal stillevens bekend van het type dat &#039;ontbijtje&#039; wordt genoemd: een compositie van broodjes, oesters, citroenen, een wijnglas en dergelijke, in rustige kleuren tegen een egale achtergrond. Zijn werk sluit zowel aan bij de rustiger opvatting van Pieter Claesz als bij de rijkere composities van Jan Davidsz de Heem. Opvallend in zijn schilderijen is de manier, waarop hij grillige druivenranken laat meespelen in de compositie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
A.J. Beenhakker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
Thieme-Becker VIII. 44. Vroom, Schilders van het monochrome banketje, 121-124.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Laurens_Craen&amp;diff=13746</id>
		<title>Laurens Craen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Laurens_Craen&amp;diff=13746"/>
		<updated>2014-10-21T13:34:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
|above =Craen, Laurens&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Middelburg? 1642 - ?, 1664)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Stillevenschilder te Middelburg, vermeld van 1642-1664. In 1642 schreef hij een brief aan Constantijn Huygens om zijn diensten aan te bieden aan prins Frederik Hendrik. Van 1655-1664 was hij lid van het gilde te Middelburg. Van Laurens Craen is een aantal stillevens bekend van het type dat &#039;ontbijtje&#039; wordt genoemd: een compositie van broodjes, oesters, citroenen, een wijnglas en dergelijke, in rustige kleuren tegen een egale achtergrond. Zijn werk sluit zowel aan bij de rustiger opvatting van Pieter Claesz als bij de rijkere composities van Jan Davidsz de Heem. Opvallend in zijn schilderijen is de manier, waarop hij grillige druivenranken laat meespelen in de compositie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
A.J. Beenhakker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
Thieme-Becker VIII. 44. Vroom, Schilders van het monochrome banketje, 121-124.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Laurens_Craen&amp;diff=13745</id>
		<title>Laurens Craen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Laurens_Craen&amp;diff=13745"/>
		<updated>2014-10-21T13:34:05Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
|above =Craen, Laurens&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Middelburg? 1642 - ?, 1664)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Stillevenschilder te Middelburg, vermeld van 1642-1664. In 1642 schreef hij een brief aan Constantijn Huygens om zijn diensten aan te bieden aan prins Frederik Hendrik. Van 1655-1664 was hij lid van het gilde te Middelburg. Van Laurens Craen is een aantal stillevens bekend van het type dat &#039;ontbijtje&#039; wordt genoemd: een compositie van broodjes, oesters, citroenen, een wijnglas en dergelijke, in rustige kleuren tegen een egale achtergrond. Zijn werk sluit zowel aan bij de rustiger opvatting van Pieter Claesz als bij de rijkere composities van Jan Davidsz de Heem. Opvallend in zijn schilderijen is de manier, waarop hij grillige druivenranken laat meespelen in de compositie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
A.J. Beenhakker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
Thieme-Becker VIII. 44. Vroom, Schilders van het monochrome banketje, 121-124.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Laurens_Craen&amp;diff=13744</id>
		<title>Laurens Craen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Laurens_Craen&amp;diff=13744"/>
		<updated>2014-10-21T13:33:30Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
|above =Craen, Laurens&lt;br /&gt;
(Middelburg? 1642 - ?, 1664)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Stillevenschilder te Middelburg, vermeld van 1642-1664. In 1642 schreef hij een brief aan Constantijn Huygens om zijn diensten aan te bieden aan prins Frederik Hendrik. Van 1655-1664 was hij lid van het gilde te Middelburg. Van Laurens Craen is een aantal stillevens bekend van het type dat &#039;ontbijtje&#039; wordt genoemd: een compositie van broodjes, oesters, citroenen, een wijnglas en dergelijke, in rustige kleuren tegen een egale achtergrond. Zijn werk sluit zowel aan bij de rustiger opvatting van Pieter Claesz als bij de rijkere composities van Jan Davidsz de Heem. Opvallend in zijn schilderijen is de manier, waarop hij grillige druivenranken laat meespelen in de compositie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
A.J. Beenhakker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
Thieme-Becker VIII. 44. Vroom, Schilders van het monochrome banketje, 121-124.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Laurens_Craen&amp;diff=13743</id>
		<title>Laurens Craen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Laurens_Craen&amp;diff=13743"/>
		<updated>2014-10-21T13:30:22Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;{{Infobox |above =Craen, Laurens }} Stillevenschilder te Middelburg, vermeld van 1642-1664. In 1642 schreef hij een brief aan Constantijn Huygens om zijn diensten a...&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
|above =Craen, Laurens&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Stillevenschilder te Middelburg, vermeld van 1642-1664. In 1642 schreef hij een brief aan Constantijn Huygens om zijn diensten aan te bieden aan prins Frederik Hendrik. Van 1655-1664 was hij lid van het  ilde te Middelburg. Van Laurens Craen is een aantal stillevens bekend van het type dat &#039;ontbijtje&#039; wordt  enoemd: een compositie van broodjes, oesters, citroenen, een wijnglas e.d., in rustige kleuren tegen een egale achtergrond. Zijn werk sluit zowel aan bij de rustiger opvatting van Pieter Claesz als bij de rijkere composities van Jan Davidsz de Heem. Opvallend in zijn schilderijen is de manier, waarop hij grillige druivenranken laat meespelen in de compositie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
A.J. Beenhakker&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
Thieme-Becker VIII. 44. Vroom, Schilders van het monochrome banketje, 121-124.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuw]]&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Buskruit&amp;diff=13742</id>
		<title>Buskruit</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Buskruit&amp;diff=13742"/>
		<updated>2014-10-21T13:18:22Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
|above   =Buskruit&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een ontplofbaar mengsel van salpeter, zwavel en houtskool, ongeveer in de gewichtsverhouding 75:10:15. Het kwam in Europa omstreeks 1350 in gebruik om, met een lont tot ontploffing gebracht, een loden kogel voort te drijven uit een buis (&#039;busre&#039;), die aan één zijde gesloten was. Naast zulke vuurwapens bleven nog ruim een eeuw lang ook boog en pijlen als strijdwapens van praktisch belang, o.a. omdat daarmee per tijdseenheid veel vaker kon worden geschoten dan met de toenmalige vuurwapens. In 1373/74 was de stad Middelburg verplicht een legerafdeling uit te rusten om deel te nemen aan een veldtocht van de landsheer (Albrecht van Beieren, graaf van Holland en Zeeland) en kocht daartoe te Brugge salpeter en zwavel om `donderbuscrucie&#039; te bereiden, benevens lood om &#039;donderbuscloten&#039; te gieten. Het fijnstampen en mengen van de bestanddelen geschiedde aanvankelijk met de hand, hetgeen gevaar voor ontploffing met verwonding en brand meebracht. Het stadsbestuur van Middelburg verbood dan ook herhaaldelijk dit werk aan huis te doen en wees er later een toren voor aan (nl. de Duvelstoren, die ongeveer bij de tegenwoordige Bellink brug stond). Reeds kort na 1400 werd het bereiden van buskruit gemechaniseerd. Een oliemolen was voor stampen en persen ingericht en kon (te Middelburg in 1411) met kleine wijzigingen ook voor de bereiding van buskruit gebruikt worden. Later werden speciale kruitmolens gebouwd. De stedelijke schutterijen, die oorspronkelijk uit boogschutters bestonden en die als gilden georganiseerd waren, gingen tussen 1450 en 1500 ter verdediging der stad steeds meer op vuurwapens van verschillend kaliber over. Te Middelburg werd in 1509 naast de bestaande schuttersgilden van de handboog (St.-Sebastiaan) en van de voetboog (St.-Joris) een afzonderlijk gilde van de `hantbusse en couleuvriniers&#039; opgericht. De ze laatsten hanteerden een vrij lang en dun vuurwapen, dat aan een slang (couleuvre) deed denken. Hun gebouw en oefenbaan lag aan de zuidzijde van de Dam. Toen zij daar niet langer gehandhaafd konden worden, kregen zij een nieuw terrein buiten de Langeviele-poort, waar van 1607 tot 1611 een nieuw gebouw voor hen gesticht werd. Zwavel werd vanouds uit de landen rond de Middellandse Zee aangevoerd. Salpeter werd meestal in Vlaanderen aangekocht, maar kon in het Europese klimaat slechts in beperkte hoeveelheden gewonnen worden. Toen door de Oostindische Compagnie een scheepvaartverbinding met het Verre Oosten tot stand gebracht was, kon salpeter voordeliger en in groter hoeveelheden uit India aangevoerd worden. Deze aanvoer zal er dan ook wel aanleiding toe gegeven hebben, dat er in de 18e eeuw op Middelburgs grondgebied drie kruitmolens waren, genaamd de Grenadier, de Eendracht en de Gouden Draak, alle buiten de stad nabij het toenmalige havenkanaal, waarlangs nu de Nieuwlandse Wee ligt. De herinnering aan laatstgenoemde kruitmolen wordt levendig gehouden door de straatnaam &#039;Kruitmolenlaan&#039; te Middelburg Technische bijzonderheden van de inrichtin g dezer kruitmolens zijn ons niet bekend. Waarschijnlijk waren het rosmolens, waarin de drijfkracht geleverd werd door een paard, dat in een kring rondliep en aldus een as in beweging bracht. De molenstenen waren waarschijnlijk een stilliggende steen en twee, verticaal op de legger staande, rollende stenen (Kollerwerk). Te Vlissingen stond aan de landzijde een kruitmolen, die in 1701 door een ontploffing verwoest, bij de duinen herbouwd is en tot begin der 19e eeuw bestaan heeft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
P.J. v.d. Feen, E. van Wijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
Kesteloo, Stadsrekeningen I. Zelandia Illustrata I, 652. Paspoort, Zeeland. Unger, Bronnen geschiedenis Middelburg I en II. Vermeulen, Kruitmolen. 10-11.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geschiedenis]]&lt;br /&gt;
[[category:krijgskunde]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Buskruit&amp;diff=13741</id>
		<title>Buskruit</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Buskruit&amp;diff=13741"/>
		<updated>2014-10-21T13:16:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Buskruit&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een ontplofbaar mengsel van salpeter, zwavel en houtskool, ongeveer in de gewichtsverhouding 75:10:15. Het kwam in Europa omstreeks 1350 in gebruik om, met een lont tot ontploffing gebracht, een loden kogel voort te drijven uit een buis (&#039;busre&#039;), die aan één zijde gesloten was. Naast zulke vuurwapens bleven nog ruim een eeuw lang ook boog en pijlen als strijdwapens van praktisch belang, o.a. omdat daarmee per tijdseenheid veel vaker kon worden geschoten dan met de toenmalige vuurwapens. In 1373/74 was de stad Middelburg verplicht een legerafdeling uit te rusten om deel te nemen aan een veldtocht van de landsheer (Albrecht van Beieren, graaf van Holland en Zeeland) en kocht daartoe te Brugge salpeter en zwavel om `donderbuscrucie&#039; te bereiden, benevens lood om &#039;donderbuscloten&#039; te gieten. Het fijnstampen en mengen van de bestanddelen geschiedde aanvankelijk met de hand, hetgeen gevaar voor ontploffing met verwonding en brand meebracht. Het stadsbestuur van Middelburg verbood dan ook herhaaldelijk dit werk aan huis te doen en wees er later een toren voor aan (nl. de Duvelstoren, die ongeveer bij de tegenwoordige Bellink brug stond). Reeds kort na 1400 werd het bereiden van buskruit gemechaniseerd. Een oliemolen was voor stampen en persen ingericht en kon (te Middelburg in 1411) met kleine wijzigingen ook voor de bereiding van buskruit gebruikt worden. Later werden speciale kruitmolens gebouwd. De stedelijke schutterijen, die oorspronkelijk uit boogschutters bestonden en die als gilden georganiseerd waren, gingen tussen 1450 en 1500 ter verdediging der stad steeds meer op vuurwapens van verschillend kaliber over. Te Middelburg werd in 1509 naast de bestaande schuttersgilden van de handboog (St.-Sebastiaan) en van de voetboog (St.-Joris) een afzonderlijk gilde van de `hantbusse en couleuvriniers&#039; opgericht. De ze laatsten hanteerden een vrij lang en dun vuurwapen, dat aan een slang (couleuvre) deed denken. Hun gebouw en oefenbaan lag aan de zuidzijde van de Dam. Toen zij daar niet langer gehandhaafd konden worden, kregen zij een nieuw terrein buiten de Langeviele-poort, waar van 1607 tot 1611 een nieuw gebouw voor hen gesticht werd. Zwavel werd vanouds uit de landen rond de Middellandse Zee aangevoerd. Salpeter werd meestal in Vlaanderen aangekocht, maar kon in het Europese klimaat slechts in beperkte hoeveelheden gewonnen worden. Toen door de Oostindische Compagnie een scheepvaartverbinding met het Verre Oosten tot stand gebracht was, kon salpeter voordeliger en in groter hoeveelheden uit India aangevoerd worden. Deze aanvoer zal er dan ook wel aanleiding toe gegeven hebben, dat er in de 18e eeuw op Middelburgs grondgebied drie kruitmolens waren, genaamd de Grenadier, de Eendracht en de Gouden Draak, alle buiten de stad nabij het toenmalige havenkanaal, waarlangs nu de Nieuwlandse Wee ligt. De herinnering aan laatstgenoemde kruitmolen wordt levendig gehouden door de straatnaam &#039;Kruitmolenlaan&#039; te Middelburg Technische bijzonderheden van de inrichtin g dezer kruitmolens zijn ons niet bekend. Waarschijnlijk waren het rosmolens, waarin de drijfkracht geleverd werd door een paard, dat in een kring rondliep en aldus een as in beweging bracht. De molenstenen waren waarschijnlijk een stilliggende steen en twee, verticaal op de legger staande, rollende stenen (Kollerwerk). Te Vlissingen stond aan de landzijde een kruitmolen, die in 1701 door een ontploffing verwoest, bij de duinen herbouwd is en tot begin der 19e eeuw bestaan heeft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
P.J. v.d. Feen, E. van Wijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
Kesteloo, Stadsrekeningen I. Zelandia Illustrata I, 652. Paspoort, Zeeland. Unger, Bronnen geschiedenis Middelburg I en II. Vermeulen, Kruitmolen. 10-11.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geschiedenis]]&lt;br /&gt;
[[category:krijgskunde]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Buskruit&amp;diff=13738</id>
		<title>Buskruit</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Buskruit&amp;diff=13738"/>
		<updated>2014-10-21T13:11:52Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Buskruit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een ontplofbaar mengsel van salpeter, zwavel en houtskool, ongeveer in de gewichtsverhouding 75:10:15. Het kwam in Europa omstreeks 1350 in gebruik om, met een lont tot ontploffing gebracht, een loden kogel voort te drijven uit een buis (&#039;busre&#039;), die aan één zijde gesloten was. Naast zulke vuurwapens bleven nog ruim een eeuw lang ook boog en pijlen als strijdwapens van praktisch belang, o.a. omdat daarmee per tijdseenheid veel vaker kon worden geschoten dan met de toenmalige vuurwapens. In 1373/74 was de stad Middelburg verplicht een legerafdeling uit te rusten om deel te nemen aan een veldtocht van de landsheer (Albrecht van Beieren, graaf van Holland en Zeeland) en kocht daartoe te Brugge salpeter en zwavel om `donderbuscrucie&#039; te bereiden, benevens lood om &#039;donderbuscloten&#039; te gieten. Het fijnstampen en mengen van de bestanddelen geschiedde aanvankelijk met de hand, hetgeen gevaar voor ontploffing met verwonding en brand meebracht. Het stadsbestuur van Middelburg verbood dan ook herhaaldelijk dit werk aan huis te doen en wees er later een toren voor aan (nl. de Duvelstoren, die ongeveer bij de tegenwoordige Bellink brug stond). Reeds kort na 1400 werd het bereiden van buskruit gemechaniseerd. Een oliemolen was voor stampen en persen ingericht en kon (te Middelburg in 1411) met kleine wijzigingen ook voor de bereiding van buskruit gebruikt worden. Later werden speciale kruitmolens gebouwd. De stedelijke schutterijen, die oorspronkelijk uit boogschutters bestonden en die als gilden georganiseerd waren, gingen tussen 1450 en 1500 ter verdediging der stad steeds meer op vuurwapens van verschillend kaliber over. Te Middelburg werd in 1509 naast de bestaande schuttersgilden van de handboog (St.-Sebastiaan) en van de voetboog (St.-Joris) een afzonderlijk gilde van de `hantbusse en couleuvriniers&#039; opgericht. De ze laatsten hanteerden een vrij lang en dun vuurwapen, dat aan een slang (couleuvre) deed denken. Hun gebouw en oefenbaan lag aan de zuidzijde van de Dam. Toen zij daar niet langer gehandhaafd konden worden, kregen zij een nieuw terrein buiten de Langeviele-poort, waar van 1607 tot 1611 een nieuw gebouw voor hen gesticht werd. Zwavel werd vanouds uit de landen rond de Middellandse Zee aangevoerd. Salpeter werd meestal in Vlaanderen aangekocht, maar kon in het Europese klimaat slechts in beperkte hoeveelheden gewonnen worden. Toen door de Oostindische Compagnie een scheepvaartverbinding met het Verre Oosten tot stand gebracht was, kon salpeter voordeliger en in groter hoeveelheden uit India aangevoerd worden. Deze aanvoer zal er dan ook wel aanleiding toe gegeven hebben, dat er in de 18e eeuw op Middelburgs grondgebied drie kruitmolens waren, genaamd de Grenadier, de Eendracht en de Gouden Draak, alle buiten de stad nabij het toenmalige havenkanaal, waarlangs nu de Nieuwlandse Wee ligt. De herinnering aan laatstgenoemde kruitmolen wordt levendig gehouden door de straatnaam &#039;Kruitmolenlaan&#039; te Middelburg Technische bijzonderheden van de inrichtin g dezer kruitmolens zijn ons niet bekend. Waarschijnlijk waren het rosmolens, waarin de drijfkracht geleverd werd door een paard, dat in een kring rondliep en aldus een as in beweging bracht. De molenstenen waren waarschijnlijk een stilliggende steen en twee, verticaal op de legger staande, rollende stenen (Kollerwerk). Te Vlissingen stond aan de landzijde een kruitmolen, die in 1701 door een ontploffing verwoest, bij de duinen herbouwd is en tot begin der 19e eeuw bestaan heeft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
P.J. v.d. Feen, E. van Wijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
Kesteloo, Stadsrekeningen I. Zelandia Illustrata I, 652. Paspoort, Zeeland. Unger, Bronnen geschiedenis Middelburg I en II. Vermeulen, Kruitmolen. 10-11.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geschiedenis]]&lt;br /&gt;
[[category:Krijgskunde]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Buskruit&amp;diff=13737</id>
		<title>Buskruit</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Buskruit&amp;diff=13737"/>
		<updated>2014-10-21T13:10:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Buskruit&lt;br /&gt;
Een ontplofbaar mengsel van salpeter, zwavel en houtskool, ongeveer in de gewichtsverhouding 75:10:15. Het kwam in Europa omstreeks 1350 in gebruik om, met een lont tot ontploffing gebracht, een loden kogel voort te drijven uit een buis (&#039;busre&#039;), die aan één zijde gesloten was. Naast zulke vuurwapens bleven nog ruim een eeuw lang ook boog en pijlen als strijdwapens van praktisch belang, o.a. omdat daarmee per tijdseenheid veel vaker kon worden geschoten dan met de toenmalige vuurwapens. In 1373/74 was de stad Middelburg verplicht een legerafdeling uit te rusten om deel te nemen aan een veldtocht van de landsheer (Albrecht van Beieren, graaf van Holland en Zeeland) en kocht daartoe te Brugge salpeter en zwavel om `donderbuscrucie&#039; te bereiden, benevens lood om &#039;donderbuscloten&#039; te gieten. Het fijnstampen en mengen van de bestanddelen geschiedde aanvankelijk met de hand, hetgeen gevaar voor ontploffing met verwonding en brand meebracht. Het stadsbestuur van Middelburg verbood dan ook herhaaldelijk dit werk aan huis te doen en wees er later een toren voor aan (nl. de Duvelstoren, die ongeveer bij de tegenwoordige Bellink brug stond). Reeds kort na 1400 werd het bereiden van buskruit gemechaniseerd. Een oliemolen was voor stampen en persen ingericht en kon (te Middelburg in 1411) met kleine wijzigingen ook voor de bereiding van buskruit gebruikt worden. Later werden speciale kruitmolens gebouwd. De stedelijke schutterijen, die oorspronkelijk uit boogschutters bestonden en die als gilden georganiseerd waren, gingen tussen 1450 en 1500 ter verdediging der stad steeds meer op vuurwapens van verschillend kaliber over. Te Middelburg werd in 1509 naast de bestaande schuttersgilden van de handboog (St.-Sebastiaan) en van de voetboog (St.-Joris) een afzonderlijk gilde van de `hantbusse en couleuvriniers&#039; opgericht. De ze laatsten hanteerden een vrij lang en dun vuurwapen, dat aan een slang (couleuvre) deed denken. Hun gebouw en oefenbaan lag aan de zuidzijde van de Dam. Toen zij daar niet langer gehandhaafd konden worden, kregen zij een nieuw terrein buiten de Langeviele-poort, waar van 1607 tot 1611 een nieuw gebouw voor hen gesticht werd. Zwavel werd vanouds uit de landen rond de Middellandse Zee aangevoerd. Salpeter werd meestal in Vlaanderen aangekocht, maar kon in het Europese klimaat slechts in beperkte hoeveelheden gewonnen worden. Toen door de Oostindische Compagnie een scheepvaartverbinding met het Verre Oosten tot stand gebracht was, kon salpeter voordeliger en in groter hoeveelheden uit India aangevoerd worden. Deze aanvoer zal er dan ook wel aanleiding toe gegeven hebben, dat er in de 18e eeuw op Middelburgs grondgebied drie kruitmolens waren, genaamd de Grenadier, de Eendracht en de Gouden Draak, alle buiten de stad nabij het toenmalige havenkanaal, waarlangs nu de Nieuwlandse Wee ligt. De herinnering aan laatstgenoemde kruitmolen wordt levendig gehouden door de straatnaam &#039;Kruitmolenlaan&#039; te Middelburg Technische bijzonderheden van de inrichtin g dezer kruitmolens zijn ons niet bekend. Waarschijnlijk waren het rosmolens, waarin de drijfkracht geleverd werd door een paard, dat in een kring rondliep en aldus een as in beweging bracht. De molenstenen waren waarschijnlijk een stilliggende steen en twee, verticaal op de legger staande, rollende stenen (Kollerwerk). Te Vlissingen stond aan de landzijde een kruitmolen, die in 1701 door een ontploffing verwoest, bij de duinen herbouwd is en tot begin der 19e eeuw bestaan heeft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
P.J. v.d. Feen, E. van Wijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
Kesteloo, Stadsrekeningen I. Zelandia Illustrata I, 652. Paspoort, Zeeland. Unger, Bronnen geschiedenis Middelburg I en II. Vermeulen, Kruitmolen. 10-11.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geschiedenis]]&lt;br /&gt;
[[category:Krijgskunde]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Buskruit&amp;diff=13736</id>
		<title>Buskruit</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Buskruit&amp;diff=13736"/>
		<updated>2014-10-21T13:06:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;Buskruit Een ontplofbaar mengsel van salpeter, zwavel en houtskool, ongeveer in de gewichtsverhouding 75:10:15. Het kwam in Europa omstreeks 1350 in gebruik om, met...&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Buskruit&lt;br /&gt;
Een ontplofbaar mengsel van salpeter, zwavel en houtskool, ongeveer in de gewichtsverhouding 75:10:15. Het kwam in Europa omstreeks 1350 in gebruik om, met een lont tot ontploffing gebracht, een loden kogel voort te drijven uit een buis (&#039;busre&#039;), die aan één zijde gesloten was. Naast zulke vuurwapens bleven nog ruim een eeuw lang ook boog en pijlen als strijdwapens van praktisch belang, o.a. omdat daarmee per tijdseenheid veel vaker kon worden geschoten dan met de toenmalige vuurwapens. In 1373/74 was de stad Middelburg verplicht een legerafdeling uit te rusten om deel te nemen aan een veldtocht van de landsheer (Albrecht van Beieren, graaf van Holland en Zeeland) en kocht daartoe te Brugge salpeter en zwavel om `donderbuscrucie&#039; te bereiden, benevens lood om &#039;donderbuscloten&#039; te gieten. Het fijnstampen en mengen van de bestanddelen geschiedde aanvankelijk met de hand, hetgeen gevaar voor ontploffing met verwonding en brand meebracht. Het stadsbestuur van Middelburg verbood dan ook herhaaldelijk dit werk aan huis te doen en wees er later een toren voor aan (nl. de Duvelstoren, die ongeveer bij de tegenwoordige Bellink brug stond). Reeds kort na 1400 werd het bereiden van buskruit gemechaniseerd. Een oliemolen was voor stampen en persen ingericht en kon (te Middelburg in 1411) met kleine wijzigingen ook voor de bereiding van buskruit gebruikt worden. Later werden speciale kruitmolens gebouwd. De stedelijke schutterijen, die oorspronkelijk uit boogschutters bestonden en die als gilden georganiseerd waren, gingen tussen 1450 en 1500 ter verdediging der stad steeds meer op vuurwapens van verschillend kaliber over. Te Middelburg werd in 1509 naast de bestaande schuttersgilden van de handboog (St.-Sebastiaan) en van de voetboog (St.-Joris) een afzonderlijk gilde van de `hantbusse en couleuvriniers&#039; opgericht. De ze laatsten hanteerden een vrij lang en dun vuurwapen, dat aan een slang (couleuvre) deed denken. Hun gebouw en oefenbaan lag aan de zuidzijde van de Dam. Toen zij daar niet langer gehandhaafd konden worden, kregen zij een nieuw terrein buiten de Langeviele-poort, waar van 1607 tot 1611 een nieuw gebouw voor hen gesticht werd. Zwavel werd vanouds uit de landen rond de Middellandse Zee aangevoerd. Salpeter werd meestal in Vlaanderen aangekocht, maar kon in het Europese klimaat slechts in beperkte hoeveelheden gewonnen worden. Toen door de Oostindische Compagnie een scheepvaartverbinding met het Verre Oosten tot stand gebracht was, kon salpeter voordeliger en in groter hoeveelheden uit India aangevoerd worden. Deze aanvoer zal er dan ook wel aanleiding toe gegeven hebben, dat er in de 18e eeuw op Middelburgs grondgebied drie kruitmolens waren, genaamd de Grenadier, de Eendracht en de Gouden Draak, alle buiten de stad nabij het toenmalige havenkanaal, waarlangs nu de Nieuwlandse Wee ligt. De herinnering aan laatstgenoemde kruitmolen wordt levendig gehouden door de straatnaam &#039;Kruitmolenlaan&#039; te Middelburg Technische bijzonderheden van de inrichtin g dezer kruitmolens zijn ons niet bekend. Waarschijnlijk waren het rosmolens, waarin de drijfkracht geleverd werd door een paard, dat in een kring rondliep en aldus een as in beweging bracht. De molenstenen waren waarschijnlijk een stilliggende steen en twee, verticaal op de legger staande, rollende stenen (Kollerwerk). Te Vlissingen stond aan de landzijde een kruitmolen, die in 1701 door een ontploffing verwoest, bij de duinen herbouwd is en tot begin der 19e eeuw bestaan heeft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
P.J. v.d. Feen, E. van Wijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
Kesteloo, Stadsrekeningen I. Zelandia Illustrata I, 652. Paspoort, Zeeland. Unger, Bronnen geschiedenis Middelburg I en II. Vermeulen, Kruitmolen. 10-11.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Nieuw-_En_St.-joosland&amp;diff=12546</id>
		<title>Nieuw- En St.-joosland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Nieuw-_En_St.-joosland&amp;diff=12546"/>
		<updated>2014-08-28T12:18:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina Nieuw- En St.-joosland hernoemd naar Nieuw- en St.-Joosland: hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[Nieuw- en St.-Joosland]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Nieuw-_en_St.-Joosland&amp;diff=12545</id>
		<title>Nieuw- en St.-Joosland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Nieuw-_en_St.-Joosland&amp;diff=12545"/>
		<updated>2014-08-28T12:18:07Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina Nieuw- En St.-joosland hernoemd naar Nieuw- en St.-Joosland: hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Nieuw- en St.-Joosland&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Nieuw land). Dorp en voormalige gemeente op Walcheren, sedert 1 juli 1966 behorend tot de gemeente Middelburg; 1491 inw. (1982). Van 1816 (K.B. 24 november 1815) tot 1966 een zelfstandige gemeente, waartoe behoorden het dorp Nieuwland en de oudere buurt schap St.-Joosland nu [[Oudedorp]] geheten. Wapen: Met betrekking tot het wapen van Nieuw- en St.-Joosland (Nieuwland) heerst enige verwarring. Op de wapenkaart van Smallegange (1696) komt het voor tussen de wapens van het Verdronken Land van Zuid-Beveland. Waarschijnlijk is dus i.p.v. Nieuwland Nieuwlande op Zuid-Beveland bedoeld. In de Kroniek wordt op de afbeelding van Nieuw- en St.-Joosland ook dat wapen afgebeeld. Van der Aa vermeldt daarentegen dat het wapen van Nieuwland op Walcheren van zilver is met drie blauwe dwarsbalken en een gouden wassenaar, rustend op de bovenste balk. Uiteindelijk is bij K .B. van juni 1879 het bij Smallegange vermelde wapen aan de gemeente verleend. Bij K .B. van 1 oktober 1948 werd hetzelfde wapen, maar dan gekroond, voor de heerlijkheid Nieuwland bevestigd. Monumenten: De N.H. kerk uit 1887 is een zaalkerk met gotische ramen; zij kwam in de plaats van een kruiskerk uit 1650. Voor de kerk bevinden zich bakstenen pijlers met schilddragende leeuwen. De korenmolen &#039;Buiten Verwachting&#039; uit 1874 is een ronde, stenen bovenkruier en grondzeiler. Bij Nieuwland stonden vroeger verscheidene houtzaagmolens. De herberg &#039;De Roode Leeuw&#039; is een voormalig veerhuis. Bij Nieuwland lag het veer naar het oosthoofd van het toenmalige havenkanaal naar Middelburg. Tot 1818, toen de dam naar Walcheren werd aangelegd, bleef dit veer gehandhaafd. De klederdracht van Nieuw- en St.-Joosland wijkt aanzienlijk af van de Walcherse. Geschiedenis: In de zuidwesthoek van de in 1631 door ambachtsheren uit Zuid-Beveland herdijkte [[Oud]] St.-Jooslandpolder werd bij een van de stelbergen die zich op de ingedijkte [[opwas]] [[Arnemuiderzand]] bevonden, de nederzetting St.-Joosland gesticht (thans het [[Oudedorp]] genoemd). Toen de stad Middelburg als ambachtsgerechtigde in 1644 de opwassen Stinkaard en Wolzak aandijkte, werd in de zuidwesthoek van de daarmee gevormde [[Middelburgse]] polder een dorp gesticht, dat Nieuwland werd genoemd. Dit dorp is belangrijker geworden dan het &#039;Oude Dorp&#039; en heeft de naam overgenomen van de in 1966 bij Middelburg gevoegde gemeente Nieuw- en St. Joosland. N.B.: Er bestaat ook een [[Nieuw]]- en St. Jooslandpolder (ingedijkt 1671). De naam St.-Joosland wordt in verband gebracht met het bloeiende schuttersgilde St.-Joris te Arnemuiden. St.-Joosland was kerkelijk ingedeeld bij Arnemuiden. Na de ontwikkeling van de woonkern Nieuwland bleek het wenselijk tot een eigen kerkelijke gemeente te komen met een eigen kerkgebouw en predikant. Men diende daartoe een verzoek in bij de magistraat van Middelburg omdat deze stad eigenares was van de polder. Op 15 februari 1650 besloot de magistraat de kerk te bouwen mits de toegezegde gelden van opgezetenen en anderen zouden zijn ontvangen. Een tweede voorwaarde was dat de inwoners van de St.-Jooslanden de Middelburgse polder op zich namen het kerkgebouw gezamenlijk te onderhouden en zelf voor hun armen te zorgen. Op 18 februari hebben ze zich daartoe verbonden. De bouw van de 20 bij 10 m grote kerk vorderde snel. In augustus 1650 konden de eerste godsdienstoefeningen in het nieuwe gebouw worden gehouden. De predikanten van Middelburg en Arnemuiden zorgden voor de diensten. Op 25 augustus 1652 werd als predikant bevestigd Johannes Miggrode, de naamgenoot en kleinzoon van de bekende kerkhervormer uit Veere. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A. Trimpe Burger =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
J. de Bree, Bijdrage tot de kennis der klederdrachten (1956). F.P. Polderdijk, Het eiland Sint Joosland. F. P. Polderdijk, De houtzaagmolens bij Nieuwland. Walraven en Polderdijk, De kuststreek. Walraven en Polder dijk, Geschiedenis en plaatsbeschrijving Nieuw- en St. Joosland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AFBEELDING =&lt;br /&gt;
Overzichtskaart Nieuw- en St.-Joostland. De houtzaagmolens bij Nieuwland, zoals J. Arends ze in 1778 zag.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Nieuw-_en_St.-Joosland&amp;diff=12544</id>
		<title>Nieuw- en St.-Joosland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Nieuw-_en_St.-Joosland&amp;diff=12544"/>
		<updated>2014-08-28T12:17:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Nieuw- en St.-Joosland&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Nieuw land). Dorp en voormalige gemeente op Walcheren, sedert 1 juli 1966 behorend tot de gemeente Middelburg; 1491 inw. (1982). Van 1816 (K.B. 24 november 1815) tot 1966 een zelfstandige gemeente, waartoe behoorden het dorp Nieuwland en de oudere buurt schap St.-Joosland nu [[Oudedorp]] geheten. Wapen: Met betrekking tot het wapen van Nieuw- en St.-Joosland (Nieuwland) heerst enige verwarring. Op de wapenkaart van Smallegange (1696) komt het voor tussen de wapens van het Verdronken Land van Zuid-Beveland. Waarschijnlijk is dus i.p.v. Nieuwland Nieuwlande op Zuid-Beveland bedoeld. In de Kroniek wordt op de afbeelding van Nieuw- en St.-Joosland ook dat wapen afgebeeld. Van der Aa vermeldt daarentegen dat het wapen van Nieuwland op Walcheren van zilver is met drie blauwe dwarsbalken en een gouden wassenaar, rustend op de bovenste balk. Uiteindelijk is bij K .B. van juni 1879 het bij Smallegange vermelde wapen aan de gemeente verleend. Bij K .B. van 1 oktober 1948 werd hetzelfde wapen, maar dan gekroond, voor de heerlijkheid Nieuwland bevestigd. Monumenten: De N.H. kerk uit 1887 is een zaalkerk met gotische ramen; zij kwam in de plaats van een kruiskerk uit 1650. Voor de kerk bevinden zich bakstenen pijlers met schilddragende leeuwen. De korenmolen &#039;Buiten Verwachting&#039; uit 1874 is een ronde, stenen bovenkruier en grondzeiler. Bij Nieuwland stonden vroeger verscheidene houtzaagmolens. De herberg &#039;De Roode Leeuw&#039; is een voormalig veerhuis. Bij Nieuwland lag het veer naar het oosthoofd van het toenmalige havenkanaal naar Middelburg. Tot 1818, toen de dam naar Walcheren werd aangelegd, bleef dit veer gehandhaafd. De klederdracht van Nieuw- en St.-Joosland wijkt aanzienlijk af van de Walcherse. Geschiedenis: In de zuidwesthoek van de in 1631 door ambachtsheren uit Zuid-Beveland herdijkte [[Oud]] St.-Jooslandpolder werd bij een van de stelbergen die zich op de ingedijkte [[opwas]] [[Arnemuiderzand]] bevonden, de nederzetting St.-Joosland gesticht (thans het [[Oudedorp]] genoemd). Toen de stad Middelburg als ambachtsgerechtigde in 1644 de opwassen Stinkaard en Wolzak aandijkte, werd in de zuidwesthoek van de daarmee gevormde [[Middelburgse]] polder een dorp gesticht, dat Nieuwland werd genoemd. Dit dorp is belangrijker geworden dan het &#039;Oude Dorp&#039; en heeft de naam overgenomen van de in 1966 bij Middelburg gevoegde gemeente Nieuw- en St. Joosland. N.B.: Er bestaat ook een [[Nieuw]]- en St. Jooslandpolder (ingedijkt 1671). De naam St.-Joosland wordt in verband gebracht met het bloeiende schuttersgilde St.-Joris te Arnemuiden. St.-Joosland was kerkelijk ingedeeld bij Arnemuiden. Na de ontwikkeling van de woonkern Nieuwland bleek het wenselijk tot een eigen kerkelijke gemeente te komen met een eigen kerkgebouw en predikant. Men diende daartoe een verzoek in bij de magistraat van Middelburg omdat deze stad eigenares was van de polder. Op 15 februari 1650 besloot de magistraat de kerk te bouwen mits de toegezegde gelden van opgezetenen en anderen zouden zijn ontvangen. Een tweede voorwaarde was dat de inwoners van de St.-Jooslanden de Middelburgse polder op zich namen het kerkgebouw gezamenlijk te onderhouden en zelf voor hun armen te zorgen. Op 18 februari hebben ze zich daartoe verbonden. De bouw van de 20 bij 10 m grote kerk vorderde snel. In augustus 1650 konden de eerste godsdienstoefeningen in het nieuwe gebouw worden gehouden. De predikanten van Middelburg en Arnemuiden zorgden voor de diensten. Op 25 augustus 1652 werd als predikant bevestigd Johannes Miggrode, de naamgenoot en kleinzoon van de bekende kerkhervormer uit Veere. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A. Trimpe Burger =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
J. de Bree, Bijdrage tot de kennis der klederdrachten (1956). F.P. Polderdijk, Het eiland Sint Joosland. F. P. Polderdijk, De houtzaagmolens bij Nieuwland. Walraven en Polderdijk, De kuststreek. Walraven en Polder dijk, Geschiedenis en plaatsbeschrijving Nieuw- en St. Joosland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AFBEELDING =&lt;br /&gt;
Overzichtskaart Nieuw- en St.-Joostland. De houtzaagmolens bij Nieuwland, zoals J. Arends ze in 1778 zag.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Anne_Bolle&amp;diff=12540</id>
		<title>Anne Bolle</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Anne_Bolle&amp;diff=12540"/>
		<updated>2014-08-28T09:46:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Bolle, Janna (anne)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Middelburg 6 mei 1883 - Middelburg 7 juni 1968). Juriste. Dochter van de te Middelburg bekende chirurg dr. J. [[Bolle]]. Gymnasium te Middelburg gedurende welke tijd zij goed fotograferen leerde. Zij heeft van 1899 tot 1903 tijdsbeelden vastgelegd, kenmerkend voor die periode: fietsclubs, tennisclubs en portretten. Aan de universiteit van Amsterdam promoveerde zij op stellingen op 25 november 1909 tot doctor in de rechten. Stelling 22 is kenmerkend voor haar instelling: Een gemeenteraad, die eene onderwijzeres op grond van haar huwelijk ontslaat, handelt in strijd met de wet. Als advocaat te Middelburg van 1910-1954 heeft zij op de bres gestaan voor de belangen van haar vrouwelijke cliënten. Evenals haar vader bezat zij een grote sociale bewogenheid, die o.m. tot uiting kwam in haar werk voor het Provinciale Comité tot hulpverlening aan vluchtelingen in Zeeland tijdens de eerste wereldoorlog. Zij bleef zeer gehecht aan haar stamland Schouwen, waarover zij een lezing hield in 1915. Anna Bolle werd te Haamstede begraven 11 juni1968. Haar collectie glasplaten schonk zij aan de Provinciale Bibliotheek van Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= M.P. de Bruin =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
= M.P. de Bruin. Janna (Anne) Bolle, 87-88. =&lt;br /&gt;
= AFBEELDING =&lt;br /&gt;
= Foto van Anne Bolle, populair advocate en feministe =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Marie_Agatha_Boddaert&amp;diff=12539</id>
		<title>Marie Agatha Boddaert</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Marie_Agatha_Boddaert&amp;diff=12539"/>
		<updated>2014-08-28T09:44:57Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Boddaert, Jkvr. Marie Agathe&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Middelburg 6 feb.1844 ’s-Gravenhage - 12 april 1914). Schrijfster. Maakte naam met de bundels Aquarellen (1887) en Serena (1898); enkele gedichten daaruit zijn een halve eeuwlang in allerlei bloemlezingen opgenomen. Na haar dood verscheen nog de bundel Naar lichte hoogten (1916). Ook schreef ze de roman Sturmfels (1889) en een aantal jeugdboeken, waarvan Roswitha (1909), Prins Almanzor&#039;s Makker (1911) en De schipper van de Jacomina (1913) de bekendste zijn; het laatste boek speelt op Walcheren in de Franse tijd. Onder het pseudoniem Rudolf Curtius publiceerde zij de roman Buiten de wet (1890). Richard Hol componeerde twee opera&#039;s op door haar geschreven teksten: Uit de branding (1889) en Floris V (1892).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
= Snellen, Levensberichten. (Boddaert, M.A.), Marie Boddaert over Marie Boddaert. =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Biologisch-dynamische_Landbouwmethode&amp;diff=12538</id>
		<title>Biologisch-dynamische Landbouwmethode</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Biologisch-dynamische_Landbouwmethode&amp;diff=12538"/>
		<updated>2014-08-28T09:43:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Biologisch-dynamische Landbouwmethode&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Concentreert zich in Zeeland hoofdzakelijk op Loverendale, een cultuurmaatschappij, opgericht als N. V. in 1926, ten einde de ideeën van de antroposoof Rudolf Steiner 1925) toe te passen. De methode gaat uit van een nauwe samenhang tussen aarde en cosmos en daarbij wordt de instandhouding van de bodem vruchtbaarheid als de belangrijkste faktor voor de gezondheid van planten en dieren gezien. Er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke meststoffen en kruidenpreparaten; er wordt geen gebruik gemaakt van chemisch-synthetische middelen. Loverendale was oorspronkelijk een villa te Domburg bewoond door Maria Tak van Poortvliet (en de schilderes Jacoba van Heemskerck De eerste was eigenares van enkele boerderijen in Zeeland en Noord-Brabant. F.W. Zeijlmans van Emmichoven en Maria Tak van Poortvliet waren de initiatiefnemers om in Nederland de door Steiner voorgestane biologisch-dynamische landbouwmethode toe te passen. Als eerste proefbedrij f werd in 1927 de Jacobahoeve (3ha) te Oostkapelle in gebruik genomen. Als directeur van de cultuurmij. werd de Duitser Ehrenfried Pfeiffer aangetrokken. Tussen 1929 en 1931 volgde een snelle uitbreiding met het onder eigen beheer in gebruik nemen (de pachters vertrokken) van een tuinderij aan de Lepelstraat bij Ter Linde in Oostkapelle, de villa Loverendale te Domburg met boomgaard en akkers (2,5 ha) en de gemengde bedrijven Ter Linde te Oostkapelle (42 ha) en Nieuwerkerk te Arnemuiden (74 ha), benevens de Pannehoeve in Dinteloord (53 ha). In 1931 werd 180,5 ha geëxploiteerd. Sinds dat jaar vond ook de verkoop van de producten mede plaats door verkooporganisaties in Den Haag, &#039;t Gooi, Amsterdam en Londen. In 1932 kwamen er nog 15 ha van &#039;Ter Mee&#039; hij Ter Linde. De cultuurmaatschappij verwerkte haar producten (en doet dat nog) zoveel mogelijk zelf, in overeenstemming met de gebruikte landbouwmethode. Men maakte zelfs yoghurt en macaroni in die tijd en er werd begonnen met het zelf malen van tarwe en het bakken van brood en koekjes in een met hout gestookte oven. De producten worden nog steeds onder het gedeponeerde handelsmerk `Demeter&#039; verkocht. De verliezen –het was crisistijd- waren echter zo hoog opgelopen dat in 1935 de hofsteden Nieuwerkerk en Jacobahoeve en de villa Loverendale moesten worden verkocht. Om de kosten te helpen dekken werden de nog aanwezige schilderijen in de villa van Jacoba van Heemskerck twee dagen per week tentoongesteld. Mevr. Tak van Poortvliet, die in 1930 naar Dornach, Zwitserland, vertrokken was, overleed in 1936 en liet de Cultuurmaatschappij al haar bezittingen na. Een nieuwe directeur, dr. Heinze, reorganiseerde met succes, o.a. door meer vlinderbloemigen te verbouwen en 3-jarige kunstweiden in de vruchtwisseling op te nemen. De tuinderij bloeide, proeftuin en laboratorium verkochten o.a. preparaten met steun van de inmiddels opgerichte `Nederlandse Vereniging tot Bevordering der Biologisch-Dynamische Landbouwmethode&#039;. De contacten met de Zeeuwse bevolking verbeterden; onder Pfeiffer (t 1961 in Amerika) was er een meer geïsoleerde opstelling. Oorlog en inundatie van Walcheren verwoestten zeer veel. De herverkaveling vormde om. De vaart was er vooreerst uit. Men begon weer vanuit zijn principes met zo min mogelijk compromissen tot het ontwikkelen van de biologisch dynamische landbouw. Na 1965 kwamen er nieuwe ontwikkelingen t.g.v. een veranderde mentaliteit, samenhangend met de eerste verschijnselen van een milieucrisis. De vraag ging domineren: hoe ga je met de natuur om. Het aantal consumentenkringen begon zich sterk uit te breiden, evenals de afzet via reformhuizen. In 1967 was er een verkoop van 260.000 volkorenbroden. Men verwerkt nu (1981) ook eigen melk tot kwark en kaas. In 1974 kon nog 40 ha, grenzend aan Ter Linde bijgekocht worden. In de rest van Nederland zijn er tientallen produktieen nevenbedrijven op biologisch-dynamische basis bijgekomen. In Zeeland omvat de B.V. Loverendale&#039; thans no g Ter Linde en Ter Mee te Oostkapelle en het bedrijf De Pannenhoeve in Dinteloord (N.W.Brabant). Daarnaast zijn in Axel, Poortvliet, Goes en Ritthem bedrijfjes gesticht door particulieren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= M.A. Geuze =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
Hoogewerf, MariaTak van Poortvliet. Vruchtbare aarde1939-1975: mededelingen van Clotscher. R.G. Guépin. H. Heinze. M. Künzel, E. Pfeiffer, L.U. Schortinghuis, R. Steyn en D.R.J. Schäfer. Müller, Loverendale.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AFBEELDINGEN =&lt;br /&gt;
= Ter Linde/Loverendale hij Oostkapelle; woonhuis en kantoor, 14 april 1981. =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:landbouw]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-lambert-wulpen_(oostende)&amp;diff=12537</id>
		<title>Sint-lambert-wulpen (oostende)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-lambert-wulpen_(oostende)&amp;diff=12537"/>
		<updated>2014-08-28T09:30:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina Sint-lambert-wulpen (oostende) hernoemd naar Sint-Lambert-Wulpen (Oostende): hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[Sint-Lambert-Wulpen (Oostende)]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Lambert-Wulpen_(Oostende)&amp;diff=12536</id>
		<title>Sint-Lambert-Wulpen (Oostende)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Lambert-Wulpen_(Oostende)&amp;diff=12536"/>
		<updated>2014-08-28T09:30:24Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina Sint-lambert-wulpen (oostende) hernoemd naar Sint-Lambert-Wulpen (Oostende): hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = :  Sint-Lambert-Wulpen (Oostende)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
: &lt;br /&gt;
: &#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdronken dorp in het oosten van het voormalige eiland [[Wulpen]]. De Doornikse kanunnik Arnulf van Maldegem noemt in zijn testament (1275) de plaats ‘Ostende Vulpen’, die in 1278 een parochie blijkt te zijn en in 1290 ‘Ostende Sancti Lamberti’ wordt genoemd. In 1418 is ruim 332 gemeten van het voordien verdronken land van Sint-Lambert-Wulpen en [[Avenkerke]] herdijkt; de later zo geheten Canonikenpolder. Sint-Lambert was de laatste parochie en het laatste kerkdorp op Wulpen. Hoogstwaarschijnlijk werden dorp en parochie in december 1516 door de zee verwoest; in de belastingomslag van het Vrije van Brugge van 3 april 1518 werd de parochie niet meer omgeslagen. De desolate kerktoren van Sint-Lambert diende nog als navigatiepunt voor de vaart door de Wielingen in een zeeboek van 1532. Het restant van het eiland Wulpen ging verloren in het vervolg van de zestiende eeuw.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers, 2013&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
BRONNEN&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-M.K.E. Gottschalk, &#039;&#039;Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen &#039;&#039;2 dln. (Assen, 1955-1958).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-M.K.E. Gottschalk, &#039;&#039;Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland&#039;&#039; II (Assen, 1975) 376, 392, 393.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://www.west-vlaanderen.be/kwaliteit/leefomgeving/nme_1/documents/fort%20van%20beieren/ontstaansgeschiedenis.pdf Johan Termote, Ontstaan en landschapsgeschiedenis van de Zwinstreek]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Lambert-Wulpen_(Oostende)&amp;diff=12535</id>
		<title>Sint-Lambert-Wulpen (Oostende)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Lambert-Wulpen_(Oostende)&amp;diff=12535"/>
		<updated>2014-08-28T09:30:00Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = :  Sint-Lambert-Wulpen (Oostende)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
: &lt;br /&gt;
: &#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdronken dorp in het oosten van het voormalige eiland [[Wulpen]]. De Doornikse kanunnik Arnulf van Maldegem noemt in zijn testament (1275) de plaats ‘Ostende Vulpen’, die in 1278 een parochie blijkt te zijn en in 1290 ‘Ostende Sancti Lamberti’ wordt genoemd. In 1418 is ruim 332 gemeten van het voordien verdronken land van Sint-Lambert-Wulpen en [[Avenkerke]] herdijkt; de later zo geheten Canonikenpolder. Sint-Lambert was de laatste parochie en het laatste kerkdorp op Wulpen. Hoogstwaarschijnlijk werden dorp en parochie in december 1516 door de zee verwoest; in de belastingomslag van het Vrije van Brugge van 3 april 1518 werd de parochie niet meer omgeslagen. De desolate kerktoren van Sint-Lambert diende nog als navigatiepunt voor de vaart door de Wielingen in een zeeboek van 1532. Het restant van het eiland Wulpen ging verloren in het vervolg van de zestiende eeuw.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers, 2013&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
BRONNEN&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-M.K.E. Gottschalk, &#039;&#039;Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen &#039;&#039;2 dln. (Assen, 1955-1958).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-M.K.E. Gottschalk, &#039;&#039;Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland&#039;&#039; II (Assen, 1975) 376, 392, 393.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://www.west-vlaanderen.be/kwaliteit/leefomgeving/nme_1/documents/fort%20van%20beieren/ontstaansgeschiedenis.pdf Johan Termote, Ontstaan en landschapsgeschiedenis van de Zwinstreek]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-janskapelle_(sint-janskappelle,_Sint-janscapelle)&amp;diff=12534</id>
		<title>Sint-janskapelle (sint-janskappelle, Sint-janscapelle)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-janskapelle_(sint-janskappelle,_Sint-janscapelle)&amp;diff=12534"/>
		<updated>2014-08-28T09:29:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina Sint-janskapelle (sint-janskappelle, Sint-janscapelle) hernoemd naar Sint-Janskapelle (Sint-Janskappelle, Sint-Janscapelle): hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[Sint-Janskapelle (Sint-Janskappelle, Sint-Janscapelle)]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Janskapelle_(Sint-Janskappelle,_Sint-Janscapelle)&amp;diff=12533</id>
		<title>Sint-Janskapelle (Sint-Janskappelle, Sint-Janscapelle)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Janskapelle_(Sint-Janskappelle,_Sint-Janscapelle)&amp;diff=12533"/>
		<updated>2014-08-28T09:29:22Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina Sint-janskapelle (sint-janskappelle, Sint-janscapelle) hernoemd naar Sint-Janskapelle (Sint-Janskappelle, Sint-Janscapelle): hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Sint-Janskapelle (Sint-Janskappelle, Sint-Janscapelle)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdronken dorp in Oost Zeeuws-Vlaanderen, gelegen in het Nederlandse gedeelte van de Sint-Albertpolder  [[Groote]] of Oude St.-Albertpolder, bedijkt 1611) tussen Philippine in het noordwesten, Sluiskil in het noordoosten, Sas van Gent in het zuiden en Assenede in het zuidwesten. De juiste ligging van dit dorp is in 1979 herontdekt door particuliere heemkundigen uit Eeklo en Assenede. St.-Janskapelle wordt voor het eerst vermeld omstreeks 1285. Bij de uithof ter plaatse (van de abdij Boudelo bij St.-Niklaas) zou omstreeks 1300 een kapel of kerk zijn gebouwd. Rond deze hoeve en kapel/kerk ontwikkelde zich vervolgens een kleine maar welvarende gemeenschap. Na een overstroming aan het eind van de veertiende eeuw is de kapel vernield; bij de daaropvolgende herstelling is het gebouw verbreed. Er is geen eensluidendheid over de vraag of St.-Janskapelle een volwaardig kerkdorp was, het centrum van een parochie of niet meer dan een uithof met kapel en beperkte bebouwing. Opvallend is wel dat er een kerkhof rondom de kapel/kerk heeft gelegen. Dit zou impliceren dat de kapel ‘recht op begraving’ had gekregen van de moederkerk te Assenede, en dus over een flinke bevolking en/of status beschikte. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het dorp verdronk als gevolg van de militaire inundaties aan het begin van de Vlaamse burgeroorlog (1488-1492), gevolgd door een stormvloed in december 1488. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van na de teloorgang dateert een vermelding in het eveningenboek van Huugsambacht uit 1547, waar in het 48&amp;lt;sup&amp;gt;ste&amp;lt;/sup&amp;gt; beloop ‘Sente Jans Capelle’&#039;&#039; &#039;&#039;wordt vermeld. Ook op de Braakmankaarten van François van de Velde uit 1549 is het dorp aangegeven. Een volgende vermelding stamt uit de tiendenprocessen naar aanleiding van de herdijkingsplannen van de ‘Sint-Jansschorre’ tussen de bedijkers van de Albertpolder en de geestelijke en particuliere tiendenheffers die dit recht claimden. Uit getuigenissen van 63 arbeiders die hielpen bij de herdijking in 1610 blijkt dat er toen nog steeds restanten van huizen en graven zichtbaar waren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Archeologische waarnemingen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De particuliere onderzoekers in 1979 hadden ook voordien al enkele waarnemingen gedaan, waarbij een groot aantal menselijke skeletresten werd gevonden (ook in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog zijn particuliere zoekers op de site actief geweest). In 1979 volgde de vondst van aardewerk, bouwfragmenten, funderingen en drie grafkelders van de kerk of kapel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De locatie is in de jaren vóór 2010 nader vastgesteld, met noordelijk van de kapel of kerk een gebied met sporen van bebouwing, mogelijk behorende tot de uithof. Studie van opnames van Google Earth uit 2009 en eerder deed een grootte van 30 x 15 meter van het kerkgebouw veronderstellen, met daaromheen cirkelvormige sporen (mogelijk van een kerkhofmuur of weg) met stralen van ca. 30 en 40 meter.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers, 2013&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
BRONNEN&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Archeologische Monumentenkaart Zeeland (AMK), monumentnummer 13.572.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, &#039;&#039;De Vier Ambachten en het Land van Saaftinge in de Middeleeuwen. Een historisch-geografisch onderzoek betreffende Oost Zeeuws-Vlaanderen c.a.&#039;&#039; (Assen, 1984) 444, 453, 513.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=%7Clibrary/vubissmart-zeeland%7C394977 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|394977]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, &#039;&#039;Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland&#039;&#039; dl. II (Assen, 1975) 164, 165.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=%7Clibrary/vubissmart-zeeland%7C106236 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), &#039;&#039;Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland&#039;&#039; (Middelburg/Vlissingen, 2004) 48-49 nr. 84.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=%7Clibrary/vubissmart-zeeland%7C1511071 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071] J. Trachet, &#039;&#039;Verdronken dorpen in het zuidoosten van Zeeland&#039;&#039; 2 dln. (ongepubliceerde masterthesis Universiteit Gent, 2010).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=%7Clibrary/vubissmart-zeeland%7C5060366 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|5060366]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M. De Vleesschauwer &amp;amp; R. Tondat, ‘De St. Janscapelle in Assenederambacht’, in: A.M.J. de Kraker, H. van Royen, M.E.E. de Smet (red.), &#039;&#039;Over den Vier Ambachten, 750 jaar keure, 500 jaar Graaf Jansdijk&#039;&#039; (Kloosterzande 1993) 183-186.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=%7Clibrary/vubissmart-zeeland%7C1164775 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1164775]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Janskapelle_(Sint-Janskappelle,_Sint-Janscapelle)&amp;diff=12532</id>
		<title>Sint-Janskapelle (Sint-Janskappelle, Sint-Janscapelle)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Janskapelle_(Sint-Janskappelle,_Sint-Janscapelle)&amp;diff=12532"/>
		<updated>2014-08-28T09:27:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Sint-Janskapelle (Sint-Janskappelle, Sint-Janscapelle)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdronken dorp in Oost Zeeuws-Vlaanderen, gelegen in het Nederlandse gedeelte van de Sint-Albertpolder  [[Groote]] of Oude St.-Albertpolder, bedijkt 1611) tussen Philippine in het noordwesten, Sluiskil in het noordoosten, Sas van Gent in het zuiden en Assenede in het zuidwesten. De juiste ligging van dit dorp is in 1979 herontdekt door particuliere heemkundigen uit Eeklo en Assenede. St.-Janskapelle wordt voor het eerst vermeld omstreeks 1285. Bij de uithof ter plaatse (van de abdij Boudelo bij St.-Niklaas) zou omstreeks 1300 een kapel of kerk zijn gebouwd. Rond deze hoeve en kapel/kerk ontwikkelde zich vervolgens een kleine maar welvarende gemeenschap. Na een overstroming aan het eind van de veertiende eeuw is de kapel vernield; bij de daaropvolgende herstelling is het gebouw verbreed. Er is geen eensluidendheid over de vraag of St.-Janskapelle een volwaardig kerkdorp was, het centrum van een parochie of niet meer dan een uithof met kapel en beperkte bebouwing. Opvallend is wel dat er een kerkhof rondom de kapel/kerk heeft gelegen. Dit zou impliceren dat de kapel ‘recht op begraving’ had gekregen van de moederkerk te Assenede, en dus over een flinke bevolking en/of status beschikte. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het dorp verdronk als gevolg van de militaire inundaties aan het begin van de Vlaamse burgeroorlog (1488-1492), gevolgd door een stormvloed in december 1488. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van na de teloorgang dateert een vermelding in het eveningenboek van Huugsambacht uit 1547, waar in het 48&amp;lt;sup&amp;gt;ste&amp;lt;/sup&amp;gt; beloop ‘Sente Jans Capelle’&#039;&#039; &#039;&#039;wordt vermeld. Ook op de Braakmankaarten van François van de Velde uit 1549 is het dorp aangegeven. Een volgende vermelding stamt uit de tiendenprocessen naar aanleiding van de herdijkingsplannen van de ‘Sint-Jansschorre’ tussen de bedijkers van de Albertpolder en de geestelijke en particuliere tiendenheffers die dit recht claimden. Uit getuigenissen van 63 arbeiders die hielpen bij de herdijking in 1610 blijkt dat er toen nog steeds restanten van huizen en graven zichtbaar waren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Archeologische waarnemingen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De particuliere onderzoekers in 1979 hadden ook voordien al enkele waarnemingen gedaan, waarbij een groot aantal menselijke skeletresten werd gevonden (ook in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog zijn particuliere zoekers op de site actief geweest). In 1979 volgde de vondst van aardewerk, bouwfragmenten, funderingen en drie grafkelders van de kerk of kapel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De locatie is in de jaren vóór 2010 nader vastgesteld, met noordelijk van de kapel of kerk een gebied met sporen van bebouwing, mogelijk behorende tot de uithof. Studie van opnames van Google Earth uit 2009 en eerder deed een grootte van 30 x 15 meter van het kerkgebouw veronderstellen, met daaromheen cirkelvormige sporen (mogelijk van een kerkhofmuur of weg) met stralen van ca. 30 en 40 meter.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers, 2013&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
BRONNEN&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Archeologische Monumentenkaart Zeeland (AMK), monumentnummer 13.572.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, &#039;&#039;De Vier Ambachten en het Land van Saaftinge in de Middeleeuwen. Een historisch-geografisch onderzoek betreffende Oost Zeeuws-Vlaanderen c.a.&#039;&#039; (Assen, 1984) 444, 453, 513.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=%7Clibrary/vubissmart-zeeland%7C394977 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|394977]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, &#039;&#039;Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland&#039;&#039; dl. II (Assen, 1975) 164, 165.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=%7Clibrary/vubissmart-zeeland%7C106236 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), &#039;&#039;Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland&#039;&#039; (Middelburg/Vlissingen, 2004) 48-49 nr. 84.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=%7Clibrary/vubissmart-zeeland%7C1511071 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071] J. Trachet, &#039;&#039;Verdronken dorpen in het zuidoosten van Zeeland&#039;&#039; 2 dln. (ongepubliceerde masterthesis Universiteit Gent, 2010).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=%7Clibrary/vubissmart-zeeland%7C5060366 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|5060366]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M. De Vleesschauwer &amp;amp; R. Tondat, ‘De St. Janscapelle in Assenederambacht’, in: A.M.J. de Kraker, H. van Royen, M.E.E. de Smet (red.), &#039;&#039;Over den Vier Ambachten, 750 jaar keure, 500 jaar Graaf Jansdijk&#039;&#039; (Kloosterzande 1993) 183-186.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=%7Clibrary/vubissmart-zeeland%7C1164775 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1164775]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-salvatorspolder&amp;diff=12531</id>
		<title>St.-salvatorspolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-salvatorspolder&amp;diff=12531"/>
		<updated>2014-08-28T09:13:05Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina St.-salvatorspolder hernoemd naar St.-Salvatorspolder: hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[St.-Salvatorspolder]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Salvatorspolder&amp;diff=12530</id>
		<title>St.-Salvatorspolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Salvatorspolder&amp;diff=12530"/>
		<updated>2014-08-28T09:13:04Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina St.-salvatorspolder hernoemd naar St.-Salvatorspolder: hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = St.-Salvatorspolder&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voormalige polder in West Zeeuws-Vlaanderen. Gelegen ten westen van Biervliet; bedijkt 1525; oppervlakte 150 gemeten; hij verdronk vermoedelijk in 1530. In 1530/39 werd hier de St.-Geertruidspolder bedijkt  [[Geertruidapolder]] (1)).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J. Kuipers =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
= Gottschalk, Historische geografie II. =&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Salvatorspolder&amp;diff=12529</id>
		<title>St.-Salvatorspolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Salvatorspolder&amp;diff=12529"/>
		<updated>2014-08-28T09:12:39Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = St.-Salvatorspolder&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voormalige polder in West Zeeuws-Vlaanderen. Gelegen ten westen van Biervliet; bedijkt 1525; oppervlakte 150 gemeten; hij verdronk vermoedelijk in 1530. In 1530/39 werd hier de St.-Geertruidspolder bedijkt  [[Geertruidapolder]] (1)).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J. Kuipers =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
= Gottschalk, Historische geografie II. =&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-pieterspolder&amp;diff=12528</id>
		<title>St.-pieterspolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-pieterspolder&amp;diff=12528"/>
		<updated>2014-08-28T09:11:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina St.-pieterspolder hernoemd naar St.-Pieterspolder: hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[St.-Pieterspolder]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Pieterspolder&amp;diff=12527</id>
		<title>St.-Pieterspolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Pieterspolder&amp;diff=12527"/>
		<updated>2014-08-28T09:11:44Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina St.-pieterspolder hernoemd naar St.-Pieterspolder: hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = St.-Pieterspolder&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Polder in de gemeenten [[Goes]] (grotendeels) en [[Borsele]], gelegen direct ten zuidwesten van ’s-Heer Arendskerk,e opgenomen in het [[Waterschap]] Zeeuwse Stromen (2011), voorheen [[Waterschap]] de Brede Watering van Zuid-Beveland: oppervlakte circa 41 hectare; hoogte gemiddeld 0,9 m +N.A.P. De polder behoort tot het afwateringsgebied van het gemaal Maelstede in de [[Heer]] Janszpolder, werd ca. 1400 langs de [[Brede]] Watering Bewesten Yerseke in een zuidelijke Schengegeul bedijkt en is eigenlijk herwonnen Oudland (zie [[bodem]]). Hij behoorde tot de heerlijkheid en de voormalige gemeente &#039;s-Heer Arendskerke en maakte tot 1959 deel uit van het waterschap ’s-Heer Arendskerke (opgericht 1880; &#039;s-*Heer Arendskerkepolder).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Polder in de gemeente [[Reimerswaal]], gelegen aan de Oosterschelde (Verdronken Land van Zuid-Beveland; Tolseinde): opgenomen in Waterschap Zeeuwse Stromen (2011), voorheen [[Waterschap]] de Brede Watering van Zuid-Beveland, oppervlakte, circa 87 hectare; hoogte gemiddeld +0,9 meter N.A.P. De polder werd in 1878 bedijkt; de concessie was verleend aan L. Calmeijn te Brussel. In 1906 inundeerde de polder. Hij behoorde tot de voormalige gemeente [[Yerseke]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Polder in de voormalige gemeente [[Sas]] van Gent (thans Terneuzen), grenzend aan België; opgenomen in het [[Waterschap]] Zeeuwse Stromen (2011), voorheen [[Waterschap]] de Verenigde Braakmanpolders en [[Waterschap]] De Drie Ambachten. Oppervlakte circa 203 hectare; hoogte 0,9 tot 1,8 m +N.A.P. De polder behoort tot het afwateringsgebied Braakman [[Braakmanpolder]]). In het zuidwesten van de polder ligt de buurtschap [[Posthoorn]] (gedeeltelijk). De St.-Pieterspolder kwam omstreeks 1633 tot stand op eertijds verloren gegaan gebied, waar nu het Raadsherenschor ligt. Hij overstroomde in 1682 en werd herdijkt in 1690. De polder inundeerde ook in 1808. waarna 23 hectare prijsgegeven gebied werd herdijkt in het [[Verdronken]] poldertje ten zuidoosten van Philippine (1848). De polder behoorde tot de voormalige gemeente Sas van Gent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. Polder in de voormalige gemeente [[Oostburg]] (thans Sluis) (grotendeels) en [[Terneuzen]]: opgenomen in het [[Waterschap]] Zeeuwse Stromen (2011), voorheen [[Waterschap]] Het Vrije van Sluis: oppervlakte circa. 309 hectare: hoogte 1.4 tot 1.7 meter +N.A.P.; behorend tot de hoofdafwateringsgebieden Nummer Een en Nol Zeven (Hoofdplaatpolder). In de zuidoosthoek van de polder ligt de buurtschap [[Driewegen]] (gedeeltelijk). In het zuidwesten. op een driesprong van dijken ca. 1.5 kilometer ten noorden van IJzendijke. ligt &#039;Schorers eraf dit is het graf van mr. Willem [[Schorer]] 1717-1800). lid van de Raad van Vlaanderen. Hij ageerde tegen het begraven in kerken. Bij testament werd zijn rustplaats alhier op eigen grond bepaald. De St.-Pieterpolder werd in 1699 bedijkt op &#039;aanwas ten noordwesten van Biervliet. in het schorren en geulengebied tussen Biervliet en IJzendijke. De polder viel binnen de voormalige gemeente Biervliet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J. Kuipers =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
Wilderom, Tussen afsluitdammen, III en IV. Roos, Woordenboek. Van Empel en Pieters, Zeeland. 318. Van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek. J.P.B. Zuurdeeg. Brede Watering. &#039;s-Heer Arendskerke.J.P. 13. Zuurdeeg. Verenigde Braakmanpolders. K.J.J. Brand, Oost-Zeeuws-Vlaamse polderland.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Pieterspolder&amp;diff=12526</id>
		<title>St.-Pieterspolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Pieterspolder&amp;diff=12526"/>
		<updated>2014-08-28T09:11:22Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = St.-Pieterspolder&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Polder in de gemeenten [[Goes]] (grotendeels) en [[Borsele]], gelegen direct ten zuidwesten van ’s-Heer Arendskerk,e opgenomen in het [[Waterschap]] Zeeuwse Stromen (2011), voorheen [[Waterschap]] de Brede Watering van Zuid-Beveland: oppervlakte circa 41 hectare; hoogte gemiddeld 0,9 m +N.A.P. De polder behoort tot het afwateringsgebied van het gemaal Maelstede in de [[Heer]] Janszpolder, werd ca. 1400 langs de [[Brede]] Watering Bewesten Yerseke in een zuidelijke Schengegeul bedijkt en is eigenlijk herwonnen Oudland (zie [[bodem]]). Hij behoorde tot de heerlijkheid en de voormalige gemeente &#039;s-Heer Arendskerke en maakte tot 1959 deel uit van het waterschap ’s-Heer Arendskerke (opgericht 1880; &#039;s-*Heer Arendskerkepolder).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Polder in de gemeente [[Reimerswaal]], gelegen aan de Oosterschelde (Verdronken Land van Zuid-Beveland; Tolseinde): opgenomen in Waterschap Zeeuwse Stromen (2011), voorheen [[Waterschap]] de Brede Watering van Zuid-Beveland, oppervlakte, circa 87 hectare; hoogte gemiddeld +0,9 meter N.A.P. De polder werd in 1878 bedijkt; de concessie was verleend aan L. Calmeijn te Brussel. In 1906 inundeerde de polder. Hij behoorde tot de voormalige gemeente [[Yerseke]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Polder in de voormalige gemeente [[Sas]] van Gent (thans Terneuzen), grenzend aan België; opgenomen in het [[Waterschap]] Zeeuwse Stromen (2011), voorheen [[Waterschap]] de Verenigde Braakmanpolders en [[Waterschap]] De Drie Ambachten. Oppervlakte circa 203 hectare; hoogte 0,9 tot 1,8 m +N.A.P. De polder behoort tot het afwateringsgebied Braakman [[Braakmanpolder]]). In het zuidwesten van de polder ligt de buurtschap [[Posthoorn]] (gedeeltelijk). De St.-Pieterspolder kwam omstreeks 1633 tot stand op eertijds verloren gegaan gebied, waar nu het Raadsherenschor ligt. Hij overstroomde in 1682 en werd herdijkt in 1690. De polder inundeerde ook in 1808. waarna 23 hectare prijsgegeven gebied werd herdijkt in het [[Verdronken]] poldertje ten zuidoosten van Philippine (1848). De polder behoorde tot de voormalige gemeente Sas van Gent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. Polder in de voormalige gemeente [[Oostburg]] (thans Sluis) (grotendeels) en [[Terneuzen]]: opgenomen in het [[Waterschap]] Zeeuwse Stromen (2011), voorheen [[Waterschap]] Het Vrije van Sluis: oppervlakte circa. 309 hectare: hoogte 1.4 tot 1.7 meter +N.A.P.; behorend tot de hoofdafwateringsgebieden Nummer Een en Nol Zeven (Hoofdplaatpolder). In de zuidoosthoek van de polder ligt de buurtschap [[Driewegen]] (gedeeltelijk). In het zuidwesten. op een driesprong van dijken ca. 1.5 kilometer ten noorden van IJzendijke. ligt &#039;Schorers eraf dit is het graf van mr. Willem [[Schorer]] 1717-1800). lid van de Raad van Vlaanderen. Hij ageerde tegen het begraven in kerken. Bij testament werd zijn rustplaats alhier op eigen grond bepaald. De St.-Pieterpolder werd in 1699 bedijkt op &#039;aanwas ten noordwesten van Biervliet. in het schorren en geulengebied tussen Biervliet en IJzendijke. De polder viel binnen de voormalige gemeente Biervliet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J. Kuipers =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
Wilderom, Tussen afsluitdammen, III en IV. Roos, Woordenboek. Van Empel en Pieters, Zeeland. 318. Van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek. J.P.B. Zuurdeeg. Brede Watering. &#039;s-Heer Arendskerke.J.P. 13. Zuurdeeg. Verenigde Braakmanpolders. K.J.J. Brand, Oost-Zeeuws-Vlaamse polderland.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-philipsland_(philipskercke)&amp;diff=12525</id>
		<title>St.-philipsland (philipskercke)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-philipsland_(philipskercke)&amp;diff=12525"/>
		<updated>2014-08-28T09:10:52Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina St.-philipsland (philipskercke) hernoemd naar St.-Philipsland (Philipskercke): hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[St.-Philipsland (Philipskercke)]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St._Philipsland_(Philipskercke)&amp;diff=12524</id>
		<title>St. Philipsland (Philipskercke)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St._Philipsland_(Philipskercke)&amp;diff=12524"/>
		<updated>2014-08-28T09:10:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina St.-philipsland (philipskercke) hernoemd naar St.-Philipsland (Philipskercke): hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = St.-Philipsland (Philipskercke)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voormalige gemeente, sinds 1997 behorend tot de gemeente Tholen &amp;amp; St.-Philipsland, omvattende het gelijknamige eiland: 2686 inwoners (2010): oppervlakte circa 3.000 hectare waarvan ca. 1800 hectare cultuurgrond, 215 hectare natuurlijk terrein en bos, 810 hectarewater en het overige beschikbaar voor bouwterrein, aanleg van wegen en dergelijke. Naast het dorp St.-Philipsland, waarin het gemeentehuis nog drie kleinere kernen: [[Anna]] Jacobapolder (1), [[Sluis]]-acht en [[Aan]] den Noordweg. Van de inwoners is ruim 14% gereformeerd, terwijl practisch alle overigen Nederlands Hervormd zijn. Een aantal inwoners is lid van de Gereformeerde Bond. De kerkelijke instelling wordt weerspiegeld in de gemeenteraad.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Wapen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit wapen. dat op de wapenkaart van Smallegange (1696) voorkomt werd op november 1819 voor de heerlijkheid en bij K.B. van 25 januari 1950 voor de gemeente (met toevoeging van een kroon bevestigd).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een 18&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt;-eeuws zegel toont de drie schuinbalken op een veld van golven. Blijkbaar heeft men de gouden akkers te midden van de wateren willen weergeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Economie&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdmiddel van bestaan is de landbouw, verder wat visserij, praktisch geen industrie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Varia&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de [[Anna]] Jacobapolder (2) ligt nog een [[eendenkooi]]. Aan deze kooi is dan ook het zogenaamde &#039;kooirecht&#039; verbonden, dit is het recht om met een straal van 625 meter uit het hart van de kooi gemeten, een terrein af te palen, waarbinnen geen geluidverwekkende handelingen mogen worden verricht. Hoewel het vangen van eenden door de kooiker bijna niet meer wordt beoefend, zijn de afpalingsborden nog aanwezig.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Monumenten&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van het dorp St.-Philipsland is de 17&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuwse aanleg duidelijk herkenbaar. De Nederlands Hervormde kerk dateert uit 1668, met open torentje (gerestaureerd in 1844), waarin een klok eveneens uit 1668, gegoten door Johannes Burgerhuys.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De korenmolen &#039;De Hoop&#039; dateert van 1752: het is een achtkantige bovenkruier zonder stelling (beltmolen) van het Zeeuwse type: van onderen 2 meter vertikaal, daarna ingesnoerd en verder ongetailleerd. De [[Bruintjeskreek]]. 7 hectare, is een natuurreservaat van de Stichting Het Zeeuwse Landschap. Het is een oude, binnengedijkte, brakke getijgeul niet laaggelegen weilanden langs de oevers: broedgebied voor weidevogels: vanaf de weg uit Noord-Brabant naar de veerpont over het Zijpe goed te overzien. Op de noordwestpunt van het eiland ligt op de buitendijkse schorren van de Anna Jacobapolder een nog fraai bewaard gebleven hollestelle  [[dobbe]]; [[stelberg]]), natuurreservaat van de Stichting Het Zeeuwse Landschap. Tussen Tholen en St.-Philipsland ligt het Krabbenkreekgebied, groot 147 hectare dat beheerd wordt door de Stichting Het Zeeuwse Landschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Geschiedenis, archeologie&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De eerste bedijking van St.-Philipsland vond plaats op initiatief van Anna van Bourgondië, vrouwe van Ravestein, en dateert van 1487  [[St]].-Philipslandpolder). Er ontstond een poldertje van circa 500 hectare te midden van schorren en slikken en nauwelijks bevaarbare kreken. Het bijbehorende dorp werd gesticht aan de zuidzijde van het nieuwe poldereiland. Vóór 1490 was er een kerk die Philippus de apostel tot patroonheilige had, vandaar ook de naam St.-Philipsland. De parochie behoorde tot het bisdom Utrecht en het dekenaat Schouwen. Nadat in 1502 al een inlaagdijk was aangelegd, overstroomde de polder voor de eerste maal in 1511. In 1530 bezweken de dijken opnieuw (Sint-Felixvloed). Na de stormvloed van 2 november 1532 werd het hele eiland inclusief het dorp door zijn bewoners verlaten. Pas in 1645 vond herdijking plaats. Het nieuwe dorp kwam tot stand in de zuidoosthoek van het eiland. In de jaren twintig van de vorige eeuw waren nog vele overblijfselen van het oude, verdronken dorp in het slik, bij de huidige Mosseldam, zichtbaar. Al in 1954 kon niets meer aan het oppervlak worden waargenomen. Van de locatie van het dorp zijn twee vondstmeldingen bekend: een schelpenpad en de resten van waarschijnlijk een grote afvalkuil, waaruit in 1954 aardewerk is verzameld door amateur-archeologen. Op de tweede vindplaats zijn bij de dijkverzwaring in het kader van de Deltawerken in 1978, ca. 110 meter ten noorden van de eerste vindplaats, skeletten en planken van kisten blootgelegd (omgeving Hermanshoeve). Deze resten kwamen tevoorschijn op een plaats die nu door de dijk bedekt wordt. Hier vermoedt men de locatie van het kerkhof, en van de Sint-Philipskerk. Vermoedelijk bezat het oude St.-Philipsland aan de zeezijde een haven. Op oude kaarten is namelijk een kleine kreek aangegeven die uitkomt op de Mosselkreek, en langs de grotendeels buitengedijkte resten van het oude dorp loopt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na de herdijking van de Oude Polder van St.-Philipsland werd achtereenvolgens overgegaan tot indijking van de [[Henri]]ëttepolder (1776), de &amp;lt;nowiki&amp;gt;*Anna Jacobapolder en de [[Kramerpolder]] beide in 1847), [[Willempolder]] (1859), [[Prins]] Hendrikpolder(1907) en [[Abraham]] Wissepolder (1935). Van deze polders is de Prins Hendrikpolder een interprovinciale polder die zijn ontstaan te danken heeft aan de twee dammen die in 1884 door het [[Slaak]] zijn aangelegd: St. Philipsland was daardoor verbonden met Noord-Brabant. De polders van St.-Philipsland maken deel uit van het waterschap Tholen, behalve de Prins Hendrikpolder. In de 80-jarige oorlog is het gebied van St.-Philipsland twee keer nauw betrokken geweest hij de langdurige strijd tegen de Spanjaarden. In de nacht van 28/29 september 1575 slaagden Spaanse troepen erin, onder leiding van Osorio de Ulloa, te voet door het slikkengebied te trekken, beginnende bij St. Annaland en eindigende bij de dijk van Duiveland. Door de opkomende vloed zijn veel Spanjaarden verdronken, maar de overigen wisten Duiveland onder controle te krijgen en de Geuzen en Zierikzee van dichterbij te belagen. Op 12 september 1631 werd er een scheepsstrijd geleverd tussen de Zeeuwse vloot onder admiraal Marinus [[Hollare]] en de Spaanse vloot onder graaf Jan van Nassau (&#039;Jan de Mosselvanger&#039;), welke strijd eindigde met de volledige vernietiging van de Spaanse vloot (Slag op het [[Slaak]]). Na de Reformatie ging de kerkelijke gemeente St.-Philipsland behoren tot de classis Tholen. Haar eerste predikant kreeg de gemeente in 1657. Een nieuwe kerk werd gebouwd in 1668. &amp;lt;/nowiki&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De bekendste predikant die hier heeft gestaan was Pontiaan van [[Hattem]] (1672-1683). Grote bekendheid genoot ook Pieter van [[Dijke]], die in het midden van de vorige eeuw als boerenzoon &#039;in onderhandeling met de Heere&#039; was geraakt en op den duur de vrijmoedigheid vond voor een klein gezelschap afgescheidenen te preken. In 1851 werd hij door ds. [[Ledeboer]] tot herder en leraar bevestigd: er ontstond een Oud Gereformeerde Gemeente, daarnaast is er een Gereformeerde Gemeente. Vanaf 1878 is er bovendien te Anna Jacobapolder een Christelijk Gereformeerde Kerk, die in 1892 Gereformeerde Kerk werd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tot 1884 was St.-Philipsland een eiland met veerverbindingen naar Oud- en Nieuw Vossemeer en St.-Annaland op Tholen, over het Zijpe naar Duiveland en naar Overflakkee Rotterdam en Dordrecht. Na veel getwist viel in 1860 de beslissing dat de Zeeuwse spoorlijn zou worden aangelegd van Bergen op Zoom naar Vlissingen. Tot dat ogenblik ging de strijd over de kwestie of het tracé Vlissingen of Brouwershaven dan wel Stavenisse tot eindpunt zou hebben. W.F. del Campo (genaamd Camp I. oud-genieofficier en burgemeester van St.-Philipsland (bedijker van de Anna Jacobapolder) richtte in 1861 nog een memorie aan de minister van Binnenlandse Zaken voor aanleg van een spoorlijn Roosendaal-St.Philipsland-Zierikzee-Brouwershaven, onderbroken door een veer over het Zijpe. zoals in die tijd ook bestond tussen Moerdijk en Willemsdorp. In 1872 werd een gelijk verzoek gedaan maar nu werd overbrugging van het Zijpe dan wel afdamming van die stroom en aanleg van een kanaal door Duiveland voorgesteld. Geen van deze plannen kwam tot uitvoering. Wel kon in 1900 de tramlijn Steenbergen- Brouwershaven in 1915 verlengd tot Burgh, met een veer in het Zijpe, worden geopend. Exploitante was de Rotterdamse Tramweg Maatschappij (R.T.M.). Na de ramp van 1953 is deze lijn opgeheven: er is nu een busdienst. De aanleg van het Antwerpen-Moerdijkkanaal door de Eendracht maakte van St.-Philipsland weer een eiland: de Prins Hendrikpolder is doorgegraven door een noord-zuid lopend kanaal. De verbinding met Noord-Brabant bleef bestaan in de vorm van een brug. Tevens kwam er een damverbinding, met Tholen. De aanleg van de Philipsdam, die St.-Philipsland met de Grevelingendam verbind, kwam in 1987 gereed; daarmee werd het veer Anna Jacobapolder-Zijpe overbodig. De dam openende de mogelijkheid een –in tijd veel kortere wegverbinding- tussen Brabant en Schouwen-Duiveland tot stand te brengen, dan die via het veer Anna-Jacobapolder-Zijpe. Voor de aanlegsteigers van dit drukbezette veer stonden vooral in de zomermaanden dikwijls lange rijen auto&#039;s te wachten. Dit veer vervoerde bijvoorbeeld in juli 1983 rond 29.700 voertuigen en 89.000 personen (inclusief autopassagiers en dergelijke). De verbinding kwam dikwijls in het nieuws als deze weer eens uit de vaart genomen was: &#039;De veerdienst Anna-Jacobapolder-Zijpe is wegens dichte mist gestaakt&#039;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de [[Philipsdam]] is, op de voormalige plaat van de Vliet. die tussen de vaargeulen Krammer en Slaak gelegen was, een sluizencomplex aangelegd. Het scheepvaartverkeer van- en naar de Oosterschelde moet uiteraard ook na voltooiing van de Philipsdam nog mogelijk zijn. Het complex bestaat uit twee grote en twee kleine sluizen. De grote sluizen zijn bestemd voor het beroepsvervoer en de lengte ervan (280 meter) is aangepast aan de vrij lange duwvaartcombinaties. De beide kleinere sluizen waarvan (er) gedurende de eerste tijd na de sluiting van de dam slechts één in gebruik werd genomen zijn voor de recreatie vaart bestemd. zodat de vaak tegenstrijdige belangen van heide verkeersstromen zo min mogelijk met elkaar in conflict kunnen geraken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Polderkaart St.-Philipsland&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
I Anna Jacobapolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2 Abraham Wissepolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3 Kramerspolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4 Oude polder van St.-Philipsland&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5 Henriëttepolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
6 Prins Hendrikpolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
7 Willempolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M.P. de Bruin, S.J.M. Hulsbergen, J.A. Trimpe Burger, A.J. Beenhakker (wapen); herz. Jan J.B. Kuipers, 2013&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-A.A. Beekman, Geschiedkundige atlas van Nederland (’s-Gravenhage, 1913-1938).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|701634 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|701634] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-L.W. de Bree en M.P. de Bruin, ‘Zeeuws Prentenboek. St. Philipsland’, in: &#039;&#039;Zeeuws Tijdschrift&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
18 (1968) 156-160.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|159996 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|159996]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-M P. de Bruin, &#039;&#039;Tussen Krammer en Keeten, Mosselkreek en het Slaak (Sint- Filipsland en omgeving): met 5 tekstfig. en 2 foto&#039;s&#039;&#039; (S.l., 1953) 20-34. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|153585 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|153585]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- R.M. van Dierendonck m.m.v. H. Hendrikse, ‘Op zoek naar Sinte Philipslandt. Archeologisch onderzoek in het kader van het project Verdronken Dorpen’, in: &#039;&#039;Zeeland&#039;&#039; 13/2 (2004) 45-59.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1136756 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1136756]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-P.M. Grijpink, &#039;&#039;Register op de parochiën, altaren, vicarieën en de bedienaars zooals die voorkomen in de middeleeuwsche rekeningen van den officiaal des aartsdiakens van den Utrechtschen Dom &#039;&#039;(Amsterdam, 1914).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|255382 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|255382]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Jan J.B. Kuipers (eindred.), &#039;&#039;Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland&#039;&#039; (Middelburg/Vlissingen, 2004) 48-49 nr. 14, 68-70.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-S. Muller Hz., &#039;&#039;De kerkelijke indeeling omstreeks 1550 tevens kloosterkaart.&#039;&#039; Deel I: het bisdom Utrecht (’s-Gravenhage, 1921-1923). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|332011 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|332011]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-G.F. Sandherg, &#039;&#039;Overzetveren in Zeeland. Zevenhonderd jaar vervoer te water. Historische en rechtskundige beschouwingen met enige illustraties &#039;&#039;(Arnhem, 1978) 127-133.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|109693 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|109693] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-H.M. Wilderom, Tussen afsluitdammen en deltadijken. Dl.2. Noord-Zeeland (Vlissingen, 1964).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|260062 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|260062]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Zelandia Illustrata XI, 381-386.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AFBEELDING&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De havendijk van St.-Philipsland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voormalige gemeente, sinds 1997 behorend tot de gemeente Tholen &amp;amp; St. –Philipsland, omvattende het gelijknamige eiland: 2686 inwoners (2010): oppervlakte circa 3.000 hectare waarvan ca. 1800 hectare cultuurgrond, 215 hectare natuurlijk terrein en bos, 810 hectarewater en het overige beschikbaar voor bouwterrein, aanleg van wegen en dergelijke. Naast het dorp St.-Philipsland, waarin het gemeentehuis nog drie kleinere kernen: [[Anna]] Jacobapolder (1), [[Sluis]]-acht en [[Aan]] den Noordweg. Van de inwoners is ruim 14% gereformeerd, terwijl practisch alle overigen Nederlands Hervormd zijn. Een aantal inwoners is lid van de Gereformeerde Bond. De kerkelijke instelling wordt weerspiegeld in de gemeenteraad.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wapen: Dit wapen. dat op de wapenkaart van Smallegange (1696) voorkomt werd op november 1819 voor de heerlijkheid en bij K.B. van 25 januari 1950 voor de gemeente (met toevoeging van een kroon bevestigd).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een 18&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt;-eeuws zegel toont de drie schuinbalken op een veld van golven. Blijkbaar heeft men de gouden akkers temidden van de wateren willen weergeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Economie: Hoofdmiddel van bestaan is de landbouw, verder wat visserij, practisch geen industrie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Varia: In de [[Anna]] Jacobapolder (2) ligt nog een [[eendenkooi]]. Aan deze kooi is dan ook het zogenaamde &#039;kooirecht&#039; verbonden, dit is het recht om met een straal van 625 meter uit het hart van de kooi gemeten, een terrein af te palen, waarbinnen geen geluidverwekkende handelingen mogen worden verricht. Hoewel het vangen van eenden door de kooiker bijna niet meer wordt beoefend, zijn de afpalingsborden nog aanwezig.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Monumenten: Van het dorp St.-Philipsland is de 17&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuwse aanleg duidelijk herkenbaar. De Nederlands Hervormde kerk dateert uit 1668, met open torentje (gerestaureerd in 1844), waarin een klok eveneens uit 1668, gegoten door Johannes Burgerhuys.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De korenmolen &#039;De Hoop&#039; dateert van 1752: het is een achtkantige bovenkruier zonder stelling (beltmolen) van het Zeeuwse type: van onderen 2 meter vertikaal, daarna ingesnoerd en verder ongetailleerd. De [[Bruintjeskreek]]. 7 hectare, is een natuurreservaat van de Stichting Het Zeeuwse Landschap. Het is een oude, binnengedijkte, brakke getijgeul niet laaggelegen weilanden langs de oevers: broedgebied voor weidevogels: vanaf de weg uit Noord-Brabant naar de veerpont over het Zijpe goed te overzien. Op de noordwestpunt van het eiland ligt op de buitendijkse schorren van de Anna Jacobapolder een nog fraai bewaard gebleven hollestelle  [[dobbe]]; [[stelberg]]), natuurreservaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
van de Stichting Het Zeeuwse Landschap. Tussen Tholen en St.-Philipsland ligt het Krabbenkreekgebied, groot 147 hectare dat beheerd wordt door de Stichting Het Zeeuwse Landschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geschiedenis: De eerste bedijking vond plaats in het gebied van het huidige dorp St. Philipsland en dateert van 1487  [[St]]. Philipslandpolder Er ontstond een poldertje van circa 500 hectare temidden van schorren en slikken en nauwelijks bevaarbare kreken. Vóór 1490 was er een kerk die Philippus de apostel tot patroonheilige had, vandaar ook de naam St.-Philipsland. De parochie behoorde tot het bisdom Utrecht en het dekenaat Schouwen. In 1532 moest het eiland weer aan de zee worden prijsgegeven. Het bleef drijvende tot 1645. Na de herindijking van deze Oude Polder van St.-Philipsland werd achtereenvolgens overgegaan tot indijking van de [[Henri]]ëttepolder (1776), de &#039;Anna Jacobapolder en de [[Kramerpolder]] beide in 1847), [[Willempolder]] (1859), [[Prins]] Hendrikpolder(1907) en [[Abraham]] Wissepolder (1935). Van deze polders is de Prins Hendrikpolder een interprovinciale polder die zijn ontstaan te danken heeft aan de twee dammen die in 1884 door het [[Slaak]] zijn aangelegd: St. Philipsland was daardoor verbonden met Noord-Brabant. De polders van St.-Philipsland maken deel uit van het waterschap Tholen, behalve de Prins Hendrikpolder. In de 80-jarige oorlog is het gebied van St.-Philipsland twee keer nauw betrokken geweest hij de langdurige strijd tegen de Spanjaarden. In de nacht van 28/29 september 1575 slaagden Spaanse troepen erin, onder leiding van Osorio de Ulloa, te voet door het slikkengebied te trekken, beginnende bij St. Annaland en eindigende bij de dijk van Duiveland. Door de opkomende vloed zijn veel Spanjaarden verdronken, maar de overigen wisten Duiveland onder controle te krijgen en de Geuzen en Zierikzee van dichterbij te belagen. Op 12 september 1631 werd er een scheepsstrijd geleverd tussen de Zeeuwse vloot onder admiraal Marinus [[Hollare]] en de Spaanse vloot onder graaf Jan van Nassau (&#039;Jan de Mosselvanger&#039;), welke strijd eindigde met de volledige vernietiging van de Spaanse vloot (Slag op het [[Slaak]]).Na de Reformatie ging de kerkelijke gemeente St.-Philipsland behoren tot de classis Tholen. Haar eerste predikant kreeg de gemeente in 1657. Een nieuwe kerk werd gebouwd in 1668. De bekendste predikant die hier heeft gestaan was Pontiaan van &amp;quot;Hattem (1672-1683). Grote bekendheid genoot ook Pieter van [[Dijke]], die in het midden van de vorige eeuw als boerenzoon &#039;in onderhandeling metde Heere&#039; was geraakt en op den duur de vrijmoedigheid vond voor een klein gezelschap afgescheidenen te preken. In 1851 werd hij door ds. [[Ledeboer]] tot herder en leraar bevestigd: er ontstond een Oud Gereformeerde Gemeente, daarnaast is er een Gereformeerde Gemeente.Vanaf 1878 is er bovendien te Anna Jacobapolder een Christelijk Gereformeerde Kerk, die in 1892 Gereformeerde Kerk werd. Tot 1884 was St.-Philipsland een eiland met veerverbindingen naar Oud- en Nieuw Vossemeer en St.-Annaland op Tholen, over het Zijpe naar Duiveland en naar Overflakkee Rotterdam en Dordrecht. Na veel getwist viel in 1860 de beslissing dat de Zeeuwse spoorlijn zou worden aangelegd van Bergen op Zoom naar Vlissingen. Tot dat ogenblik ging de strijd over de kwestie of het tracé Vlissingen of Brouwershaven dan wel Stavenisse tot eindpunt zou hebben. W.F. del Campo (genaamd Camp I. oud-genieofficier en burgemeester van St.-Philipsland (bedijker van de Anna Jacobapolder) richtte in 1861 nog een memorie aan de minister van Binnenlandse Zaken voor aanleg van een spoorlijn Roosendaal-St.Philipsland-Zierikzee-Brouwershaven, onderbroken door een veer over het Zijpe. zoals in die tijd ook bestond tussen Moerdijk en Willemsdorp. In 1872 werd een gelijk verzoek gedaan maar nu werd overbrugging van het Zijpe dan wel afdamming van die stroom en aanleg van een kanaal door Duiveland voorgesteld. Geen van deze plannen kwam tot uitvoering. Wel kon in 1900 de tramlijn Steenbergen- Brouwershaven in 1915 verlengd tot Burgh, met een veer in het Zijpe, worden geopend. Exploitante was de Rotterdamse Tramweg Maatschappij (R.T.M.). Na de ramp van 1953 is deze lijn opgeheven: er is nu een busdienst. De aanleg van het Antwerpen-Moerdijkkanaal door de Eendracht maakte van St.-Philipsland weer een eiland: de Prins Hendrikpolder is doorgegraven door een noord-zuid lopend kanaal. De verbinding met Noord-Brabant bleef bestaan in de vorm van een brug. Tevens kwam er een damverbinding, met Tholen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de [[Philipsdam]] is, op de voormalige plaat van de Vliet. die tussen de vaargeulen Krammer en Slaak gelegen was, een sluizencomplex aangelegd. Het scheepvaartverkeer van- en naar de Oosterschelde moet uiteraard ook na voltooiing van de Philipsdam nog mogelijk zijn. Het complex bestaat uit twee grote en twee kleine sluizen. De grote sluizen zijn bestemd voor het beroepsvervoer en de lengte ervan (280 meter) is aangepast aan de vrij lange duwvaartcombinatie&#039;s. De beide kleinere sluizen waarvan (er) gedurende de eerste tijd na de sluiting van de dam slechts één in gebruik werd genomen zijn voor de recreatie vaart bestemd. zodat de vaak tegenstrijdige belangen van heide verkeersstromen zo min mogelijk met elkaar in conflict kunnen geraken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Polderkaart St.-Philipsland =&lt;br /&gt;
I Anna Jacobapolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2 Abraham Wissepolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3 Kramerspolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4 Oude polder van St.-Philipsland&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5 Henriëttepolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
6 Prins Hendrikpolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
7 Willempolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= M.P. de Bruin, S.J.M. Hulsbergen, J.A. Trimpe Burger =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
A. A. Beekman. Geschiedkundige A das. L. W. de Bree en De Bruin. Zeeuws Prentenboek. St. Philipsland. M. P. de Bruin. Tussen Krammer, 20-34. Grijpink. Register op de parochiën. S. Muller Hz.. De indeeling van het bisdom. Sandherg. Overzetveren. 127-133. Wilderom. Tussen afsluitdammen Zelandia Illustrata XI. 381-386.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AFBEELDING =&lt;br /&gt;
= De havendijk van St.-Philipsland. =&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St._Philipsland_(Philipskercke)&amp;diff=12523</id>
		<title>St. Philipsland (Philipskercke)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St._Philipsland_(Philipskercke)&amp;diff=12523"/>
		<updated>2014-08-28T09:10:29Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = St.-Philipsland (Philipskercke)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voormalige gemeente, sinds 1997 behorend tot de gemeente Tholen &amp;amp; St.-Philipsland, omvattende het gelijknamige eiland: 2686 inwoners (2010): oppervlakte circa 3.000 hectare waarvan ca. 1800 hectare cultuurgrond, 215 hectare natuurlijk terrein en bos, 810 hectarewater en het overige beschikbaar voor bouwterrein, aanleg van wegen en dergelijke. Naast het dorp St.-Philipsland, waarin het gemeentehuis nog drie kleinere kernen: [[Anna]] Jacobapolder (1), [[Sluis]]-acht en [[Aan]] den Noordweg. Van de inwoners is ruim 14% gereformeerd, terwijl practisch alle overigen Nederlands Hervormd zijn. Een aantal inwoners is lid van de Gereformeerde Bond. De kerkelijke instelling wordt weerspiegeld in de gemeenteraad.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Wapen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit wapen. dat op de wapenkaart van Smallegange (1696) voorkomt werd op november 1819 voor de heerlijkheid en bij K.B. van 25 januari 1950 voor de gemeente (met toevoeging van een kroon bevestigd).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een 18&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt;-eeuws zegel toont de drie schuinbalken op een veld van golven. Blijkbaar heeft men de gouden akkers te midden van de wateren willen weergeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Economie&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoofdmiddel van bestaan is de landbouw, verder wat visserij, praktisch geen industrie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Varia&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de [[Anna]] Jacobapolder (2) ligt nog een [[eendenkooi]]. Aan deze kooi is dan ook het zogenaamde &#039;kooirecht&#039; verbonden, dit is het recht om met een straal van 625 meter uit het hart van de kooi gemeten, een terrein af te palen, waarbinnen geen geluidverwekkende handelingen mogen worden verricht. Hoewel het vangen van eenden door de kooiker bijna niet meer wordt beoefend, zijn de afpalingsborden nog aanwezig.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Monumenten&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van het dorp St.-Philipsland is de 17&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuwse aanleg duidelijk herkenbaar. De Nederlands Hervormde kerk dateert uit 1668, met open torentje (gerestaureerd in 1844), waarin een klok eveneens uit 1668, gegoten door Johannes Burgerhuys.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De korenmolen &#039;De Hoop&#039; dateert van 1752: het is een achtkantige bovenkruier zonder stelling (beltmolen) van het Zeeuwse type: van onderen 2 meter vertikaal, daarna ingesnoerd en verder ongetailleerd. De [[Bruintjeskreek]]. 7 hectare, is een natuurreservaat van de Stichting Het Zeeuwse Landschap. Het is een oude, binnengedijkte, brakke getijgeul niet laaggelegen weilanden langs de oevers: broedgebied voor weidevogels: vanaf de weg uit Noord-Brabant naar de veerpont over het Zijpe goed te overzien. Op de noordwestpunt van het eiland ligt op de buitendijkse schorren van de Anna Jacobapolder een nog fraai bewaard gebleven hollestelle  [[dobbe]]; [[stelberg]]), natuurreservaat van de Stichting Het Zeeuwse Landschap. Tussen Tholen en St.-Philipsland ligt het Krabbenkreekgebied, groot 147 hectare dat beheerd wordt door de Stichting Het Zeeuwse Landschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Geschiedenis, archeologie&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De eerste bedijking van St.-Philipsland vond plaats op initiatief van Anna van Bourgondië, vrouwe van Ravestein, en dateert van 1487  [[St]].-Philipslandpolder). Er ontstond een poldertje van circa 500 hectare te midden van schorren en slikken en nauwelijks bevaarbare kreken. Het bijbehorende dorp werd gesticht aan de zuidzijde van het nieuwe poldereiland. Vóór 1490 was er een kerk die Philippus de apostel tot patroonheilige had, vandaar ook de naam St.-Philipsland. De parochie behoorde tot het bisdom Utrecht en het dekenaat Schouwen. Nadat in 1502 al een inlaagdijk was aangelegd, overstroomde de polder voor de eerste maal in 1511. In 1530 bezweken de dijken opnieuw (Sint-Felixvloed). Na de stormvloed van 2 november 1532 werd het hele eiland inclusief het dorp door zijn bewoners verlaten. Pas in 1645 vond herdijking plaats. Het nieuwe dorp kwam tot stand in de zuidoosthoek van het eiland. In de jaren twintig van de vorige eeuw waren nog vele overblijfselen van het oude, verdronken dorp in het slik, bij de huidige Mosseldam, zichtbaar. Al in 1954 kon niets meer aan het oppervlak worden waargenomen. Van de locatie van het dorp zijn twee vondstmeldingen bekend: een schelpenpad en de resten van waarschijnlijk een grote afvalkuil, waaruit in 1954 aardewerk is verzameld door amateur-archeologen. Op de tweede vindplaats zijn bij de dijkverzwaring in het kader van de Deltawerken in 1978, ca. 110 meter ten noorden van de eerste vindplaats, skeletten en planken van kisten blootgelegd (omgeving Hermanshoeve). Deze resten kwamen tevoorschijn op een plaats die nu door de dijk bedekt wordt. Hier vermoedt men de locatie van het kerkhof, en van de Sint-Philipskerk. Vermoedelijk bezat het oude St.-Philipsland aan de zeezijde een haven. Op oude kaarten is namelijk een kleine kreek aangegeven die uitkomt op de Mosselkreek, en langs de grotendeels buitengedijkte resten van het oude dorp loopt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na de herdijking van de Oude Polder van St.-Philipsland werd achtereenvolgens overgegaan tot indijking van de [[Henri]]ëttepolder (1776), de &amp;lt;nowiki&amp;gt;*Anna Jacobapolder en de [[Kramerpolder]] beide in 1847), [[Willempolder]] (1859), [[Prins]] Hendrikpolder(1907) en [[Abraham]] Wissepolder (1935). Van deze polders is de Prins Hendrikpolder een interprovinciale polder die zijn ontstaan te danken heeft aan de twee dammen die in 1884 door het [[Slaak]] zijn aangelegd: St. Philipsland was daardoor verbonden met Noord-Brabant. De polders van St.-Philipsland maken deel uit van het waterschap Tholen, behalve de Prins Hendrikpolder. In de 80-jarige oorlog is het gebied van St.-Philipsland twee keer nauw betrokken geweest hij de langdurige strijd tegen de Spanjaarden. In de nacht van 28/29 september 1575 slaagden Spaanse troepen erin, onder leiding van Osorio de Ulloa, te voet door het slikkengebied te trekken, beginnende bij St. Annaland en eindigende bij de dijk van Duiveland. Door de opkomende vloed zijn veel Spanjaarden verdronken, maar de overigen wisten Duiveland onder controle te krijgen en de Geuzen en Zierikzee van dichterbij te belagen. Op 12 september 1631 werd er een scheepsstrijd geleverd tussen de Zeeuwse vloot onder admiraal Marinus [[Hollare]] en de Spaanse vloot onder graaf Jan van Nassau (&#039;Jan de Mosselvanger&#039;), welke strijd eindigde met de volledige vernietiging van de Spaanse vloot (Slag op het [[Slaak]]). Na de Reformatie ging de kerkelijke gemeente St.-Philipsland behoren tot de classis Tholen. Haar eerste predikant kreeg de gemeente in 1657. Een nieuwe kerk werd gebouwd in 1668. &amp;lt;/nowiki&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De bekendste predikant die hier heeft gestaan was Pontiaan van [[Hattem]] (1672-1683). Grote bekendheid genoot ook Pieter van [[Dijke]], die in het midden van de vorige eeuw als boerenzoon &#039;in onderhandeling met de Heere&#039; was geraakt en op den duur de vrijmoedigheid vond voor een klein gezelschap afgescheidenen te preken. In 1851 werd hij door ds. [[Ledeboer]] tot herder en leraar bevestigd: er ontstond een Oud Gereformeerde Gemeente, daarnaast is er een Gereformeerde Gemeente. Vanaf 1878 is er bovendien te Anna Jacobapolder een Christelijk Gereformeerde Kerk, die in 1892 Gereformeerde Kerk werd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tot 1884 was St.-Philipsland een eiland met veerverbindingen naar Oud- en Nieuw Vossemeer en St.-Annaland op Tholen, over het Zijpe naar Duiveland en naar Overflakkee Rotterdam en Dordrecht. Na veel getwist viel in 1860 de beslissing dat de Zeeuwse spoorlijn zou worden aangelegd van Bergen op Zoom naar Vlissingen. Tot dat ogenblik ging de strijd over de kwestie of het tracé Vlissingen of Brouwershaven dan wel Stavenisse tot eindpunt zou hebben. W.F. del Campo (genaamd Camp I. oud-genieofficier en burgemeester van St.-Philipsland (bedijker van de Anna Jacobapolder) richtte in 1861 nog een memorie aan de minister van Binnenlandse Zaken voor aanleg van een spoorlijn Roosendaal-St.Philipsland-Zierikzee-Brouwershaven, onderbroken door een veer over het Zijpe. zoals in die tijd ook bestond tussen Moerdijk en Willemsdorp. In 1872 werd een gelijk verzoek gedaan maar nu werd overbrugging van het Zijpe dan wel afdamming van die stroom en aanleg van een kanaal door Duiveland voorgesteld. Geen van deze plannen kwam tot uitvoering. Wel kon in 1900 de tramlijn Steenbergen- Brouwershaven in 1915 verlengd tot Burgh, met een veer in het Zijpe, worden geopend. Exploitante was de Rotterdamse Tramweg Maatschappij (R.T.M.). Na de ramp van 1953 is deze lijn opgeheven: er is nu een busdienst. De aanleg van het Antwerpen-Moerdijkkanaal door de Eendracht maakte van St.-Philipsland weer een eiland: de Prins Hendrikpolder is doorgegraven door een noord-zuid lopend kanaal. De verbinding met Noord-Brabant bleef bestaan in de vorm van een brug. Tevens kwam er een damverbinding, met Tholen. De aanleg van de Philipsdam, die St.-Philipsland met de Grevelingendam verbind, kwam in 1987 gereed; daarmee werd het veer Anna Jacobapolder-Zijpe overbodig. De dam openende de mogelijkheid een –in tijd veel kortere wegverbinding- tussen Brabant en Schouwen-Duiveland tot stand te brengen, dan die via het veer Anna-Jacobapolder-Zijpe. Voor de aanlegsteigers van dit drukbezette veer stonden vooral in de zomermaanden dikwijls lange rijen auto&#039;s te wachten. Dit veer vervoerde bijvoorbeeld in juli 1983 rond 29.700 voertuigen en 89.000 personen (inclusief autopassagiers en dergelijke). De verbinding kwam dikwijls in het nieuws als deze weer eens uit de vaart genomen was: &#039;De veerdienst Anna-Jacobapolder-Zijpe is wegens dichte mist gestaakt&#039;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de [[Philipsdam]] is, op de voormalige plaat van de Vliet. die tussen de vaargeulen Krammer en Slaak gelegen was, een sluizencomplex aangelegd. Het scheepvaartverkeer van- en naar de Oosterschelde moet uiteraard ook na voltooiing van de Philipsdam nog mogelijk zijn. Het complex bestaat uit twee grote en twee kleine sluizen. De grote sluizen zijn bestemd voor het beroepsvervoer en de lengte ervan (280 meter) is aangepast aan de vrij lange duwvaartcombinaties. De beide kleinere sluizen waarvan (er) gedurende de eerste tijd na de sluiting van de dam slechts één in gebruik werd genomen zijn voor de recreatie vaart bestemd. zodat de vaak tegenstrijdige belangen van heide verkeersstromen zo min mogelijk met elkaar in conflict kunnen geraken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Polderkaart St.-Philipsland&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
I Anna Jacobapolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2 Abraham Wissepolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3 Kramerspolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4 Oude polder van St.-Philipsland&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5 Henriëttepolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
6 Prins Hendrikpolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
7 Willempolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M.P. de Bruin, S.J.M. Hulsbergen, J.A. Trimpe Burger, A.J. Beenhakker (wapen); herz. Jan J.B. Kuipers, 2013&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-A.A. Beekman, Geschiedkundige atlas van Nederland (’s-Gravenhage, 1913-1938).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|701634 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|701634] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-L.W. de Bree en M.P. de Bruin, ‘Zeeuws Prentenboek. St. Philipsland’, in: &#039;&#039;Zeeuws Tijdschrift&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
18 (1968) 156-160.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|159996 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|159996]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-M P. de Bruin, &#039;&#039;Tussen Krammer en Keeten, Mosselkreek en het Slaak (Sint- Filipsland en omgeving): met 5 tekstfig. en 2 foto&#039;s&#039;&#039; (S.l., 1953) 20-34. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|153585 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|153585]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- R.M. van Dierendonck m.m.v. H. Hendrikse, ‘Op zoek naar Sinte Philipslandt. Archeologisch onderzoek in het kader van het project Verdronken Dorpen’, in: &#039;&#039;Zeeland&#039;&#039; 13/2 (2004) 45-59.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1136756 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1136756]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-P.M. Grijpink, &#039;&#039;Register op de parochiën, altaren, vicarieën en de bedienaars zooals die voorkomen in de middeleeuwsche rekeningen van den officiaal des aartsdiakens van den Utrechtschen Dom &#039;&#039;(Amsterdam, 1914).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|255382 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|255382]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Jan J.B. Kuipers (eindred.), &#039;&#039;Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland&#039;&#039; (Middelburg/Vlissingen, 2004) 48-49 nr. 14, 68-70.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-S. Muller Hz., &#039;&#039;De kerkelijke indeeling omstreeks 1550 tevens kloosterkaart.&#039;&#039; Deel I: het bisdom Utrecht (’s-Gravenhage, 1921-1923). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|332011 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|332011]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-G.F. Sandherg, &#039;&#039;Overzetveren in Zeeland. Zevenhonderd jaar vervoer te water. Historische en rechtskundige beschouwingen met enige illustraties &#039;&#039;(Arnhem, 1978) 127-133.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|109693 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|109693] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-H.M. Wilderom, Tussen afsluitdammen en deltadijken. Dl.2. Noord-Zeeland (Vlissingen, 1964).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|260062 http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|260062]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Zelandia Illustrata XI, 381-386.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AFBEELDING&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De havendijk van St.-Philipsland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voormalige gemeente, sinds 1997 behorend tot de gemeente Tholen &amp;amp; St. –Philipsland, omvattende het gelijknamige eiland: 2686 inwoners (2010): oppervlakte circa 3.000 hectare waarvan ca. 1800 hectare cultuurgrond, 215 hectare natuurlijk terrein en bos, 810 hectarewater en het overige beschikbaar voor bouwterrein, aanleg van wegen en dergelijke. Naast het dorp St.-Philipsland, waarin het gemeentehuis nog drie kleinere kernen: [[Anna]] Jacobapolder (1), [[Sluis]]-acht en [[Aan]] den Noordweg. Van de inwoners is ruim 14% gereformeerd, terwijl practisch alle overigen Nederlands Hervormd zijn. Een aantal inwoners is lid van de Gereformeerde Bond. De kerkelijke instelling wordt weerspiegeld in de gemeenteraad.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wapen: Dit wapen. dat op de wapenkaart van Smallegange (1696) voorkomt werd op november 1819 voor de heerlijkheid en bij K.B. van 25 januari 1950 voor de gemeente (met toevoeging van een kroon bevestigd).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een 18&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt;-eeuws zegel toont de drie schuinbalken op een veld van golven. Blijkbaar heeft men de gouden akkers temidden van de wateren willen weergeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Economie: Hoofdmiddel van bestaan is de landbouw, verder wat visserij, practisch geen industrie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Varia: In de [[Anna]] Jacobapolder (2) ligt nog een [[eendenkooi]]. Aan deze kooi is dan ook het zogenaamde &#039;kooirecht&#039; verbonden, dit is het recht om met een straal van 625 meter uit het hart van de kooi gemeten, een terrein af te palen, waarbinnen geen geluidverwekkende handelingen mogen worden verricht. Hoewel het vangen van eenden door de kooiker bijna niet meer wordt beoefend, zijn de afpalingsborden nog aanwezig.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Monumenten: Van het dorp St.-Philipsland is de 17&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuwse aanleg duidelijk herkenbaar. De Nederlands Hervormde kerk dateert uit 1668, met open torentje (gerestaureerd in 1844), waarin een klok eveneens uit 1668, gegoten door Johannes Burgerhuys.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De korenmolen &#039;De Hoop&#039; dateert van 1752: het is een achtkantige bovenkruier zonder stelling (beltmolen) van het Zeeuwse type: van onderen 2 meter vertikaal, daarna ingesnoerd en verder ongetailleerd. De [[Bruintjeskreek]]. 7 hectare, is een natuurreservaat van de Stichting Het Zeeuwse Landschap. Het is een oude, binnengedijkte, brakke getijgeul niet laaggelegen weilanden langs de oevers: broedgebied voor weidevogels: vanaf de weg uit Noord-Brabant naar de veerpont over het Zijpe goed te overzien. Op de noordwestpunt van het eiland ligt op de buitendijkse schorren van de Anna Jacobapolder een nog fraai bewaard gebleven hollestelle  [[dobbe]]; [[stelberg]]), natuurreservaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
van de Stichting Het Zeeuwse Landschap. Tussen Tholen en St.-Philipsland ligt het Krabbenkreekgebied, groot 147 hectare dat beheerd wordt door de Stichting Het Zeeuwse Landschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geschiedenis: De eerste bedijking vond plaats in het gebied van het huidige dorp St. Philipsland en dateert van 1487  [[St]]. Philipslandpolder Er ontstond een poldertje van circa 500 hectare temidden van schorren en slikken en nauwelijks bevaarbare kreken. Vóór 1490 was er een kerk die Philippus de apostel tot patroonheilige had, vandaar ook de naam St.-Philipsland. De parochie behoorde tot het bisdom Utrecht en het dekenaat Schouwen. In 1532 moest het eiland weer aan de zee worden prijsgegeven. Het bleef drijvende tot 1645. Na de herindijking van deze Oude Polder van St.-Philipsland werd achtereenvolgens overgegaan tot indijking van de [[Henri]]ëttepolder (1776), de &#039;Anna Jacobapolder en de [[Kramerpolder]] beide in 1847), [[Willempolder]] (1859), [[Prins]] Hendrikpolder(1907) en [[Abraham]] Wissepolder (1935). Van deze polders is de Prins Hendrikpolder een interprovinciale polder die zijn ontstaan te danken heeft aan de twee dammen die in 1884 door het [[Slaak]] zijn aangelegd: St. Philipsland was daardoor verbonden met Noord-Brabant. De polders van St.-Philipsland maken deel uit van het waterschap Tholen, behalve de Prins Hendrikpolder. In de 80-jarige oorlog is het gebied van St.-Philipsland twee keer nauw betrokken geweest hij de langdurige strijd tegen de Spanjaarden. In de nacht van 28/29 september 1575 slaagden Spaanse troepen erin, onder leiding van Osorio de Ulloa, te voet door het slikkengebied te trekken, beginnende bij St. Annaland en eindigende bij de dijk van Duiveland. Door de opkomende vloed zijn veel Spanjaarden verdronken, maar de overigen wisten Duiveland onder controle te krijgen en de Geuzen en Zierikzee van dichterbij te belagen. Op 12 september 1631 werd er een scheepsstrijd geleverd tussen de Zeeuwse vloot onder admiraal Marinus [[Hollare]] en de Spaanse vloot onder graaf Jan van Nassau (&#039;Jan de Mosselvanger&#039;), welke strijd eindigde met de volledige vernietiging van de Spaanse vloot (Slag op het [[Slaak]]).Na de Reformatie ging de kerkelijke gemeente St.-Philipsland behoren tot de classis Tholen. Haar eerste predikant kreeg de gemeente in 1657. Een nieuwe kerk werd gebouwd in 1668. De bekendste predikant die hier heeft gestaan was Pontiaan van &amp;quot;Hattem (1672-1683). Grote bekendheid genoot ook Pieter van [[Dijke]], die in het midden van de vorige eeuw als boerenzoon &#039;in onderhandeling metde Heere&#039; was geraakt en op den duur de vrijmoedigheid vond voor een klein gezelschap afgescheidenen te preken. In 1851 werd hij door ds. [[Ledeboer]] tot herder en leraar bevestigd: er ontstond een Oud Gereformeerde Gemeente, daarnaast is er een Gereformeerde Gemeente.Vanaf 1878 is er bovendien te Anna Jacobapolder een Christelijk Gereformeerde Kerk, die in 1892 Gereformeerde Kerk werd. Tot 1884 was St.-Philipsland een eiland met veerverbindingen naar Oud- en Nieuw Vossemeer en St.-Annaland op Tholen, over het Zijpe naar Duiveland en naar Overflakkee Rotterdam en Dordrecht. Na veel getwist viel in 1860 de beslissing dat de Zeeuwse spoorlijn zou worden aangelegd van Bergen op Zoom naar Vlissingen. Tot dat ogenblik ging de strijd over de kwestie of het tracé Vlissingen of Brouwershaven dan wel Stavenisse tot eindpunt zou hebben. W.F. del Campo (genaamd Camp I. oud-genieofficier en burgemeester van St.-Philipsland (bedijker van de Anna Jacobapolder) richtte in 1861 nog een memorie aan de minister van Binnenlandse Zaken voor aanleg van een spoorlijn Roosendaal-St.Philipsland-Zierikzee-Brouwershaven, onderbroken door een veer over het Zijpe. zoals in die tijd ook bestond tussen Moerdijk en Willemsdorp. In 1872 werd een gelijk verzoek gedaan maar nu werd overbrugging van het Zijpe dan wel afdamming van die stroom en aanleg van een kanaal door Duiveland voorgesteld. Geen van deze plannen kwam tot uitvoering. Wel kon in 1900 de tramlijn Steenbergen- Brouwershaven in 1915 verlengd tot Burgh, met een veer in het Zijpe, worden geopend. Exploitante was de Rotterdamse Tramweg Maatschappij (R.T.M.). Na de ramp van 1953 is deze lijn opgeheven: er is nu een busdienst. De aanleg van het Antwerpen-Moerdijkkanaal door de Eendracht maakte van St.-Philipsland weer een eiland: de Prins Hendrikpolder is doorgegraven door een noord-zuid lopend kanaal. De verbinding met Noord-Brabant bleef bestaan in de vorm van een brug. Tevens kwam er een damverbinding, met Tholen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de [[Philipsdam]] is, op de voormalige plaat van de Vliet. die tussen de vaargeulen Krammer en Slaak gelegen was, een sluizencomplex aangelegd. Het scheepvaartverkeer van- en naar de Oosterschelde moet uiteraard ook na voltooiing van de Philipsdam nog mogelijk zijn. Het complex bestaat uit twee grote en twee kleine sluizen. De grote sluizen zijn bestemd voor het beroepsvervoer en de lengte ervan (280 meter) is aangepast aan de vrij lange duwvaartcombinatie&#039;s. De beide kleinere sluizen waarvan (er) gedurende de eerste tijd na de sluiting van de dam slechts één in gebruik werd genomen zijn voor de recreatie vaart bestemd. zodat de vaak tegenstrijdige belangen van heide verkeersstromen zo min mogelijk met elkaar in conflict kunnen geraken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= Polderkaart St.-Philipsland =&lt;br /&gt;
I Anna Jacobapolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2 Abraham Wissepolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3 Kramerspolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4 Oude polder van St.-Philipsland&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5 Henriëttepolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
6 Prins Hendrikpolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
7 Willempolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= M.P. de Bruin, S.J.M. Hulsbergen, J.A. Trimpe Burger =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
A. A. Beekman. Geschiedkundige A das. L. W. de Bree en De Bruin. Zeeuws Prentenboek. St. Philipsland. M. P. de Bruin. Tussen Krammer, 20-34. Grijpink. Register op de parochiën. S. Muller Hz.. De indeeling van het bisdom. Sandherg. Overzetveren. 127-133. Wilderom. Tussen afsluitdammen Zelandia Illustrata XI. 381-386.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AFBEELDING =&lt;br /&gt;
= De havendijk van St.-Philipsland. =&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-lievenspolder&amp;diff=12522</id>
		<title>St.-lievenspolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-lievenspolder&amp;diff=12522"/>
		<updated>2014-08-28T09:09:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina St.-lievenspolder hernoemd naar St.-Lievenspolder: hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[St.-Lievenspolder]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Lievenspolder&amp;diff=12521</id>
		<title>St.-Lievenspolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Lievenspolder&amp;diff=12521"/>
		<updated>2014-08-28T09:09:22Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina St.-lievenspolder hernoemd naar St.-Lievenspolder: hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = St.-Lievenspolder&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Polder in de voormalige gemeente [[Aardenburg]]: opgenomen in het Waterschap Zeeuwse Stromen (2011), voorheen [[Waterschap]] Het Vrije van Sluis: oppervlakte circa 121 hectare; hoogte circa. 1.6 tot 2,2 m +N.A.P.: behorend tot het hoofdafwateringsgebied&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cadzand  [[Kievittepolder]]). De scheidingsdijken zijn gedeeltelijk verdwenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De St .-Lievenspolder werd in 1481 in de Zuudzee bedijkt door Jan de Plaet  [[Kruispolder]]). In 1622 werd de polder doorgraven in verband met de aanleg van de [[Brandkreek]]. Het polderdeel ten zuiden van dit water (nu Brandkreekpolder) is thans de Belgische St. Lievenspolder. De St.-Lievenspolder werd herdijkt in 1711. De Nederlandse polder heeft deel uitgemaakt van het waterschap Eiland en&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Brandkreek  [[Brandkreekpolder]]).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J. Kuipers =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
Wilderom, Tussen afsluitdammen, IV. Gottschalk, Historische geografie. Van Empel en Pieters, Zeeland. Van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Lievenspolder&amp;diff=12520</id>
		<title>St.-Lievenspolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Lievenspolder&amp;diff=12520"/>
		<updated>2014-08-28T09:08:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = St.-Lievenspolder&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Polder in de voormalige gemeente [[Aardenburg]]: opgenomen in het Waterschap Zeeuwse Stromen (2011), voorheen [[Waterschap]] Het Vrije van Sluis: oppervlakte circa 121 hectare; hoogte circa. 1.6 tot 2,2 m +N.A.P.: behorend tot het hoofdafwateringsgebied&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cadzand  [[Kievittepolder]]). De scheidingsdijken zijn gedeeltelijk verdwenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De St .-Lievenspolder werd in 1481 in de Zuudzee bedijkt door Jan de Plaet  [[Kruispolder]]). In 1622 werd de polder doorgraven in verband met de aanleg van de [[Brandkreek]]. Het polderdeel ten zuiden van dit water (nu Brandkreekpolder) is thans de Belgische St. Lievenspolder. De St.-Lievenspolder werd herdijkt in 1711. De Nederlandse polder heeft deel uitgemaakt van het waterschap Eiland en&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Brandkreek  [[Brandkreekpolder]]).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J. Kuipers =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
Wilderom, Tussen afsluitdammen, IV. Gottschalk, Historische geografie. Van Empel en Pieters, Zeeland. Van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-kruis&amp;diff=12519</id>
		<title>St.-kruis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-kruis&amp;diff=12519"/>
		<updated>2014-08-28T09:08:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina St.-kruis hernoemd naar St.-Kruis: hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[St.-Kruis]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Kruis&amp;diff=12518</id>
		<title>St.-Kruis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Kruis&amp;diff=12518"/>
		<updated>2014-08-28T09:08:02Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina St.-kruis hernoemd naar St.-Kruis: hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = St.-Kruis&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Dorp binnen de gemeente [[Sluis]] in West-Zeeuws-Vlaanderen vóór 1941 een zelfstandige gemeente waarin de buurtschappen de [[Brakke]], het [[Eiland]] en de [[Platluis]]; 369 inwoners (1983): oppervlakte 2136 hectare. St.-Kruis is een zogenaamde moerparochie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wapen&#039;&#039;&#039;:&#039;&#039;&#039; Dit wapen werd verleend op 8 december 1819. Aan het wapen van Het [[Vrije]] van&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sluis werden twee kruisjes toegevoegd als symbool van de naam van het dorp.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Varia: Kermis 14 dagen voor Pinksteren met de zaterdag daarvoor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Monumenten: De kerk van St.-Kruis, oorspronkelijk een hallekerk uit vermoedelijk de 14&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw, werd in de Spaanse tijd verwoest en hersteld in het midden van de 17&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw. Van de driebeukige kerk werden koor en dwarspand afgebroken: het schip werd gereduceerd tot een eenbeukige ruimte, een travee korter dan voorheen. De toren (de &#039;Peperbusse&#039;) en resten van het oude schip dateren nog uit de 14&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw. De vloer van de kerk is bedekt met oude grafstenen, waarvan enkele de herinnering meedragen aan de Franse revolutie: de adellijke wapens zijn uit de stenen weggehaald. Inen exterieur van de kerk werden in 1949 na zware oorlogsschade gerestaureerd, waarbij een deel van het schip tot consistorie werd verbouwd. In de omgeving van de St.-Kruis liggen fraaie overblijfselen van kreken: de [[Boomkreek]] of St.-Kruiskreek (met stuk moeras het &#039;Schers&#039;, voedselgebied voor trekvogels) en het [[Groote]] Gat van St.-Kruis. Ten westen van het Groote Gat ligt op Pleistoceen [[dekzand]] het Tonio bosch je (1 hectare Staats-natuurreservaat): &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
het is wetenschappelijk belangrijk als een der weinige overblijfselen van de houtopstanden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
van het Hoge Land van St.-Kruis. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geschiedenis: Tegen het einde van de 12&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw stichtten de [[cisterci]]ënzers van Ter Doest ten zuiden van het latere St.-Kruis de uithof Pulsbroek. Van daaruit is de ontginning van het nog woeste land begonnen, wat heeft geleid tot de stichting van de parochie St. Kruis, welke tot de St.-Baafsabdij van Gent behoorde. De abdij putte geregeld inkomsten uit de houtopbrengsten van de bossen van het nabij gelegen Sconevelt. De stormvloed van 1477 en de inundaties in de 80-jarige oorlog brachten veel schade toe aan dorp en omgeving. In de tijd van de kerkhervorming was Joris de Vriese er pastoor; deze sloot zich na de pacificatie van Gent bij de gereformeerden aan: hij is er maar kort gebleven. In 1633 kreeg St.-Kruis op aandrang van de classis Walcheren D. Meyer als predikant.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. De VlissingerJan Snouck en zijn Zeeuwse compagnons verkregen in 1635 vergunning om onder door de Heren XIX goedgekeurde condities in het Westindische octrooigebied de kaapvaart te doen uitoefenen en op St.-Kruis of op enig ander eiland van hun keuze een patroonskolonie te vestigen. St.-Kruis werd ongeschikt geacht en men vestigde zich op [[St]].-Eustatius. In 1642 koloniseerde Jan Snouck alsnog St.-Kruis en gaf het de naam Nieuw-Zeeland, in ±1644 herdoopt in Nieuw-Walcheren. Door onenigheden in 1645 tussen kolonisten van verschillende nationaliteiten weken de Nederlanders van dit eiland uit naar St.-Maarten en St. Eustatius.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= R. Huybrecht, J.A. Trimpe Burger =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
A.A. Beekman, Geschiedkundige Atlas. Gottschalk, Historische geografie. H.0. Janssen, kerkhervorming in Vlaanderen. H. Janse, Kerken en torens. Chavannes Mazel, Oude Zeeuwse kerken. 0.A.C. van Vooren, De Duitse overval. Aalbregtse, De molen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AFBEELDING =&lt;br /&gt;
De kerk van St.-Kruis na de restauratie van 1949. De zware toren dateert nog uit de 14&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw. Opvallend zijn ook hier de zware steunberen.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Kruis&amp;diff=12517</id>
		<title>St.-Kruis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Kruis&amp;diff=12517"/>
		<updated>2014-08-28T09:07:47Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = St.-Kruis&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Dorp binnen de gemeente [[Sluis]] in West-Zeeuws-Vlaanderen vóór 1941 een zelfstandige gemeente waarin de buurtschappen de [[Brakke]], het [[Eiland]] en de [[Platluis]]; 369 inwoners (1983): oppervlakte 2136 hectare. St.-Kruis is een zogenaamde moerparochie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wapen&#039;&#039;&#039;:&#039;&#039;&#039; Dit wapen werd verleend op 8 december 1819. Aan het wapen van Het [[Vrije]] van&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sluis werden twee kruisjes toegevoegd als symbool van de naam van het dorp.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Varia: Kermis 14 dagen voor Pinksteren met de zaterdag daarvoor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Monumenten: De kerk van St.-Kruis, oorspronkelijk een hallekerk uit vermoedelijk de 14&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw, werd in de Spaanse tijd verwoest en hersteld in het midden van de 17&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw. Van de driebeukige kerk werden koor en dwarspand afgebroken: het schip werd gereduceerd tot een eenbeukige ruimte, een travee korter dan voorheen. De toren (de &#039;Peperbusse&#039;) en resten van het oude schip dateren nog uit de 14&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw. De vloer van de kerk is bedekt met oude grafstenen, waarvan enkele de herinnering meedragen aan de Franse revolutie: de adellijke wapens zijn uit de stenen weggehaald. Inen exterieur van de kerk werden in 1949 na zware oorlogsschade gerestaureerd, waarbij een deel van het schip tot consistorie werd verbouwd. In de omgeving van de St.-Kruis liggen fraaie overblijfselen van kreken: de [[Boomkreek]] of St.-Kruiskreek (met stuk moeras het &#039;Schers&#039;, voedselgebied voor trekvogels) en het [[Groote]] Gat van St.-Kruis. Ten westen van het Groote Gat ligt op Pleistoceen [[dekzand]] het Tonio bosch je (1 hectare Staats-natuurreservaat): &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
het is wetenschappelijk belangrijk als een der weinige overblijfselen van de houtopstanden&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
van het Hoge Land van St.-Kruis. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Geschiedenis: Tegen het einde van de 12&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw stichtten de [[cisterci]]ënzers van Ter Doest ten zuiden van het latere St.-Kruis de uithof Pulsbroek. Van daaruit is de ontginning van het nog woeste land begonnen, wat heeft geleid tot de stichting van de parochie St. Kruis, welke tot de St.-Baafsabdij van Gent behoorde. De abdij putte geregeld inkomsten uit de houtopbrengsten van de bossen van het nabij gelegen Sconevelt. De stormvloed van 1477 en de inundaties in de 80-jarige oorlog brachten veel schade toe aan dorp en omgeving. In de tijd van de kerkhervorming was Joris de Vriese er pastoor; deze sloot zich na de pacificatie van Gent bij de gereformeerden aan: hij is er maar kort gebleven. In 1633 kreeg St.-Kruis op aandrang van de classis Walcheren D. Meyer als predikant.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. De VlissingerJan Snouck en zijn Zeeuwse compagnons verkregen in 1635 vergunning om onder door de Heren XIX goedgekeurde condities in het Westindische octrooigebied de kaapvaart te doen uitoefenen en op St.-Kruis of op enig ander eiland van hun keuze een patroonskolonie te vestigen. St.-Kruis werd ongeschikt geacht en men vestigde zich op [[St]].-Eustatius. In 1642 koloniseerde Jan Snouck alsnog St.-Kruis en gaf het de naam Nieuw-Zeeland, in ±1644 herdoopt in Nieuw-Walcheren. Door onenigheden in 1645 tussen kolonisten van verschillende nationaliteiten weken de Nederlanders van dit eiland uit naar St.-Maarten en St. Eustatius.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= R. Huybrecht, J.A. Trimpe Burger =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
A.A. Beekman, Geschiedkundige Atlas. Gottschalk, Historische geografie. H.0. Janssen, kerkhervorming in Vlaanderen. H. Janse, Kerken en torens. Chavannes Mazel, Oude Zeeuwse kerken. 0.A.C. van Vooren, De Duitse overval. Aalbregtse, De molen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AFBEELDING =&lt;br /&gt;
De kerk van St.-Kruis na de restauratie van 1949. De zware toren dateert nog uit de 14&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw. Opvallend zijn ook hier de zware steunberen.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-katherijnekerke_(sinte_Katrinen)&amp;diff=12516</id>
		<title>St.-katherijnekerke (sinte Katrinen)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-katherijnekerke_(sinte_Katrinen)&amp;diff=12516"/>
		<updated>2014-08-28T09:07:19Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina St.-katherijnekerke (sinte Katrinen) hernoemd naar St.-Katherijnekerke (Sinte Katrinen): hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[St.-Katherijnekerke (Sinte Katrinen)]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Katherijnekerke_(Sinte_Katrinen)&amp;diff=12515</id>
		<title>St.-Katherijnekerke (Sinte Katrinen)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Katherijnekerke_(Sinte_Katrinen)&amp;diff=12515"/>
		<updated>2014-08-28T09:07:18Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina St.-katherijnekerke (sinte Katrinen) hernoemd naar St.-Katherijnekerke (Sinte Katrinen): hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = St.-Katherijnekerke (Sinte Katrinen)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdronken dorp en parochie op het voormalige eiland [[Borssele]], Zuid-Beveland. De kerk, gesticht vóór 1275, was een dochter van die van Monster en behoorde aan de St .-Pietersabdij te Utrecht. Het dorp is verdronken door de vloeden van 1530 en 1532.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A.Trimpe Burger =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
C. Dekker, Zuid-Beveland, 341. Kok, Zeeuwsepatrocinia. Ovaa, Bodem en bewoning van Borssele, 41.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Katherijnekerke_(Sinte_Katrinen)&amp;diff=12514</id>
		<title>St.-Katherijnekerke (Sinte Katrinen)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Katherijnekerke_(Sinte_Katrinen)&amp;diff=12514"/>
		<updated>2014-08-28T09:06:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = St.-Katherijnekerke (Sinte Katrinen)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdronken dorp en parochie op het voormalige eiland [[Borssele]], Zuid-Beveland. De kerk, gesticht vóór 1275, was een dochter van die van Monster en behoorde aan de St .-Pietersabdij te Utrecht. Het dorp is verdronken door de vloeden van 1530 en 1532.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A.Trimpe Burger =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
C. Dekker, Zuid-Beveland, 341. Kok, Zeeuwsepatrocinia. Ovaa, Bodem en bewoning van Borssele, 41.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-jorispolder&amp;diff=12513</id>
		<title>St.-jorispolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-jorispolder&amp;diff=12513"/>
		<updated>2014-08-28T09:05:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina St.-jorispolder hernoemd naar St.-Jorispolder: hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[St.-Jorispolder]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Jorispolder&amp;diff=12512</id>
		<title>St.-Jorispolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Jorispolder&amp;diff=12512"/>
		<updated>2014-08-28T09:05:24Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: Marja heeft pagina St.-jorispolder hernoemd naar St.-Jorispolder: hernoemd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = St.-Jorispolder&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Polder in de gemeente &#039;Aardenburg; opgenomen in het [[Waterschap]] Het Vrije van Sluis, thans Waterschap Zeeuwse Stromen (2011): oppervlakte circa 95 hectare: hoogte 1,3 tot 1.6 meter +N.A.P.: behorend tot het hoofdafwateringsgebied Cadzand  [[Kievittepolder]]). De polder werd in 1450 bedijkt door Willem de Wilde in de verdronken parochie St.-Margriet: vóór de St.Elisabethsvloed van 1404 omvatte de Polder van St.-Margriet een deel van de latere St. Jorispolder; in dit deel stond tussen 1399 en 1404 de kerk van het thans Belgische St. Margrite. De St.-Jorispolder overstroomde in 1477 en 1672 (herdijkt 1711). Hij heeft behoord tot het waterschap Eiland en Brandkreek  [[Brandkreekpolder]]) en viel binnen de voormalige gemeente St.-Kruis. De scheidingsdijken zijn gedeeltelijk verdwenen. Het zuidelijk polderdeel, ten zuiden van de EiLandweg, is bekend als &#039;t [[Eiland]]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Polder in de gemeente [[Sluis]] opgenomen in het [[Waterschap]] Het Vrije van Sluis, thans Waterschap Zeeuwse Stromen (2011): oppervlakte circa 80 hectare, hoogte ca. 0,9 m +N.A.P.; behorend tot het hoofdafwaterings-gebied Nieuwesluis  [[Jong]]-Breskenspolder). De polder kwam in 1534 tot stand als deel van het eiland Cadzand (174 gemeten Hij werd ten oosten van de Garsen Grubekepolder bedijkt door mijn heere van St.-Joris&#039;. Vermoedelijk een lid van het geslacht De Baenst  [[Baanst]]). De St.-Jorispolder behoorde tot het waterschap Cadzand  [[Oudelandsche]] Polder) en viel binnen de voormalige g emeente Zuidzande. De scheidingsdijken van de polder zijn grotendeels verdwenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. &#039;Melopolder.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J. Kuipers =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
Wilderom, Tussen afsluitdammen, IV. Gottschalk, Historische geografie, II. De Hullu, Toevoegsels op Roos.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Jorispolder&amp;diff=12511</id>
		<title>St.-Jorispolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Jorispolder&amp;diff=12511"/>
		<updated>2014-08-28T09:05:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Marja: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = St.-Jorispolder&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Polder in de gemeente &#039;Aardenburg; opgenomen in het [[Waterschap]] Het Vrije van Sluis, thans Waterschap Zeeuwse Stromen (2011): oppervlakte circa 95 hectare: hoogte 1,3 tot 1.6 meter +N.A.P.: behorend tot het hoofdafwateringsgebied Cadzand  [[Kievittepolder]]). De polder werd in 1450 bedijkt door Willem de Wilde in de verdronken parochie St.-Margriet: vóór de St.Elisabethsvloed van 1404 omvatte de Polder van St.-Margriet een deel van de latere St. Jorispolder; in dit deel stond tussen 1399 en 1404 de kerk van het thans Belgische St. Margrite. De St.-Jorispolder overstroomde in 1477 en 1672 (herdijkt 1711). Hij heeft behoord tot het waterschap Eiland en Brandkreek  [[Brandkreekpolder]]) en viel binnen de voormalige gemeente St.-Kruis. De scheidingsdijken zijn gedeeltelijk verdwenen. Het zuidelijk polderdeel, ten zuiden van de EiLandweg, is bekend als &#039;t [[Eiland]]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Polder in de gemeente [[Sluis]] opgenomen in het [[Waterschap]] Het Vrije van Sluis, thans Waterschap Zeeuwse Stromen (2011): oppervlakte circa 80 hectare, hoogte ca. 0,9 m +N.A.P.; behorend tot het hoofdafwaterings-gebied Nieuwesluis  [[Jong]]-Breskenspolder). De polder kwam in 1534 tot stand als deel van het eiland Cadzand (174 gemeten Hij werd ten oosten van de Garsen Grubekepolder bedijkt door mijn heere van St.-Joris&#039;. Vermoedelijk een lid van het geslacht De Baenst  [[Baanst]]). De St.-Jorispolder behoorde tot het waterschap Cadzand  [[Oudelandsche]] Polder) en viel binnen de voormalige g emeente Zuidzande. De scheidingsdijken van de polder zijn grotendeels verdwenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. &#039;Melopolder.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J. Kuipers =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
Wilderom, Tussen afsluitdammen, IV. Gottschalk, Historische geografie, II. De Hullu, Toevoegsels op Roos.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Marja</name></author>
	</entry>
</feed>